Bijzonder erfgoed

Het Wereld Erfgoed Comité van de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization (Unesco) heeft de Amsterdamse grachtengordel officieel erkend als werelderfgoed. Daarmee wordt nog eens bevestigd wat iedereen die de Amsterdamse grachten in de stilte van de ochtend aanschouwde weet: de grachtengordel met zijn wonderbaarlijke structuur, lichtval en architectuur verdient het vol respect te worden beheerd opdat het gebied behouden blijft voor volgende generaties. Met de toewijzing is het grachtenplan, samen met onder andere de bazaar van Tabriz in Iran, even onvervangbaar verklaard als de stadsharten van Rome en Wenen en de oevers van de Seine in Parijs.

De gemeente Amsterdam is trots, maar er wordt ook gemord. Een deelraadslid waarschuwde dat de status van werelderfgoed niet ten koste mag gaan van „een dynamische binnenstad” en economische groei. Dat is overdreven. Sinds mei 2003 valt de binnenstad als beschermd stadsgezicht onder de Monumentenwet. De voorschriften die het behoud van de stad moeten garanderen, worden al toegepast. Er is nauwelijks meer een monument dat zijn oorspronkelijke functie nog vervult. Maar elke nieuwe bestemming is gehouden uiterlijk en indeling en andere oorspronkelijke eigenschappen te respecteren en voor onderhoud borg te staan.

De vele Europese binnensteden op de werelderfgoedlijst zijn geen van alle gedwongen ingeslapen. Immers, Unesco stelt conservering als voorwaarde, maar ook dat de stad een stad blijft. Dat betekent bedrijvigheid, herrie. Nachtbraken. Maar kitsch moet buiten de deur blijven: replica’s van verdwenen gebouwen staat Unesco niet toe, sprookjes halen de toeristen maar in de pretparken.

De Amsterdamse grachtengordel is van doorslaggevend cultureel belang. Het werk van de Hollandse schilders van de Gouden Eeuw komt tot leven in de gevels waar hun blik op heeft gerust en waarachter hun modellen en opdrachtgevers woonden. Zo staat het stadshart behalve voor schoonheid, voor een geschiedenis van culturele en economische bloei. De onmetelijk rijke kooplieden spreidden hun pauwenstaart en bouwden volgens een visionair concept een stad waar de grandeur van de gevels spatte. Amsterdam werd rond als een colosseum en transparant als een Griekse tempel, en daarmee het speelvlak voor zowel vechtlust als filosofie.

De werelderfgoedstatus maakt helder dat de grachtengordel meer is dan de zaak van ondernemers. Hij kan de egocentrische dadendrift van overspannen zakenlui wegwuiven als die de zeventiende-eeuwse stad te na komen. Zij zijn de erfgenamen van de Amsterdamse kooplui uit die eeuw. Die bouwden de grachtengordel. Deze ondernemers exploiteren hem maar ze kunnen niet nemen zonder iets terug te geven.

Dat de grachtengordel nu tot het werelderfgoed behoort, zal niet veel extra toeristen trekken – Amsterdam is overbekend en al een geliefd doel. Het benadrukt eerder hoe bijzonder de nalatenschap is van dit door onze voorvaderen georganiseerde wonder en hoe kostelijk het beheer.