Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Bangles-liedje zingen op een kokosbomenstrand

Tentoonstelling Play On – A.P. Komen / Karen Murphy. T/m 3 okt. Stedelijk Museum Schiedam. Inl. stedelijkmuseumschiedam.nl ***

Op sommige dagen is het Stedelijk Museum in Amsterdam gewoon een overgeslagen plek in je hoofd. Vergeten, weg. Maar op andere dagen dringt de betekenis van de vele jaren van sluiting en stilte zich hard aan je op. Dat is bijvoorbeeld als je oog in oog staat met werk van kunstenaars van wie je vijftien jaar geleden had gehoopt dat ze zouden doorbreken. Ze hadden het in hun mars, ze kregen aanmoedigingsprijzen, een eerste, voorzichtige presentatie in een middelgroot museum in de provincie volgde.

Maar toen sloot het Stedelijk zijn deuren – en dat betekende meer dan alleen een bordje ‘gesloten’ op de deur. Het werd stil rondom die veelbelovende kunstenaars. Of liever gezegd, hun carrières pruttelden voort, maar de echte doorbraak – zoals Rob Scholte of Berend Strik in de jaren negentig hadden na een solo in het Stedelijk Museum – bleef uit.

Het kunstenaarsstel Pim Komen (1964) en Karen Murphy (1968) behoort tot die categorie sudderaars. In 1994 kwamen ze van de Rijksakademie in Amsterdam. Klaar voor de start.

Hun werk bestond uit video’s, foto’s en tekst waarmee ze meeslepende installaties construeerden die de grenzen van de kitsch aftastten, maar dat op een volstrekt serieuze manier. In de jaren van ironie en postmodern cynisme was het werk van Komen en Murphy een verrassing. Universele, maar mierzoete thema’s werden aangesneden. Die thema’s gingen over liefde en haat, vertrouwen en wantrouwen tussen ouders en kinderen, tussen minnaars onderling en tussen broers en zussen. Muziek speelde altijd een rol – lekkere vette jammerliedjes van de Gypsy Kings, the Bangles en Barry White die de kijker meevoerden in een melancholiek spel van waar en onwaar, van geloofwaardig en ongeloofwaardig. En altijd lukte het Komen en Murphy om een snaar bij hun kijkers te raken. Waarom? Omdat ze de bal altijd terugkaatsten. Wat zou jij doen, als je werd gedumpt? Hoe zou jij je voelen als je plotseling zwanger raakte?

De onderwerpen die het duo onder de loep neemt, zijn nog steeds onveranderd: familiedrama’s, liefdesdrama’s, drama’s over verbroken vriendschappen. Dat blijkt op een mooie presentatie van drie grote video-installaties rondom het thema liefdesintriges, die deze zomer in het Stedelijk Museum Schiedam is te zien. De werken komen uit 1996, 2003 en 2005.

Het vroegste werk A Short Affair, uit 1996, is nog steeds het beste. In deze video wordt heel basaal, via teksten op een knalblauw scherm en gesproken zinnen van een wanhopige vrouw, duidelijk dat er van liefde eigenlijk geen sprake was. Via een antwoordapparaat probeert een vrouw contact te krijgen met haar minnaar die lijkt opgelost in de Londense mist. Woede en verdriet strijden om voorrang. Smekend klinkt het ‘Please, pick up the phone’. Troosteloos het: ‘Hello…. It’s me…. Bye….’. Of boos: ‘Hello shitface…. Fucking answering machine!’ In al zijn simpelheid is A Short Affair een weemoedig document van vergeefsheid en verdriet.

Voor Too much reality (2003) vroegen Komen en Murphy een groep rugzaktoeristen om in de Thaise strandhut ‘nr. 13’ een nacht door te brengen om te kijken of het er spookt. De belevenissen werden vastgelegd in een videodagboek. In het museum is de strandhut nagebouwd, compleet met schelpen-windvanger, bijeengeveegde peuken en kroondoppen, een waslijn met knijpers eraan. Een zaal verderop zijn de videofragmenten aan elkaar gemonteerd. De nacht in nr. 13 blijkt niet een lome registratie van een tropische nacht te zijn, maar een afrekening met de innerlijke demonen van de ‘pleasure seekers’ zelf.

Het nieuwste werk Play On is een montage van zanglijnen, gezongen door negen mannen op een kokosbomenstrand. Om de beurt brommen, murmelen en jammeren ze een flard van de smartlap Eternal Flame van The Bangles. De een doet z’n best, de ander maakt er een geintje van, weer een ander speelt alsof hij een ‘brandend gevoel’ in zijn hart heeft.

Play On is het zwakste werk van de drie. Omdat het werk niet veel meer zegt dan dát mensen op verschillende manieren voor een camera acteren en dát emoties er onecht uitzien als ze worden gedeconstrueerd zoals in Eternal Flame.

Het probleem met het werk van Komen en Murphy – hoe oogverblindend dat ook is – is dat de thematiek na al die jaren toch wat sleets raakt. Uiteindelijk gaan ze irriteren, die pilletjes slikkende gelukskinderen, die nooit iets verschrikkelijkers hebben meegemaakt dan het overspel van een vriend, de leugens van een vriendin. Na het veelbelovende begin van vijftien jaar geleden lijkt die koek nu wel op.

Dat deze kunstenaars ‘sudderen’ is dus niet alleen te wijten aan de sluiting van het Stedelijk Museum. Het wachten is op werk waarin ze hun blik eens richten op zaken die verder weg liggen dan tuin, huis en keuken.