De geschiedenis der mensheid is erger dan een grandguignol

Cover van het boek De duim van Alva van Kisling & Verhuyck.
Cover van het boek De duim van Alva van Kisling & Verhuyck.

Kisling & Verhuyck: De duim van Alva. De Arbeiderspers, 240 blz. € 19,95

Niet veel thrillers beginnen met een geschiedenisles; maar van de nieuwe Kisling & Verhuyck kun je het verwachten. Ook de eerdere romans van het thrillerduo – bestaande uit romancière Corine Kisling en historisch letterkundige Paul Verhuyck – speelden met het verleden. In Het leugenverhaal draaide de intrige om de Heilige Graal en Van den vos Reinaerde, in Kwelgeest om een ontbrekend gedeelte uit het 15de-eeuwse manuscript van Tijl Uilenspiegel. Dit keer gaat het om de erfenis van de Hertog van Alva, en dus is voorinformatie over de beginjaren van de Tachtigjarige Oorlog en de anti-ketterse wreedheden van de IJzeren Hertog geen overbodige luxe.

De duim van Alva is geen bibliothriller zoals zijn twee voorgangers. ‘Spookhuisthriller’ zou een betere benaming zijn, al was het alleen maar omdat de plot is geweven rondom de grote pinksterkermis van Antwerpen, de Sinksenfoor. Op dit zes weken durende volksfeest komt met de jaren meer agressie los, en de bewoners van Het Zuid, waar de kermis al sinds de Middeleeuwen plaatsheeft, zoeken naar oorzaken. Zijn de nieuwe attracties te opzwepend, of is de locatie vervloekt omdat hier eens het martelkasteel stond van Alva en zijn inquisiteurs?

Die laatste theorie, gebaseerd op het begrip resident evil, wordt onderzocht door Cornelis Reyziger, een Nederlandse journalist die geboren is in Den Briel (!) en met zijn vriendin sinds enige tijd in Het Zuid woont. Zijn speurwerk rijt oude wonden open en loopt bovendien parallel met de acties van een bewonersgroep die te allen prijze probeert om het stadsbestuur te doordringen van de gevaren van de Sinksenfoor. Een climax met nogal wat slachtoffers kan vanzelfsprekend niet uitblijven, net zo min als in Herman Frankes resident evil-roman Wolfstonen (2003, over de ondergang van een stadsvernieuwingsproject) waaraan De duim van Alva enigszins doet denken.

Een belangrijke rol in deze thriller wordt gespeeld door het Theater van de Angst, dat op de kermis met (te) veel succes de gloriedagen van de grandguignol doet herleven. De gruwelijkheden die door de vakmensen op het toneel worden nagespeeld, vallen echter in het niet bij de historische gruwelen waardoor tot 1577 (toen de Spanjaarden Antwerpen verlieten en de dwangburcht van Alva werd afgebroken) Het Zuid werd opgeschrikt. ‘Jij hebt het over de geschiedenis als Grand-Guignol?’, zegt een van de personages in gedachten tegen de directeur van het Theater. ‘Lieve jongen, de geschiedenis der mensheid is honderd keer erger.’

Kisling & Verhuyck zijn vaardige plotters en hebben merkbaar plezier in het leggen van verbindingslijntjes door de vaderlandse geschiedenis. Af en toe schemert de kennis (en de Vlaamse achtergrond) van Verhuyck, een specialist in de middeleeuwse volkscultuur, door de regels heen, maar nooit zo dat het hinderlijk wordt. Op razende spanning hoef je niet te rekenen in De duim van Alva; maar iedereen die genoeg heeft van de standaardplots van zogenaamde literaire thrillers – vrouw neemt wraak op foute mannen, sympathieke inspecteur lost moord op – kan er veel plezier aan beleven.