Rijdende relatietherapie

Zwarte Zaterdag op de Franse snelwegen valt dit jaar op 31 juli. Door ’s nachts te rijden, zijn monsterfiles te vermijden. Bijkomend voordeel: gesprekken die overdag onzin zijn, lijken opeens diepzinnig.

Franse jongeren op weg naar Salou in Spanje roken een joint langs de A7 bij St-Rambert d'Albon. Nachtrijders langs de 'Autoroute du Soleil' in Frankrijk. Ieder jaar reizen duizenden Nederlandse gezinnen af naar Zuid Frankrijk, Spanje en Marokko via deze drukke en dure tol route. Door de files en hitte overdag kiezen veel mensen voor een nachtelijke reis over deze grotendeels onverlichte snelweg. Onderweg wordt tijdelijk gestopt of geslapen op de speciaal aangelegde rustplaatsen. Foto: Peter de Krom
Franse jongeren op weg naar Salou in Spanje roken een joint langs de A7 bij St-Rambert d'Albon. Nachtrijders langs de 'Autoroute du Soleil' in Frankrijk. Ieder jaar reizen duizenden Nederlandse gezinnen af naar Zuid Frankrijk, Spanje en Marokko via deze drukke en dure tol route. Door de files en hitte overdag kiezen veel mensen voor een nachtelijke reis over deze grotendeels onverlichte snelweg. Onderweg wordt tijdelijk gestopt of geslapen op de speciaal aangelegde rustplaatsen. Foto: Peter de Krom

Er zijn goede, rationele redenen om ’s nachts naar je vakantieadres te rijden. Scheelt in de hotelkosten, het is rustiger op de weg, je vakantie duurt een dag langer en op je eerste vakantiedag moet je uitrusten van een heel ander soort inspanning dan je in je werkzame uren moet verrichten. Zelfs vermoeidheid kan verkwikkend zijn.

Toch nemen we het besluit om ’s nachts door te rijden meestal pas onderweg. Domweg omdat het zoveelste Formule1-hotel complet blijkt te zijn en het erg demotiverend is om na vier keer ‘nee’ de oprit van de snelweg weer te moeten zoeken. En dan sla je aan het rekenen, als we dat tentje nu om 7 uur ’s ochtends kunnen opbouwen, heb je nog de hele dag om bij te komen. Ergens tussen 2 en 3 uur is het Point of No Return: als je dan geen bed hebt, kun je net zo goed doorrijden. En dat is een feestelijk besluit, want ’s nachts ben je met lotgenoten en beroepsrijders. Je bent onder elkaar met échte automobilisten, somber makende caravans zijn er niet en de koffie uit Franse automaten is veel beter dan die van Nederlandse tankstations.

De kinderen liggen achterin te slapen, dus voor hen is de reis ook eenvoudiger en we kunnen de muziek uitzoeken die het best bij de snelweg past in plaats van voor de tiende keer te moeten luisteren naar de favoriete John Denver-cd van onze jongste zoon. De gesprekken die overdag onzin zijn, lijken opeens diepzinnig. Zie het als een vorm van goedkope relatietherapie.

Het gevaar van zelfoverschatting ligt op de loer, want het was voor het laatst als student dat we de hele nacht doorgingen en we zijn geen beroepsrijders. Bij elk tankstation stel je jezelf de gewetensvraag: trek ik het nog even?

Het mooist is het natuurlijk wanneer de weg onverlicht is, je rijdt dan eigenlijk buiten tijd en ruimte om. Met dat soort gedachten is het misschien eigenlijk tijd om te stoppen. Maar als het vier uur is, heeft het helemáál geen zin meer om een slaapplaats te zoeken.

Nog een bak koffie.

En dan is er de beloning, in de vorm van de afslag die van de snelweg naar een route national leidt, met een sukkeldrafje rij je dan niet alleen je vakantieadres tegemoet, maar met een beetje geluk ook de volgende dag. In een merkwaardige roes van adrenaline en slaap komt de zon op. Daarbij moeten we even een ander muziekje zoeken.

Op nrc.nl/weekblad: de fotoreportage van vorige week, ‘Buitenslapers’.