Niet streng genoeg geweest in Uruzgan

Zondag eindigt de missie in Uruzgan. Er had meer bereikt kunnen worden, zeggen ook de Nederlandse militairen ter plekke.

In het begin, ruim vierenhalf jaar geleden toen Nederland moest besluiten of het de NAVO-missie in Uruzgan zou gaan leiden, ging de discussie over de vraag of het een vechtmissie of een opbouwmissie zou worden. Nu, aan de vooravond van de commando-overdracht aan een Amerikaanse kolonel, hebben de zwartkijkers een groot deel van het gelijk gekregen.

„De kern van de Nederlandse taakgroep in Uruzgan zal worden gevormd door een Provincial Reconstruction Team”, schreven de ministers van Defensie, van Buitenlandse Zaken en voor Ontwikkelingssamenwerking in december 2005 aan de Tweede Kamer, toen er een besluit moest vallen. Het Provinciaal Reconstructieteam (PRT) zou Uruzgan opbouwen, de gevechtseenheden zouden vooral werken aan de beveiliging van het team en in de provincie patrouilleren om de bevolking voor te bereiden op hun komst.

Dat het anders liep is bekend. De Talibaan bleken al in de zomer van 2006 in het hele zuiden van Afghanistan veel sterker dan gedacht en hebben sindsdien elk jaar aan kracht gewonnen. Naarmate de troepenaantallen stegen konden de Talibaan steeds makkelijker strijders rekruteren, met het argument dat zij tegen een buitenlandse bezetter vochten. Ook hebben de troepen leverende landen – behalve Nederland met name Canada, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten – te lang geopereerd alsof er muren om hun provincie stonden.

Ondanks deze onvoorziene realiteit heeft de Nederlandse missie een begin gemaakt met de opbouw van Uruzgan. Maar er had meer bereikt kunnen worden, als de missieleden meer kennis hadden gehad van Afghanistan, en niet een paar klassieke ontwikkelingsfouten hadden gemaakt.

„Er is gezaaid, maar de oogst is nog ver weg”, erkende plaatsvervangend directeur-generaal Politieke Zaken Robert de Groot van Buitenlandse Zaken woensdag. „Misschien hadden we hoge ambities en verwachtingen toen we aan deze missie begonnen; misschien hadden we op meer resultaat gehoopt.”

Er zijn wel degelijk concrete resultaten behaald:

De gezondheidszorg is verbeterd. In 2006 waren er nauwelijks voorzieningen, nu zijn in alle districten gezondheidsposten gevestigd, al zijn die zeer basaal toegerust. Bijna alle baby’s worden nu gevaccineerd. Er is een ziekenhuis dat ondanks beperkte middelen redelijk functioneert.

Er gaan veel meer kinderen naar school. Officieel zijn er 43.000 geregistreerd, onder wie 4.100 meisjes. De aantallen die werkelijk naar school gaan liggen waarschijnlijk veel lager, vooral bij meisjes, maar er is vooruitgang.

Vervolg Afghanistan: pagina 3

Uruzgan OM vindt geen strafbare feiten rond gevechtshandelingen; militairen vinden ook dat het beter had gekund in Uruzgan

‘Er is veel aan de strijkstok blijven hangen’

De bedrijvigheid in de bevolkingscentra Tarin Kowt, Deh Rawood en Chora is sterk gestegen.

De landbouw is verbeterd door de distributie van sterkere gewassen en een miljoen fruitbomen, en het herstel van irrigatiekanalen.

De belangrijkste prestatie is van niet-materiële aard: Nederland heeft stammen die lang ondergeschikt waren aan de machtige Popolzai-minderheid een stem gegeven. Barakzai, Achekzai, Tochi en anderen krijgen nu ook projecten toegedeeld en zijn assertiever.

Waarom had de opbouw dan toch echt verder kunnen zijn? Veel van het voor Uruzgan bestemde geld is daar niet aangekomen. Nederland heeft er voor gekozen ontwikkelingsgeld aan de regering in Kabul te geven in plaats van direct aan hulpverleners in Uruzgan. De bedoeling was zo het nationale bestuur te versterken.

