Verdwenen in een snelkookpan van kermisgebeurtenissen

Kevin Brooks: Zwartkonijn. Vertaald door Jenny de Jonge. De Harmonie, 422 blz. €21,50

Wie niet kan strelen, kan ook niet slaan, luidt een oude tenniswijsheid die ook opgaat voor de literatuur. De Britse schrijver Kevin Brooks kan zo goed strelen en slaan, dat hij behoort tot de beste jeugdboekenschrijvers ter wereld. Zijn romans zijn hard en zacht, wreed en teder, warm en koud, spannend en beschouwend, realistisch en magisch – voor stoere jongens en voor wijze meisjes.

In dit contrastrijke en indrukwekkende oeuvre is Zwartkonijn naadloos in te passen. Deze net verschenen jeugdroman bevat de vertrouwde Brooks-cocktail: een geweldsvulkaan die elk moment kan uitbarsten, een sympathieke maar gehate buitenstaander, een beklemmende dorpsgemeenschap, een dreigend landschap, innerlijke stemmen die echt lijken. Maar Zwartkonijn brengt ook nieuwe ingrediënten, zoals het beroemd-zijn-om-het-beroemd-zijn en andere uitingen van de instant-cultuur op internet.

Zwartkonijn is een thriller, waarin een groepje adolescenten volwassen wordt in de verwikkelingen rond een moord. Pete Boland gaat op uitnodiging van een oude vriendin-geliefde met een groepje oude vrienden mee naar de kermis in het dorp. Die kermis ontpopt zich op een snikhete zaterdagavond tot een snelkookpan van gebeurtenissen en emoties. Als de verschrikkelijke nacht voorbij is, blijken twee mensen te zijn verdwenen: Pete’s boezemvriend Raymond en Stella, een nationale ster à la Paris Hilton die ooit in het dorp woonde.

Brooks weeft vaardig een plot rond de speurtochten naar Stella en naar Raymond, waarbij hij de sleutelscènes knap aan elkaar koppelt. Nog overtuigender is Brooks in de onttakeling van de vriendengroep, waarin ieder zijn eigen geheime agenda blijkt te hebben. Wat had vriendschap eigenlijk voorgesteld, vraagt Pete zich af: ‘We hadden samen hutten gebouwd./ We waren vrienden./ Maar hadden we elkaar ooit echt gemogen?’

Raymond is de enige echte vriend van Pete. Raymond is een eigenaardige jongen die gelooft dat zijn zwarte konijn met hem praat. Hij is de typische Brooks-buitenstaander, die in alles authentiek is en juist daarom nauwelijks wordt gepruimd. Raymond is vreemder dan de hoofdpersoon van Lucas (2004) en de zigeunerjongens in Dodenpad (2007), maar wordt door zijn vriend zo dicht op de huid beschreven dat hij toch even nabij is als zijn voorgangers.

Tijdens de zoektocht naar Raymond, die Pete verteert door schuldgevoel, hoort hij af en toe ook de stem van het konijn. Magie? Het lijkt eerder de uitdrukking te zijn van een diepe verwantschap tussen de twee jongens, die raakt aan versmelting. In de adolescentie draait vriendschap uiteindelijk om de identiteit van de een tegenover de ander, lijkt Brooks te willen zeggen met de innerlijke stem van Pete: ‘We hadden allemaal de ander kunnen zijn. Ik bedoel, stel dat het anders was gelopen, dan had jij mij kunnen zijn.’

De denk- en vertelkracht van Brooks ontlaadt zich in vele scènes, zoals de volgende. Midden in een koele nacht staart Pete naar de caravan van de waarzegster die mogelijk iets weet over Raymond. Pete geniet van de hemel die ‘bezaaid is met sterren’, hij mijmert over de gruwelijke zaterdagavond die bijna onwerkelijk lijkt en voelt tegelijkertijd hoe hij wordt beslopen door een onbekende. Als hij wordt betrapt, zegt hij: ‘Ik ben een vriend van....’ Precies, van wie? Dat is waar het om gaat.