Australiërs al jaren te sterk voor hockeyteam

Het Nederlands hockeyelftal verloor gisteren in het toernooi om de Champions Trophy alweer van Australië.

Een verrassing mocht het niet meer worden genoemd. Het Nederlands hockeyelftal verloor gisteren, ondanks goed spel, opnieuw van Australië. In de tweede poulewedstrijd van de Champions Trophy werd het 6-3.

Teun de Nooijer (34), de oudste speler van het toernooi, moest na afloop diep nadenken voordat hij wist wanneer Nederland voor het laatst van Australië had gewonnen. Uiteindelijk kwam hij met het juiste antwoord: in een poulewedstrijd van de Olympische Spelen in 2004. Sindsdien volgden zeven nederlagen en drie remises.

Australië, op de voet gevolgd door Duitsland, nam de laatste jaren nadrukkelijk afstand van Nederland. De ‘Aussies’ werden olympisch kampioen (2004), pakten de wereldtitel (2010) en wonnen de laatste twee edities van de Champions Trophy. En als Australië niet won, dan was het wel Duitsland, dat wereldkampioen werd in 2006 en twee jaar later de olympische titel won.

Nederland had telkens het nakijken. Het laatste aansprekende succes dateert uit 2007, toen Nederland Europees kampioen werd in Manchester. Markus Weise, sinds 2006 bondscoach van Duitsland, begrijpt de lichte paniek die in Nederland ontstaat bij het zien van de statistieken. „Jullie hebben de beste competitie, het meeste geld en een voorbeeldige jeugdopleiding”, begon hij lovend. „Maar de doorstroming van talent kan beter, denk ik. Wat ik bijvoorbeeld een pluspunt vind van de Duitse structuur is dat we al onze elftallen hetzelfde systeem laten spelen. Zo kunnen we jonge spelers moeiteloos inpassen.”

Weise benadrukte dat de consistentie van coaches een belangrijk punt is. Hoewel er de laatste jaren wel wat verloop bij de Duitse jeugdopleiding is geweest, wordt een coach vaak langere tijd aan een bepaalde leeftijdsgroep gekoppeld. Zo weet hij exact wat er belangrijk is in de ontwikkeling van een speler. „Natuurlijk is er verschil in snelheid, techniek en kracht, maar het belangrijkste is dat ze in dezelfde stijl als het nationale team spelen. Jeugdcoaches dienen vier tot vijf spelers af te leveren aan het eerste elftal.”

Moritz Fürste, die gisteren met zijn doelpunt een aandeel had in de overwinning van Duitsland op het zwakke Nieuw-Zeeland (5-2), onderstreepte de woorden van zijn coach. „Ik speel mijn hele leven al op dezelfde positie. Ik weet zodoende precies wat ik moet doen. In Nederland kun je in de jeugd als spits beginnen en uiteindelijk als verdediger eindigen, geloof ik. Dan heb je een achterstand.”

Een ontwikkeling die het Nederlandse hockey de laatste jaren zeker niet geholpen heeft, is de komst van tientallen buitenlanders naar de nationale competitie. Clubs trokken de buidel voor een verdwaalde Argentijn, bang om de slag met de concurrentie te missen. „Eén of twee grote sterren per club is geen probleem”, stelde bondscoach Weise. „Maar je moet dan geen zes of zeven matige buitenlanders halen. Dat blokkeert de doorstroming van talent.”

Graham Reid, assistent-bondscoach bij Australië, wenste de vinger niet op de zere plek te leggen bij het Nederlandse team. „Maar je kunt je vragen stellen als je beste speler op het veld een man van 34 jaar is”, wees hij op De Nooijer.

Paul van Ass, die begin juni werd aangesteld als bondscoach van Nederland, regeerde een tikkeltje gepikeerd toen de kloof met Duitsland en Australië ter sprake kwam. „We moeten er vanaf om te denken dat de rest van de wereld beter is”, fulmineerde hij. „We hebben de wereldkampioen vandaag zestig minuten lang uitstekend partij geboden. Daar ben ik heel tevreden over.”

Van Ass had reden tot optimisme. Zijn team speelde aanvallend, georganiseerd en agressief. Even leek zijn elftal te verrassen toen Mink van der Weerden Nederland uit een strafcorner op een 3-2 voorsprong zette. Van der Weerden verving specialist Taeke Taekema, die kort voor het toernooi trouwde.

De laatste tien minuten waren funest voor Nederland. Australië, dat fitter oogde, boog de achterstand om naar een royale winst:6-3. „No excuses had ik vooraf tegen mijn spelers gezegd. We mochten geen excuses hebben om te verliezen”, stelde Van Ass. „Nu moeten we aan het werk met de verbeterpunten; niet verslappen maar proberen om zeventig minuten lang geconcentreerd te blijven. Maar ik voel dat we er dicht bij zijn. In de kleine ruimte vond ik ons zelfs beter dan Australië.”

Ondanks het positieve gevoel dat Van Ass gisteren had, liet het scorebord opnieuw een vertrouwd beeld zien. Toeval of niet, Australië en Duitsland wonnen afgelopen weekend beide twee keer en gaan nu samen aan kop.

Portret: pagina 13