„Als we weer zouden gaan, zouden we minder nationaal moeten werken”, vindt een bron op Kamp Holland die anoniem wenst te blijven. „Het geeft Nederland een warm gevoel dat er veel geld is uitgegeven, maar het heeft averechts gewerkt. Er is vreselijk veel aan de strijkstok blijven hangen. Af en toe zie ik hoeveel de ambassade [aan de nationale regering] betaalt, en hoeveel hier terechtkomt. Daar zit een flink gat tussen.”

Verder is in de eerste jaren niet optimaal samengewerkt tussen de krijgsmacht en de ontwikkelingsexperts van Buitenlandse Zaken. „In het begin wilde Defensie alles zelf doen, en snel”, zegt een medewerker van Buitenlandse Zaken. „Zij vonden alle plannen van Ontwikkelingssamenwerking te lang duren. Nu zijn ze geïnteresseerd.”

De dadendrang van Defensie heeft tot onnodige ontwikkelingsfouten geleid. Een voorbeeld is het grote aantal geplaatste waterpompen. Een pomp is een simpele, goedkope manier om lokale bewoners te helpen en gunstig te stemmen. Maar op sommige plaatsen is zo veel grondwater onttrokken dat pompen droog kwamen te staan.

Ook was er niet gedacht aan een onderhoudsysteem. „Nu zijn we meer in het veld dan in het begin, en zien we dat er pompen kapot zijn”, vertelt een majoor van het PRT op Kamp Holland (militairen mogen van Defensie niet met achternaam in de krant). „Zo zijn we op het idee gekomen een reparateur op te leiden.” Een Nederlands ingenieursbureau werkt nu aan een duurzaamheidsstudie over de waterhuishouding in Uruzgan.

Verder valt op dat het opbouwwerk vaak niet werd afgestemd met hulporganisaties, waardoor het is voorgekomen dat het leger actief was op plaatsen waar hulporganisaties hetzelfde werk beter en goedkoper konden doen.

„Het interventiedenken zit er bij het leger goed in”, verklaart dezelfde majoor het optreden van het militaire deel van het PRT. Binnen twee jaar (de oorspronkelijke duur) moesten er tastbare resultaten zijn. En na de verlenging weer binnen twee jaar. Terwijl ontwikkeling een kwestie van lange adem is: eerst een waterstudie, dan pompen en kanalen. „Grote programma’s duren al snel vijf tot tien jaar”, zegt een Australische ontwikkelingswerker uit het Amerikaans-Australische PRT dat Nederland aflost. „In Afghanistan nog langer omdat het land meer achterop is dan andere ontwikkelingslanden. De politiek maakt de situatie veranderlijk.”

De Nederlandse missie liep voorop in de aandacht voor het provinciebestuur. Vanaf het begin is geprobeerd meer stammenevenwicht in het bestuur te brengen en werden de ambtenaren begeleid en betrokken bij projecten. Na vier jaar is er op dit gebied nauwelijks verbetering. De gouverneur is wegens corruptie ontslagen en de oude machthebber Jan Mohammad Khan, die op last van Nederland in 2006 was weggestuurd, kan niet wachten om de leiding weer over te nemen. Intussen is zijn neef Matiullah Khan uitgegroeid tot de sterke man van Uruzgan. Alle inwoners die je spreekt beklagen zich over de inertie van de overheid. Nederland had af en toe iets strenger mogen zijn, zeggen betrokkenen op Kamp Holland nu.

Sinds ongeveer een jaar bestaat een betere balans tussen de hang naar snelle resultaten en de duurzaamheid daarvan. Zo probeerde het PRT het afgelopen jaar niet alleen amandelbomen uit te delen, maar ook verbeteringen aan te brengen voor het verpakken en het vermarkten van amandelen, en het onderhoud van de bomen.

De inwoners beklagen zich over het Nederlandse vertrek. Ze waarderen het cultuurgevoelige optreden van de Nederlanders, en zetten dat af tegen het ruwere optreden van de Amerikaanse special forces. Het nieuwe PRT, dat grotendeels uit VS-militairen bestaat en zal worden geleid door een Australische diplomaat, moet zich voor de Afghanen opnieuw bewijzen. Die kijken de kat uit de boom. En voor de Nederlanders geldt: juist nu ze het opbouwwerk onder de knie krijgen, gaan ze weg.

Lees de vijf eerdere delen van deze reeks op nrc.nl/uruzgan