Zei hij dat écht? Ha ha, ja en toen zei ik...

Hoeveel over je privéleven vertel jij op de werkvloer?

Hopelijk niet te veel. Want het zogenoemde Too Much Information-syndrome kan behoorlijk tegen je werken.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, lacht om een opmerking van vicepresident Joe Biden. Foto Polaris August 18, 2009, Washington, District of Columbia, USA: United States Secretary of State Hillary Rodham Clinton laughs at a remark by Vice President Joe Biden as they wait for the start of a press statement by President Barack Obama and Egyptian President Hosni Mubarak in the Oval Office.///Hillary Rodham Clinton (L) and Joe Biden sit and laugh while others stand in the Oval office waiting for a meeting to begin. Credit: Polaris
De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, lacht om een opmerking van vicepresident Joe Biden. Foto Polaris August 18, 2009, Washington, District of Columbia, USA: United States Secretary of State Hillary Rodham Clinton laughs at a remark by Vice President Joe Biden as they wait for the start of a press statement by President Barack Obama and Egyptian President Hosni Mubarak in the Oval Office.///Hillary Rodham Clinton (L) and Joe Biden sit and laugh while others stand in the Oval office waiting for a meeting to begin. Credit: Polaris Polaris/Hollandse Hoogte

Het is fijn als de sfeer op een werkvloer ontspannen is. Collega’s maken tijd voor een praatje voordat het onderwerp ‘werk’ aan bod komt. Vergaderingen worden luchtiger met een goede grap of anekdote hier en daar. Niemand ontwijkt de baas, hij doet zelfs lekker mee met het geklets.

Maar wat als (en dit is waargebeurd) een van je collega’s in zo’n ontspannen bui een pikante onthulling over zichzelf doet, of specifiek over zijn ontmaagding? Een onthulling waarvan iedereen denkt: dat hadden we nou niet over jou willen weten.

Het komt allemaal door nieuwe sociale media als Facebook of Skype en het succes van reality tv, dat we elk detail van ons leven willen delen met iedereen. Tenminste, dat meldde de Wall Street Journal twee maanden geleden. Ook met collega’s. We zouden ongevoelig zijn geworden voor het idee dat bepaalde informatie toch echt privé is. En dus bespreken mensen van alles over hun privéleven op het werk: de puberperikelen van een zoon of dochter, de pogingen om af te komen van een eeltknobbel aan de grote teen, maar ook geld- en huwelijksproblemen.

In Engelstalige media wordt het de Too Much Information-syndrome genoemd. De Amerikaanse socioloog Jan Yager schreef er in 2004 al over in Who’s that sitting at my desk? (in het Nederlands vertaald: Hoe overleef ik mijn collega’s). Yager: „Het is natuurlijk ook omdat veel mensen hard werken en zo weinig tijd hebben voor een privéleven dat ze persoonlijk en vriendschappelijk contact bij collega’s zoeken.”

Die openheid op de werkvloer kan ook zeker negatieve gevolgen hebben, zegt Yager. „Als die collega tegen wie je zo open bent geweest, later promotie maakt en je baas wordt, kan hij die persoonlijke informatie tegen jou gebruiken.” Bijvoorbeeld: wanneer bekend is dat je huwelijksproblemen hebt, zal de baas, bewust of onbewust, een zakenreis eerder overlaten aan een ‘stabielere’ werknemer.

Ook als het gaat om het contact tussen collega’s onderling kan te veel geklets over het privéleven schadelijk zijn. „De casus ‘hoe om te gaan met die collega die hardnekkig zijn ziel en zaligheid over je uitstort’ komt ook voor in mijn trainingen”, zegt Luc Mutsaers van plezieropjewerk.nl. Mutsaers geeft trainingen in werkplezier. Hij wordt, meestal in aanloop naar of vlak na een reorganisatie, ingehuurd door banken, verzekeraars en overheidsinstellingen. Mutsaers: „Het stoot heel erg af. Mensen gaan je ontwijken of gesprekken afkappen.”

Wat adviseert Luc Mutsaers in zijn trainingen bij een ongemakkelijk ‘too much information’-moment? Er zijn twee standaard feedbackstapjes die je kunt nemen, zegt hij. „Vertel die collega wat je gevoel is bij die onthulling en verzoek om dat in de toekomst anders te doen. Dus bijvoorbeeld: ik vind het nogal ongepast dat je me zoiets privé vertelt, we kunnen het beter wat zakelijker houden.”

Werknemers die in scheiding liggen, moeten daar met hun baas over kunnen praten. Mutsaers: „Relatieproblemen zijn tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld, en zoiets heeft onvermijdelijk effect op je werk. De baas kan begrip tonen of zeggen daar heb ik niets mee te maken. In ieder geval weet je waar je aan toe bent.”

Behalve het gevaar dat collega’s je gaan ontwijken als je begint over je eeltknobbel of vervelende tiener, geef je mensen ook voer om te roddelen. Lea Ellwardt, onderzoeker bij de universiteit van Groningen naar roddelen op de werkvloer, zegt dat er bij roddelen een belangrijke stelregel is: hoe minder er bekend is over een collega, hoe minder er over hem wordt gekletst. Ellwardt: „Als niemand iets kan bijdragen aan de geruchtenstroom stopt het gesprek snel.”

Maar je mag best iets over jezelf vertellen op de werkvloer. Dat kan de band met collega’s versterken. Dan werkt het als een soort signaalfunctie, namelijk ‘ik beschouw je niet alleen als collega maar ook als betrouwbare persoonlijkheid met wie ik graag praat’. Alleen, zegt Ellwardt, je moet wel selectief zijn. „Als je met iedereen wat deelt dan is het effect van de signaalfunctie minder. Mensen kunnen denken: ons gesprek is niet exclusief, hij praat er met iedereen over.”

Luc Mutsaers ziet het als een randvoorwaarde voor een goede collegiale sfeer: even praten over het weekend en omgekeerd interesse tonen voor de verhalen van de ander. „Maar”, zegt hij, „let op dat je niet doorschiet. En hou mensen niet een uur van hun werk met je verhalen.” 

Een collegaschap (workship), zo noemt socioloog Jan Yager de ideale verhouding tussen collega’s. Het is meer dan de relatie die je hebt met zomaar een kennis maar gaat niet zover als een echte vriendschap. Yager: „Begin open en positief op een werkplek maar zet het werk altijd op de eerste plek. Bedenk bij alles wat je zegt en doet hoe het kan overkomen op de baas.” Het klinkt logisch, maar vertel alleen wat je wil dat mensen op het werk van je weten, zegt Yager. „Kijk daarbij uit dat je niet slechts opschepperige verhalen vertelt.”

Ga pas verder, adviseert Yager, als een collega betrouwbaar blijkt. Volgens haar kan een collegaschap na drie jaar alsnog omslaan in een vriendschap.