'Nee, niet denken, voelen!'

In een interviewserie over zintuigen: Marco van Gorp, naar eigen zeggen aanraker van beroep. ‘Ik verdien er veel geld mee, maar een vak is dit niet.’

Het bezoek mag zich uitkleden tot op de onderbroek. Daarna wordt het rondom even gemonsterd. Ineens voelt het twee priemende vingers in de zij, en wordt het bij de schouders gegrepen. „Ga maar liggen”, wijst Marco van Gorp naar zijn smetteloze behandeltafel. „Op je buik.” Naar eventuele klachten vraagt hij niet.

Men zou Van Gorp (45) – jongensachtig uiterlijk, doordringende, donkere blik die regelmatig versterking krijgt van één fronsende wenkbrauw – haptotherapeut kunnen noemen, maar zelf gebruikt hij dat woord liever niet. Haptonomie, afgeleid van de oud-Griekse woorden hapsis (gevoel) en nomos (regel), richt zich op de wetmatigheid van het gevoel. Van Gorp noemt zich „voeler”, „aanraker”, zijn vak is „lichamelijk contact”. Haptotherapeuten moeten zich houden aan de richtlijnen van de branche en dat wil hij niet. „Ik zie het vak breder.”

Het maakt zijn bezigheden er niet duidelijker op en daarom hebben we afgesproken dat hij het woord bij de daad zal voegen. Voordat we over zijn werk gaan praten, zal hij het eerst aanschouwelijk maken.

Daar ligt de verslaggever dus.

Van Gorp legt één hand op de linkerkant van diens onderrug en vraagt hem die hand „bewust te voelen”. Lukt dat? Het begin van het antwoord luidt: „Ik denk....” Nee, niet denken, zegt Van Gorp: „Voelen!” Hoe voelt die hand? Ok: zacht, groot, koel. Ik kan de vingers onderscheiden, de palm, de muis. Is dat voldoende? Bij wijze van antwoord prikt hij weer in mijn zij. Anders dan de eerste keer, toen ik dat onverdraaglijk vond, vind ik het nu geen probleem. De verklaring? „Je bent één en al verzet en verdediging als het onverwacht gebeurt. Als het contact er eenmaal is, is ook het vertrouwen er en blijft de verdedigingsreflex achterwege.”

Zijn handen gaan van top tot teen over mijn huid, van schouders via rug en onderrug naar kuiten en terug. Dan priemt er opnieuw een vinger, nu aan de binnenzijde van een dij, wederom pijnlijk en onaangenaam. De verdedigingsreflex, waarschijnlijk: er wordt nu niet gepraat. Vervolgens concentreren zijn handen zich op het bewuste linkerbeen. Heen en weer gaan ze van hiel tot bil.

Plotseling tilt Van Gorp het been op, op twee plaatsen, aan de huid. „Het voelt licht, hè?” constateert hij. Dat komt, zegt hij, doordat het is aangeraakt. Hij kondigt aan het andere been te zullen optillen en dat zal zwaar voelen. Dat klopt. Maar, zeg ik, dat komt doordat hij van de andere zijde over de tafel buigt, dan heeft hij minder kracht. Hij loopt om de tafel heen en tilt aan de rechterzijde het rechterbeen op. Het voelt nog steeds zwaar. Pas nadat zijn handen enkele keren van bil tot hiel zijn gegaan, voelt ook dit been licht.

We zijn er nog niet. Van Gorp klautert op de tafel, zet zijn handen aan weerszijden van mijn hoofd en plant zijn knieën tussen mijn schouderbladen, aan weerszijden van de ruggegraat. Hij laat voelbaar zijn volle gewicht wegen in zijn knieën. Ik denk aan de foto op de website van zijn bedrijf. Daarop is Van Gorp in dezelfde houding op een andere rug afgebeeld.

Aan het einde van het consult had hij zijn handen weer van top tot teen over mijn lichaam laten gaan, heen en weer terug, en hij had gezegd: „Er is ruimte ontstaan. Je benen, je rug zijn twee keer zo lang geworden naar mijn gevoel.”

