Verdeler van Brits filmgeld stopt

De UK Film Council, het instituut dat in Groot-Brittannië films subsidieert, wordt opgeheven. Dat maakte de Britse regering gisteren bekend. De UK Film Council heeft sinds 2000 negenhonderd films mede gefinancierd. Het instituut, dat jaarlijks 15 miljoen pond (18 miljoen euro) te besteden heeft, moet de lopende projecten uiterlijk april 2012 afsluiten.

Het subsidiegeld is afkomstig van The National Lottery, de overheid financiert de verdeelorganisatie met 75 medewerkers. Het is nog onbekend hoe de Britse subsidiegelden voor film zonder de UK Film Council verdeeld zullen worden. „De regering zegt dat de overheidssubsidie voor film blijft bestaan, maar de verdeling van die subsidie is juist zo belangrijk”, zei producent en lid van de UK Film Council Rebecca O’Brien tegen The Guardian. „Die taak is al moeilijk genoeg, een systeem neerhalen zonder idee hoe het verder moet, is waanzin.”

Staatssecretaris voor Cultuur Jeremy Hunt (Conservative Party) noemt de beslissing onderdeel van de wens om „kritisch te kijken naar een aantal publieke instellingen en de kosten die deze met zich meebrengen”. Ook past het in de kabinetsstrijd tegen bureaucratie in het (semi)overheidsapparaat.

Er zijn ook positieve reacties op het besluit. Regisseur Alex Cox: „Dit is goed nieuws voor wie zich bezighoudt met onafhankelijke films. De Film Council heeft nationale gelden naar Hollywood gestuurd. Ze waren van mening dat James Bond en Harry Potter Britse films waren. Maar de opbrengst van deze Amerikaanse films ging rechtstreeks naar Los Angeles.”

De UK Film Council is vergelijkbaar met het Nederlandse Filmfonds. Hoofd Financiën George van Breemen noemt de beslissing van de Britse regering „penny wise and pound foolish”. „Ik vraag me af wie nu de gelden gaat verdelen. Dat moet toch op een bekwame manier gebeuren.” Het Filmfonds kan tot 2012 rekenen op steun van de overheid. „Maar onze relatie met de Nederlandse overheid is zo goed, ik kan me niet voorstellen dat ons eenzelfde lot zou treffen”, aldus Van Breemen.