Een geluk dat Organon zo lang bleef

De gedeeltelijke sluiting van Organon verbaast niet. De farmabedrijven besteden onderzoek uit maar in Nederland kan dat niet, aldus A. Benedictus.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer
Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Vanaf de jaren zestig heeft de pil van Organon miljoenen vrouwen in de gelegenheid gesteld hun kinderwens op te schorten of zelfs helemaal te laten varen. Hierdoor hielden ze tijd over om rookbommen naar de koningin te gooien en met hun vriendjes naar het gejeremieer van Boudewijn de Groot te luisteren, onderwijl de vrije liefde bedrijvend. Organon staat voor een prachtig stukje vaderlandse folklore. Over driehonderd jaar zal het bedrijf in één adem worden genoemd met de Hanzeroute en de Zaanse scheepsbouwers.

Maar aan alles komt een eind. Het Amerikaanse moederbedrijf van Organon, MSD, heeft vorige week besloten om de onderzoeksafdeling van Organon op te doeken en naar de VS te verplaatsen. Daarmee wordt het hart van het oude bedrijf weggesaneerd. Organon is niet meer. In Oss, thuisstad van Organon, schreeuwt men moord en brand. Ondernemingsraad en bonden zeggen niet te begrijpen hoe je “een goedlopend bedrijf” kunt sluiten. Dat protest is naïef. De sanering van Organon is een logisch gevolg van ontwikkelingen in de farmaceutische industrie van de afgelopen twintig jaar.

De grote geneesmiddelenfabrikanten raken langzamerhand door hun uitvindingen heen. Jarenlang verdienden ze fortuinen met de verkoop van zogeheten blockbusters: gepatenteerde geneesmiddelen met een omzet van meer dan een miljard dollar per jaar. Pfizer had Viagra (tegen erectiestoornissen), Merck had Zocor (tegen hoog cholesterol) en AstraZeneca had Losec (maagzuurremmer). Met het verlopen van het patent op deze middelen, blijkt dat de onderzoeksapparaten van de farma-giganten te log en te weinig vindingrijk zijn om het verlies aan omzet te compenseren met innovaties. Om die reden werkt de farmaceutische industrie toe naar een ‘open innovatie’-model. Hierin zoeken de grote molochs samenwerking met kleinere, innovatieve start-up bedrijfjes. Zo hopen ze sneller en goedkoper tot waardevolle vondsten te komen.

In dat licht is het besluit van MSD om haar onderzoeks- en ontwikkelingsactiveiten in de VS en niet in Nederland te concentreren, prima te begrijpen. Afgezet tegen het aantal Amerikanen dat een eigen bedrijfje runt, lijkt de Nederlandse ondernemer wel een overbejaagde diersoort. Bovendien is ‘geld verdienen’ voor Amerikaanse onderzoekers geen vies woord, en verknoeien Amerikaanse universiteiten hun tijd niet met taalonderwijs aan eerstejaarsstudenten. Daarnaast, niet onbelangrijk: in Amerika is de gezondheidszorg een markt, geen planeconomie. Misschien had MSD Organon naar Zwitserland kunnen verplaatsen. Of naar India. Maar Organon mag eigenlijk best blij zijn dat het nog zo lang in Oss kon blijven.

Hoe nu verder? Het vertrek van Organon is door de FNV bestempeld als een „klap voor de kenniseconomie”. Begrijpelijk. Als je weinig van iets bezit, is ieder verlies een klap. Men wil nu iets terugdoen voor de kenniseconomie, door in Oss een ‘innovatiecampus’ op te richten. Dat moet een samenwerking worden tussen de gemeente, de Nederlandse overheid en MSD. Van de laatste verwacht men uiteraard een fikse investering, als financiële genoegdoening voor het gedane leed. Het idee is om een ‘innovatief klimaat’ te scheppen, waarin beginnende farmaceutische bedrijfjes Oss nieuw leven in moeten blazen.

De oprichting van de innovatiecampus zou een wonderlijk staaltje struisvogelpolitiek zijn. De plannen voor de campus gaan volledig voorbij aan de reden waarom MSD hier is vertrokken: namelijk dat Nederland geen enkele notie heeft van het begrip ‘innovatie’. In echte kenniseconomieën, bijvoorbeeld in Cambridge, Tokio of Silicon Valley, zijn innovaties de resultante van een soort laagdrempelig ping-pong-proces tussen investeerders, onderzoekers en ondernemers. Zo’n kenniseconomie is Nederland niet. Bij ons staat ‘innovatie’ gelijk aan een langzaam voorbijtrekkende stroom papier. De innovatiecampus die op de ruïnes van Organon moet verrijzen, roept een beeld op van risicoloos vergaderen over zeven schijven. In een taal die enkel woorden kent als koploperomgeving, kennisvoucher en regievraagstuk. En ver weg in mistige burelen, zit het Innovatieplatform in Den Haag. Als Nederland al iets is, is het een stichtelijke handelsbureaucratie.

A. Benedictus werkte bij diermedicijnbedrijf Intervet en is wetenschappelijk medewerker in de medische sector.