De kleren zijn weer aan, we praten, in zijn in rustieke stijl ingerichte behandelkamer. Daarvan zijn er zeven, vertelt hij, in het kapitale pand aan de Rotterdamse Mathenesserlaan waar zijn bedrijf Gezond Management in huist. Zo noemt hij niet alleen zijn bedrijf, maar ook wat hij doet. De vraag dient zich aan: wat doet hij eigenlijk? Wat is dit voor... vak? „Het is geen vak”, zegt Van Gorp eenvoudig. En steekt van wal.

„In de huid van de ander kruipen is geen vak. Ik verdien er veel geld mee, maar een vak is dit niet: het is een terugkeer naar het oudste zijn van de mens. Vóór de komst van het woord, vóór de ontwikkeling van het brein was de mens een gevoelsdier, dat afging op zijn intuïtie en zijn instinct. Ik probeer mensen terug te brengen naar datgene wat ze vergeten zijn: wat voelen en aanvoelen is. Ik heb geen vak, maar een benaderingswijze van de mens.”

Gevoelens, zegt Van Gorp, zijn veel ruimer dan de meeste mensen denken. Je kunt je lijf van top tot teen voelen, maar je kunt je gevoel ook „naar buiten leggen”. „Aan kinderen op school wordt nooit gevraagd wat het belangrijkste is. Dat is hun stoel! Weten, voelen, erop vertrouwen dat die achter je staat. In de schouwburg zie je mensen zich altijd omkeren naar hun stoel voor ze gaan zitten, hoewel ze weten dat die er is. Hun gevoel laat hen in de steek. Ze moeten de stoel eerst zien voor ze durven te gaan zitten.”

Van Gorp propageert, zegt hij zelf, het voelen. Daarvan is de moderne mens, en zeker die in de westerse cultuur, vervreemd. Op het metrobankje gaan we scheef zitten, om degene naast ons maar vooral niet aan te raken. „Dat is vreemd, het zou geweldig zijn als we de dag zouden beginnen door even rug aan rug te gaan staan met een vreemdeling. Even laten voelen: jij bent er, ik ben er, we respecteren elkaar. De enige taal die we spreken als we geboren worden is de aanraking. Een baby kraait van de pret als je hem over zijn billetjes aait. De eerste vier jaar van ons leven zijn cruciaal, maar ook als ouders hun kind veel knuffelen wordt vanaf het vierde levensjaar toch steeds meer afstand genomen van het voelen.”

Behalve voor seks. Is aanraken en aangeraakt worden niet gewoon het terrein van de seks? „Nee, ik ga met mijn eigen vrouw en kinderen anders om dan met mensen die ik behandel. Er komt geen intimiteit bij kijken. We kunnen ook op een andere manier lichamelijk met elkaar praten. En als we dat zouden doen, dan zou het de samenleving helpen te ontspannen. Het is als het pellen van een ui: al die verdedigingsmechanismen moeten weg. Door elkaar aan te raken zijn mensen beter op de hoogte van elkaars aanwezigheid, van de ruimte die zijzelf maar ook anderen nodig hebben. Voelen schept ruimte en vrijheid voor iedereen.”

Het gaat niet om genezen. Diagnoses stelt Van Gorp niet, de naam van zijn bedrijf verwijst niet naar ziekte, en hij heeft „geen patiënten maar cliënten”. „Ik laat hooguit zien waar ze blokkades opbouwen. Die ontstaan door een disbalans tussen het denken en voelen, tussen IQ en EQ, hun emotionele intelligentiequotiënt. Door ze te helpen terug te keren naar hun gevoel reik ik handvatten aan om zich goed in hun vel te voelen.”

Hij behandelt van jong tot oud. Hij vertelt over de huilbaby die een darmoperatie had ondergaan en constipatie had. „Die kleine was gespannen en de darmpjes moesten op gang komen. Tijdens de aanraking zag je het hartritme op de monitor rustiger worden en een volle luier was de beloning. In 80 tot 90 procent van de gevallen hangen problemen samen met de benaderingswijze van de ander.” Iedereen kan zich prettig voelen, zegt hij, nu ja, behalve koningin Beatrix. „In het keurslijf waarin zij zichzelf vastzet, kan zij nooit de blijheid ontdekken die ook voor haar tot de mogelijkheden had behoord.”

