Alleen de overkant van de Noordzee biedt hoop

Festival Theater Aan Zee in Oostende laat zich dit jaar inspireren door de rauwe werkelijkheid. Illegalen spelen de hoofdrol. „In Oostende is mijn bestaan begonnen te vergaan.”

Toepasselijker kan de plek om foto’s tentoon te stellen niet zijn: in het halfduister onder een gietijzeren spoorwegviaduct in Oostende hangen donker afgedrukte portretten van werkzoekende illegalen. Mannen van Marokkaanse en Algerijnse afkomst beproeven in de havenstad hun geluk: verstopt in een vrachtwagen of als verstekeling mee op de boot willen ze Engeland bereiken.

Fotograaf Stephan Vanfleteren en toneelregisseur Michael De Cock zijn gefascineerd door hedendaagse vluchtelingen, die zij „Europa- ofwel Engelandvaarders” noemen. Vanfleterens foto’s hangen tijdens het festival Theater Aan Zee op allerlei plekken in Oostende – niet alleen onder de spoorbrug waarover de werkzoekenden kwamen aangereden. Vanfleteren geeft de frivole badplaats een andere wending: die van laatste toevluchtsoord, grimmig en bitter.

Regisseur De Cock is verantwoordelijk voor de uitgelezen en verrassende theaterprogrammering van Theater Aan Zee. Het thema migratie verbindt de kunstuitingen met elkaar, niet alleen fotografie en theater, ook dans, performance en beeldende kunst. In de vervallen linkervleugel van het station biedt de installatie Nachtopvang een droevig beeld van de havenstad als vijandig oord voor daklozen en illegalen. Te midden van verbrokkelde muren staan vuile bedden. De vensters zijn betralied. Een lege jeneverfles staat op de vloer. Vergunnings- en verblijfspapieren liggen te vergelen op ambtelijke bureaus. Dichter Hugo Claus is aanwezig met zijn vers: „In Oostende is mijn bestaan begonnen te vergaan.” Voor velen is Oostende een eindstation. Illegalen, radeloos op zoek naar een beter leven, worden bruut bejegend en weer verdreven.

Deze installatie is puur theater, zij het zonder acteurs. De betrokkenen met hun tragiek, vereenzaming en vervreemding kunnen we er moeiteloos bij bedenken. Verderop, in een oude goederenloods op het stationsemplacement, brengt De Cocks eigen gezelschap ’t Arsenaal uit Mechelen samen met muziektheatergezelschap Walpurgis de voorstelling Haven 010. Net als bij de foto’s van Vanfleteren biedt de rauwe werkelijkheid de inspiratie. De regie van De Cock ademt dezelfde sfeer: donkere schaduwpartijen op de speelvloer overheersen. Hel toneellicht veroorzaakt vooral angst, want de stralen verbeelden verblindend zoeklicht. Vanfleteren en De Cock hebben een nadrukkelijke boodschap: ze vragen aandacht voor het lot van illegalen. Het personage Amor Khaled staat symbool voor alle vluchtelingen. Hij is afkomstig uit de Maghreb, de westelijke Sahara, en wordt opgejaagd door de politie. Een van zijn vrienden is door een politiehond aangevallen, dat beest vrat zijn oog weg. Hij hangt rond in Oostende, hij slaapt in de struiken.

Hij ontmoet een Vlaamse vrachtwagenchauffeur. Reusachtige filmbeelden tonen Oostende in de vroege ochtend; camions rijden af en aan, schepen vertrekken. De zwarte schim van illegaal Amro glijdt over de speelvloer, een personage op de vlucht. Tussen hem en de chauffeur ontstaat vriendschap en begrip. In verstilde scènes vervlecht de regie hun beider levensverhalen; het opgejaagde van de een, het betrekkelijk veilige van de ander. Amro heeft geen identiteitspapieren, de chauffeur wel. Dat maakt een wereld van verschil, waarover niemand in het vrije westen nadenkt. Indringend is Amro’s relaas van de brute ondervragingen en het geweld dat daaraan te pas komt. Hij zit in een fuik: blijven kan niet, terug kan niet, alleen de overzijde van de Noordzee biedt hoop. Een kleine, maar dramatisch secure verwijzing is die naar de vrachtwagenchauffeur die 58 Chinese verstekelingen wilde overzetten; ze vonden de dood in zijn laadruimte.

Haven 010 houdt welbewust open of de chauffeur de illegaal gaat helpen met de overtocht of niet. Aan het slot schuiven de loodsdeuren open en neemt de chauffeur Amor mee naar de spoorrails, hij zegt: „Kijk, loop er overheen en bereik de zee. Wacht op de winter. Soms is de Noordzee geheel bevroren en dan is Engeland niet meer dan een wandelingetje van twintig kilometer. Je bent er zo.”

De enscenering is in sobere, doeltreffende stijl. Geëngageerd theater zonder effectbejag. Actualiteit zonder pathos. Ruud Gielens als chauffeur en Mourade Zeguendi als Amro versterken elkaars twijfels; hoe oprecht is een illegaal? Met welke bedoelingen sluit hij vriendschap? Wat de woorden niet onthullen, doet de muziek. Haven 010 krijgt een meeslepende begeleiding door leden van Walpurgis. Zangeres Judith Vindevogel zet Zeerover Jenny uit de Dreigroschenoper in als traît d’union tussen de westerse en Arabische cultuur. De klankwereld die ontstaat met instrumenten als accordeon, viool en klarinet is dreigend en gruizig, alsof de havengeluiden keihard versterkt worden, tot het angstaanjagende aan toe.