Slapen tussen de wijnranken

Joep & Janneke reizen langs Europese streekkeukens. In de Dourovallei drinkt Janneke port.

Deze week neem ik u mee naar de Dourovallei, een gebied dat zich uitstrekt van het Portugese Porto tot aan de Spaanse grens. Of eigenlijk is het natuurlijk andersom, stroomafwaarts, vanaf het punt waar niet langer van Ribera del Duero, maar van Douro wordt gesproken, nabij het stadje Vila Nova de Foz Côa, tot aan de monding van deze majestueuze rivier in de Atlantische oceaan.

Maar Porto is nu eenmaal een prettig vertrekpunt voor wie de vallei wil ontdekken. Langs de kade, aan de overzijde van het oude centrum, zijn alle grote porthuizen gevestigd, namen als Calem, Graham’s en Niepoort. Voor een alleszins schappelijk bedrag krijg je er een rondleiding inclusief proeverij. Voor de portwijnen van kleinere, exclusieve producenten als Quinta de la Rosa en Quinta Vale Dona Maria moet u naar de quinta’s zelf, in de Dourovallei.

Dat is een mooie reis, vanuit Porto met trein of auto richting het hart van de vallei. Het landschap verandert gaandeweg van vriendelijk glooiend naar heuvelachtig naar bergachtig, van groen naar nog groener, en telkens duikt die glinsterende rivier weer op, naamgever van de volle, tanninerijke wijnen die er gemaakt worden.

Een groeiend aantal quinta’s in de streek biedt bed and breakfast aan toeristen. Overnachten midden tussen de wijnranken kan bijvoorbeeld op Quinta Nova, een wijndomein nabij Pinhão in de subregio Cima Corgo, waar elegante, subtiel op hout gerijpte wijnen en goede ports worden gemaakt. Of, eveneens in de buurt van Pinhão, bij Quinta do Pego, dat viersterren accommodatie biedt. Op de meeste van deze quinta’s wordt ook voor de gasten gekookt.

Douro is altijd een dunbevolkt, desolaat gebied geweest. Pas de laatste jaren is er sprake van een goede verbindingsweg met de buitenwereld, en dat geïsoleerde zie je terug in de regionale keuken. Varkensvlees en aardappelen nemen een belangrijke plaats in op het menu; in de herfst wordt veel kastanjesoep gegeten. Tegelijkertijd is er volop wild, er is riviervis, er zijn olijven en amandelen, wilde paddestoelen en vijgen en de Portugezen weten daar op hun eigen, bescheiden manier veel van te maken.

Een van de uitzonderingen op die eenvoud vormt overigens restaurant Doc. De chefkok, Rui Paula, is tevens eigenaar van Dop, op dit moment het spraakmakendste restaurant van Porto. Het zou me niets verbazen wanneer Doc, met zijn verfijnde, en toch traditionele keuken, binnenkort een Michelinster krijgt toebedeeld.

Wat u vooral niet mag missen als u de streek bezoekt: de ambachtelijk gerookte worsten, zoals alheira, een smeuïge worst van kippen-, rund- en varkensvlees met broodkruim, en chouriço de sangue, een mildgekruide bloedworst. Arroz de pato, een zeer smakelijk gerecht van rijst met eend, spek en worst uit de oven. Voor wie durft: tripas à moda do Porto, een stoofpot van bonen en ingewanden.

En wat er in de koffer mee naar huis mag? Ik zou zeggen een fles Late Bottled Vintage van uw favoriete porthuis.