Het hele peloton in de kookpot

Dat wielrenners de hongerklop kunnen krijgen of pap in de benen hebben dan wel als een pannenkoek rondfietsen, dat wisten we al. Soms zetten ze de patatten op het vuur, een andere keer is het vuur juist onder de kroketten uit.

Als ze pech hebben is het buffet gesloten, dan mogen ze geen eten en drinken meer uit de volgwagens aannemen. Terwijl ze de Tour al niet kunnen rijden op een boterham met pindakaas.

Aan culinair getint wielerjargon is geen gebrek.

Duidelijk in opkomst en nog betrekkelijk nieuw is ‘gekookt’. Een renner kan soms bezig zijn aan een uitzichtloze chasse patate, ook wel als sjaspatat geschreven, maar gekookt zijn, dat is erger.

De tv-verslaggevers die voor de NOS de Tour de France volgen, Herbert Dijkstra en oud-Tourrenner Maarten Ducrot, zien dit jaar opvallend veel renners die gekookt zijn. Vinokoerov is gekookt. Sastre is gekookt.

Gekookt. Het bloed kan koken, je kan koken van woede, je kan zelfs een kokende motor hebben (nieuw vals grapje over Cancellara). Maar zelf gekookt zijn?

Het moet de groeiende Angelsaksische invloed in de wielersport zijn. I was cooked placht de Amerikaanse oud-schaatser Peter Mueller te zeggen. Uitgeput, bekaf. Zeg maar: gaar. Misschien hebben Armstrong, Cavendish en al die andere Engelstalige renners de term in het peloton gebracht. Frans wordt er steeds meer als voertaal verdrongen.

Toch doemt het beeld op van een kookpot vol renners met weinig vlees op de botten, waar Tourorganisatoren, ploegleiders en verslaggevers sadistisch omheen dansen. En in het besef dat Ducrot er met grote regelmaat aan herinnert dat hij ‘de koning van Biafra’ was bijgenaamd, geeft dat toch te denken.

Maar goed. Een renner met jus in de benen laat zich niet koken. Hij pakt zijn musette aan, zet zijn worstenhelm recht, draait zijn koffiemolentje rond, trapt in de boter en is weg. Zolang hij maar niet vergeet te eten.

john kroon