Van Gorp wist altijd al dat hij dit wilde doen: mensen hun gevoel en daarmee hun zelfvertrouwen teruggeven. Hij was zes toen zijn opa een brommerongeluk kreeg. Hij zou nooit meer kunnen lopen, zeiden de dokters. We zien wel, zei opa. Binnen twee jaar liep hij weer als een kieviet. Van Gorp werd dankzij het zelfvertrouwen van zijn grootvader fysiotherapeut. „Maar al heel snel bevredigde dat me niet. Fysiotherapie is techniek en beperkt zich tot een klacht en pijn. Ik leerde niets over de ingang van de mens, over hoe de mens met zijn klacht omgaat.”

Hij verdiepte zich nog in osteopathie, een methode die erop gericht is de beweeglijkheid van het lichaam te bevorderen: „Fantastisch, maar ik kroop nog steeds niet onder de huid van een ander.” Toen hoorde hij dat Ted Troost, de man die haptonomie bekendmaakte in Nederland, op zoek was naar „een jonge gast die hij kon opleiden”. Haptotherapeut Troost, schrijver van het boek Het lichaam liegt nooit, was tot eind jaren negentig de fysiotherapeut van topsporters, van voetballers tot schakers. Hij werkte jarenlang als vertrouwensman bij AZ ‘67, behandelde wielrenner Henk Lubberding, doelman Hans van Breukelen, ruiter Albert Voorn, tennisser Richard Krajicek, schaatster Yvonne van Gennip, voetballers Van Basten, Gullit en Cruijff, schaatskampioen Hein Vergeer.

Troost, inmiddels over de zeventig, woont al jaren in het buitenland. Onomstreden was hij niet. Sporters liepen met hem weg, maar hun omgeving zag hem als een Raspoetin. Later behandelde de Rotterdammer Troost ook nog Pim Fortuyn.

„Ik kwam op audiëntie bij hem, voor mij de hoogheid Troost, nu twintig jaar geleden, en wist: hier ben ik thuis. Over mij zei hij later: dit is het ventje naar wie ik op zoek was. Ik heb me ontwikkeld door over zijn schouder mee te kijken. Toen Ted emigreerde, heb ik de praktijk overgenomen. Ik heb nu twaalf collega’s in dienst.”

De tarieven voor een consult bij Gezond Management beginnen bij 125 euro per uur. Gemiddeld zijn er tien behandelingen nodig. Omdat Van Gorp zich niet wil conformeren aan de richtlijnen van de haptotherapie, keren maar een paar verzekeringen een vergoeding uit voor zijn behandelingen. Van Gorp werkt vooral voor het bedrijfsleven. „Ik kom veel in bedrijven en als je hoort wat mensen elkaar, mooi verwoord, toevoegen tijdens vergaderingen, dan geloof je je oren niet. Het zijn gewoon beledigingen. Ik vraag dan: heb je je ooit afgevraagd hoe dat bij de ander aankomt? Die mensen moeten gaan voelen!”

Namen noemen wil hij niet, maar Van Gorp ontvangt „op de hei” menige raad van bestuur. „Die mensen worden geacht een team te vormen maar zijn dat in de praktijk vaak allerminst. Ze bakenen hun territorium af, en belemmeren de ruimte van de ander. Als ik de kans zie, laat ik ze op mijn behandeltafel op elkaar liggen. ”

Pardon?

„Ja, ik leg die topmannen op elkaar. Ik nodig ze uit door elkaar heen te voelen. Ze leren elkaar aan te voelen zonder afstemming en dat leidt tot enorme verbetering van de samenwerking. Je legt ze op elkaar en dan zie je die gespannen massa van lieverlee smelten, ze versmelten met elkaar. Ze krijgen zachte, ronde en vooral open gezichten. Dat krijg je met vergaderen echt niet voor elkaar, hoor.”