Schatbewaarder van Thorbecke

VVD-coryfee Henk Vonhoff is gisteren na een kort ziekbed overleden. Hij was een kleurrijke politicus: spits, geestig en erudiet.

VVD prominenten Frits Kolthals Altes(1931) & Henk Vonhoff(1931) . foto VINCENT MENTZEL/NRC==F/C==Rotterdam, 18 oktober 2007
VVD prominenten Frits Kolthals Altes(1931) & Henk Vonhoff(1931) . foto VINCENT MENTZEL/NRC==F/C==Rotterdam, 18 oktober 2007 Vincent Mentzel 2007

De gisteren op 79 jarige leeftijd na een kort ziekbed overleden Henk Vonhoff behoorde tot de klassieke liberalen binnen de VVD. Al sinds de oprichting van de partij in 1948 was hij lid. Liberaal in de ware zin van het woord vond hij zelf. „Liberalen zijn nooit socialist geweest, maar wel altijd links”, was een gevleugelde uitdrukking van hem. „Liberalisme en conservatisme zijn niet alleen historisch maar ook qua mentaliteit doodsvijanden van elkaar.” Lang niet alle partijgenoten waren het daarmee eens.

Overigens had hij als staatssecretaris van Cultuur Recreatie en Maatschappelijk werk in het kabinet De Jong (1967 – 1971) vooral een rechts imago, maar dat had meer met de toen heersende tijdgeest te maken. Als staatssecretaris stelde hij een groot aantal subsidies ter discussie en bracht daarmee de nodige demonstranten op de been. „Vonhoff grote lul’’ werd er gescandeerd waarop hij op laconieke wijze reageerde: „Voorzitter, gelukkig wordt mijn potentie niet in twijfel getrokken’’.

Weinig ledenvergaderingen sloeg hij over en weinig gelegenheden liet het erelid voorbij gaan om met zijn bekende basstem , zijn mening te ventileren. Dat de oud-leraar geschiedenis daarbij veelvuldig teruggreep op de historie was een vast gegeven. Venijnige humor schuwde Vonhoff ook niet. Een partijrapport dat begon met de zin „de wereld verandert snel” becommentarieerde hij vanaf het spreekgestoelte met de woorden „zegt u dat wel buurvrouw”.

Vriend en vijand roemen de verbluffende eruditie en welbespraaktheid van de gewezen geschiedenisleraar. Hij strooit met citaten, welluidende volzinnen en geestige frasen. Verontrustende cijfers in een al even onrustbarend rapport woof hij fijntjes weg: „Statistieken hebben voor sommigen dezelfde functie als lantaarnpalen voor dronkaards: ze bieden enige ondersteuning maar leiden nimmer tot verlichting”, schudt hij dan uit de mouw

Vonhoff verhoogde als staatssecretaris het bibliotheekgeld tot 12 gulden per jaar. „De mensen moeten betalen, pas dan vinden ze het iets waard”, zei hij. Hij bepleitte toen (1971-73) ook al de komst van de Olympische Spelen naar Amsterdam. Later werd hij lid van het comité dat de Spelen van 1992 naar Amsterdam moest halen. Dat mislukte jammerlijk. Net als zijn campagne om het lidmaatschap van het Internationaal Olympisch Comité te bemachtigen. Juan Antonio Samaranch prefeerde een andere zwaargewicht, Anton Geesink.

Niet lang daarna verdween Vonhoff, ooit ook voetbalscheidsrechter, uit de sportwereld. Zijn solistisch optreden had zijn positie nagenoeg onmogelijk gemaakt. Tot een ministerschap kwam het nooit. Na zes jaar in Groningen zat werd hij gevraagd op Defensie.

Vonhoff was een groot kenner van het gedachtegoed van de negentiende-eeuwse liberale voorman Thorbecke, de grondlegger van de Grondwet. Toen NRC Handelsblad op 21 april van dit jaar in een hoofdredactioneel commentaar een uitlating die Thorbecke in 1855 had gedaan, plaatste in het jaar 1885, belde hij de volgende dag op. „Dat is nieuw voor mij, dat Thorbecke toen nog leefde”, zo luidde zijn subtiele terechtwijzing.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Schatbewaarder van Thorbecke (26 juli, pagina 3) staat dat de zondag overleden VVD-coryfee Henk Vonhoff staatssecretaris van CRM in het kabinet-De Jong (1967 - 1971) was. Hij bekleedde deze functie in het kabinet-Biesheuvel dat van 1971 dat 1973 regeerde. Vonhoff kwam in 1967 in de Tweede Kamer.