Bewustzijn is een kwebbeldoos

Iedereen denkt wel eens na over hoe hij of zij zich zou gedragen in een situatie waarin je leven bedreigd wordt. Zou je een ander helpen, desnoods met gevaar voor eigen leven? Of zou je maar een halfslachtige hulppoging doen, of zelfs geen? Je hebt in zo’n geval wel hoop op een bepaald gedrag, of een voorkeur, maar wie een beetje oprecht over zichzelf nadenkt weet wel dat het niet makkelijk te voorspellen is wat je zult doen, tenzij je je getraind hebt op dergelijke situaties.

En dan is dat nog min of meer overzichtelijk. Er zijn veel duisterder en complexere gebieden, zeker als je naar je leven kijkt en je afvraagt waarom je sommige beslissingen hebt genomen, of je afvraagt of je wel beslissingen hebt genomen, of het niet meer zo was dat de dingen gingen zoals ze gingen, je bood geen verzet, je wilde het een en nam het ander erbij, een vriend kocht een huis en zo kwam jij in Spanje terecht, geheel toevallig, maar achteraf ben je blij: je zou nergens anders willen wonen dan daar.

In zijn boek De vrije wil bestaat niet betoogt Victor Lamme, hoogleraar cognitieve neurowetenschap, dat we helemaal geen keuzes maken. Dat zeggen we wel, maar niet ‘wij’, datgene in onszelf dat we ons ‘ik’ noemen, doen dat, maar ‘ons brein’. We zijn, daar komt het eigenlijk op neer, een soort robots, geheel geprogrammeerd door de verbindingen in onze hersenen. Ons brein ‘weet’ dingen die ‘wijzelf’, ons bewuste ik, niet weten. Door metingen te doen in het brein kunnen onderzoekers vrij precies voorspellen of wij sommige dingen zullen kopen of niet als ze ons daar plaatjes en prijzen van laten zien – beter dan wij zelf als ons er naar gevraagd wordt. Onze beslissingen hangen niet af van wat we zeggen te denken, maar van waar ons brein op reageert en hoe het dat doet.

Lamme komt met mooie voorbeelden, boeiende gevallen van allerlei patiënten met hersenafwijkingen aan wie ongelooflijke dingen gemeten kunnen worden – heel interessant en leerzaam.

Maar of hij zo minachtend moet doen over elke vorm van zelfkennis weet ik niet. De linkerhersenhelft, waar ons vermogen tot talig commentaar zit en tot het interpreteren van ons gedrag, wordt door Engelstalige onderzoekers ‘the brain interpreter’ genoemd, door Lamme ‘de kwebbeldoos’. Dat woord zegt het al een beetje. Van een kwebbeldoos is weinig te verwachten.

Een schaker die, zoals Hein Donner ooit deed, zegt dat schaken toch vooral intuïtief is, dat de schaker op het moment van zetten ‘maar wat aan rotzooit’, wordt meteen gebruikt: zijn gedachten, zijn kwebbeldoos, weten niet waarom hij iets deed, maar „zijn brein weet het natuurlijk wel”. En al snel duikt dan de formulering ‘ons ware ik’ op – dat is het voor ons bewustzijn ontoegankelijke brein.

Ja zeg. Eerst heeft iemand jarenlang geschaakt, zichzelf geleerd hoe dat moest door eindeloos te trainen en op het moment dat hij het kan, en dus niet steeds meer hoeft te redeneren, is hij dat ineens niet meer ‘zelf’, maar is het schaken ‘zijn brein’.

Zo zien we ook Churchill die een moeilijke beslissing moest nemen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog: het vernietigen van een aantal Franse oorlogsschepen. Hij heeft zelf uiteengezet waarom hij die beslissing zo had genomen. Maar ‘wij’ nemen geen beslissingen, alles wat ‘de kwebbeldoos’ daarover zegt is onzin, en dus construeert Lamme een mogelijke onbewuste drijfveer van Churchill die een belangrijke rol gespeeld zou kunnen hebben bij de beslissing. Dat is natuurlijk psychologie van de koude grond, en dat weet Lamme zelf ook. Het punt is vooral dit, zegt hij: „Churchill weet zelf ook niet waarom hij besluit de Fransen naar de bodem van de zee te jagen.” Dat was nu juist wat hij aannemelijk moest maken. Hij voegt eraan toe: „dat de hersenprocessen die aan het nemen van een dergelijke beslissing ten grondslag liggen, niet anders zijn dan bij het kopen van een product A of B.” Ook dat heeft hij nog niet aangetoond. En bovendien, al was dat zo, dan is het interessante misschien niet die altijd gelijke hersenprocessen. Iemand die een lompe beenbeweging maakt, gebruikt dezelfde spieren als een danseres.

Wat is trouwens een bewuste keuze? Is dat wat iemand zelf zegt? Of zijn we ons ook bewust van van alles en nog wat zonder dat we dat onder woorden kunnen brengen?

En dan bedoel ik niet: slaat ons brein dingen op die ‘wij’ niet weten, maar: kun je al je overwegingen, gevoelens, gedachten, aarzelingen, associaties wel in taal omzetten? En als dat niet kan, betekent dat dan dat je je van iets niet bewust bent? Er is veel ongrijpbaars in ons waarvan we op een onuitlegbare manier weet hebben.

Het boek van Lamme geeft voortdurend de indruk dat bewustzijn hetzelfde is als de mogelijkheid om iets in taal uit te drukken, maar dat is een nogal krappe definitie.

Elke beetje introspectieve persoon kent het verschijnsel dat je allerlei dingen woordeloos over jezelf ‘weet’, dingen die je op geen enkele manier tot uitdrukking kunt brengen als je dat al zou willen. We kennen onszelf zeker niet tot in de puntjes, maar om zo haastig teruggebracht te worden tot ‘een kwebbeldoos’ en een ‘brein’, en te horen te krijgen dat onze gedachten zo goed als geen invloed hebben op ons handelen – hmm. Dat klinkt iets te simpel. Dan zouden de neuromannetjes toch nog wel met héél wat verfijnder onderzoek op de proppen moeten komen.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/vos