Nooteboom houdt het mysterie liever intact

Cees Nooteboom: Scheepsjournaal. Een boek van verre reizen. Bezige Bij, 301 blz. €23,90.****

Cees Nooteboom wordt onweerstaanbaar getrokken naar de randen van de wereld: Ushuaia in het uiterste puntje van Vuurland, een ‘als Pompeï’ verlaten Russische kolenmijnstad op Spitsbergen, de resten van de Mayabeschaving. In het reisboek Scheepsjournaal zoekt hij met de zeereizen van Slauerhoff in gedachten de eenzaamheid op in verlaten streken en verdwenen geschiedenis.

Een aantal van de reisverslagen in dit boek werd eerder gepubliceerd in kranten en Ultima Thule verscheen als gelijknamig poolreisboek. Dit was evenals Scheepsjournaal voorzien van oude foto’s en documentairefoto’s gemaakt door Simone Sassen, maar door het kleine formaat en het papier in Scheepsjournaal komen deze vaak minder mooi uit dan in Ultima Thule. Bovendien zijn de woorden van Nooteboom al sprankelend en beeldend genoeg. Hij verbindt zijn scherpe observaties met het verleden, de politieke situatie en de literaire traditie van zijn reisbestemmingen. Dit zorgt voor een diepere lading, maar creëert ook afstand tot het geziene.

In de derde wereld volgt hij namelijk veelal het spoor van westerse ontdekkingsreizigers zoals Magelhaes en Barentsz en zoekt hij naar overblijfselen van het kolonialisme. Hij kijkt dus met een westerse blik die overal het ‘gewicht van de geschiedenis’ ziet, maar die minder oog heeft voor de hedendaagse werkelijkheid.

Nooteboom beschouwt vreemde landen en hun inwoners als onkenbaar. Dit verlost hem van inspanningen om de afstand tot de vreemdeling te overbruggen, door bijvoorbeeld een gesprek aan te knopen. Mijmerend observeert hij de inwoners van verre, waardoor ze soms niet meer zijn dan kleurrijke decorstukken. ‘Bestaat er een archeologie van gebaren?’ vraagt hij zich af, denkend aan hoe de Balinese vrouw al eeuwenlang een mand met vruchten op haar hoofd tilt. Na verloop van tijd snak je daardoor als lezer naar de woorden van de ander, ook om het zware gewicht van zijn bespiegelingen wat luchtiger te maken.

Nooteboom buit die afstand bewust uit om zijn verbeelding de ruimte te geven. Zo ziet hij op het trottoir vlakbij de rechtbank in de Mexicaanse havenstad Guadalajara echte schrijvers aan het werk, oftewel ‘schrijvers die mensen echt nodig hebben’. Zij tikken op de typemachine de verhalen uit van mensen die niet kunnen schrijven. Hij fantaseert over de inhoud: ‘een pleidooi, een verzoek, een liefdesbrief?’ Hij zou het hun kunnen vragen, maar terecht houdt hij hier liever het mysterie intact. In het weelderige universum van Nooteboom is de werkelijkheid vaak overbodig.

Vera de Lange

    • Vera de Lange