Anni was ook een beetje van ons

Anni Friesinger, een van de succesvolste schaatssters, stopt wegens een blessure.

Een Duitse diva die vaak ruzie had in eigen land, maar Thialf altijd deed smelten.

Annie Friesinger aan de start van het EK in Heerenveen in 2003. Foto Sake Elzinga Nederland-Heerenveen-05-01-2003. EK schaatsen 5000 meter vrouwen. Anni Friesinger. Foto: Sake Elzinga
Annie Friesinger aan de start van het EK in Heerenveen in 2003. Foto Sake Elzinga Nederland-Heerenveen-05-01-2003. EK schaatsen 5000 meter vrouwen. Anni Friesinger. Foto: Sake Elzinga

Ze had haar glansrijke loopbaan zo graag op haar eigen baantje in Inzell willen afsluiten, tijdens de WK afstanden volgend jaar. Op het ijs waarop ze als klein kind had leren schaatsen zou de cirkel van haar sportieve leven zich sluiten. Maar de knieoperatie die Anni Friesinger-Postma kort na de Winterspelen in Vancouver onderging blijkt ontoereikend om haar carrière nog langer te rekken. De 33-jarige Duitse, die een karrenvracht aan schaatsmedailles verzamelde, was genoodzaakt definitief te stoppen.

Met het vroegtijdige afscheid van de goedlachse Zuid-Duitse verliest de sport een van zijn grootste iconen. Mede door haar sportieve successen – waaronder drie keer olympisch kampioen en drie keer wereldkampioen allround – dwong Friesinger respect af in de schaatswereld, maar vooral in Nederland groeide ze uit tot een publiekslieveling van wie Thialf geen genoeg kon krijgen.

In Heerenveen hing altijd een lichte oranje gloed rond Friesinger – een zeldzaamheid voor een sportvrouw gekleed in de kleuren van de Duitse vlag. Dat dankte ze mede aan haar spontane interactie met het publiek, haar vrolijke praatjes voor televisie, in haar typerende, gebroken Nederlands – de taal die ze leerde door haar relatie met oud-schaatser Ids Postma met wie ze vorig jaar in haar woonplaats Salzburg in het huwelijk trad. Sindsdien presenteert ze zich bewust als Anni Friesinger-Postma. Ouderwets, misschien, erkende ze vorig jaar, maar zelf vond ze het „cool”. „Ik ben trots op deze naam”, zei ze in de Provinciale Zeeuwse Courant.

Ook al is haar erelijst na zeventien jaar topsport nog zo indrukwekkend, zelf vond Friesinger nog dat ze veel te weinig uit haar carrière had gehaald, vooral op de Olympische Spelen, waaraan ze vier keer deelnam. Drie keer behaalde ze goud, waaronder twee keer op de ploegachtervolging.

Friesinger brak eind jaren negentig internationaal door, in een periode waarin het vrouwenschaatsen werd overheerst door de in voormalig Oost-Duitsland geboren Gunda Niemann en Claudia Pechstein. Als ‘Wessie’ – Friesinger werd geboren in Bad Reichenhall, in Zuid-Beieren – lag ze regelmatig overhoop met haar landgenoten. Haar moeizame relatie met Pechstein bereikte tijdens de Spelen van Salt Lake City (2002) een dieptepunt, toen de Duitse media zich stortten op de jaloezie tussen ‘Oost’ en ‘West’ en beide sterren bijna dagelijks tegen elkaar opzetten.

Met de media had de diva op schaatsen een moeizame band, net als met de Duitse schaatsbond, die in 2006 een einde maakte aan de gezamenlijke mannen- en vrouwenploeg, waar zowel Friesinger als Pechstein slachtoffer van werd. Friesinger, die liever met sterke mannen trainde, riep vaak dat Duitsers geen verstand hebben van schaatsen. Dan trok ze zich liever terug in haar woning in Salzburg, of op de boerderij van Ids Postma op het Friese platteland, ver weg van de Duitse media. In 2006 begon ze met coach Gianni Romme een eigen trainingsgroep met Nederlandse schaatsers.

Duitsland leerde haar de afgelopen jaren kennen als de glamourgirl van de wintersport, omdat ze zich weleens liet fotograferen in uitdagende en erotische poses, onder anderen met haar vriendin Marianne Timmer. „Ik denk dat veel vrouwen het leuk vinden om te worden opgemaakt. Ook fotoshoots zouden niet veel vrouwen afwijzen”, zei ze dit jaar in een interview met oud-kunstrijdster Katarina Witt voor Welt am Sonntag.

Een knieblessure, die voor het eerst de kop opstak in 2002, bleef Friesinger achtervolgen. Lange tijd wist ze het probleem voor zich uit te schuiven. „Ik kan pijn goed wegduwen”, zei ze vaak. Hoewel ze onder Romme minder wedstrijden ging rijden om haar krakende lijf te sparen, bleef ze haar grenzen zoeken, en met succes. In 2007 werd ze voor het eerst wereldkampioene sprint. „In mijn hart ben ik een allroundster, maar dat maakt deze titel alleen maar mooier”, zei ze.

Maar terugkerende knieklachten braken haar opnieuw op. Slijtage, concludeerde ze zelf. Ze had haar lichaam te jong te zwaar belast, niet alleen haar knieën, ook haar rug. Na een slopend revalidatieproces wist ze zich in de aanloop naar ‘Vancouver’ nog één keer terug te knokken, al wist ze dat de tijd van individuele successen eigenlijk voorbij was.

Achteraf was haar afscheid van het langebaanschaatsen kolderiek, spartelend op het olympische ijs van Richmond, waar ze uit pure vermoeidheid viel, vlak voor het einde van de halve finale van de ploegachtervolging, en wanhopig zwemmend op haar buik probeerde de finish te bereiken. Ze dacht dat ze het verknald had voor haar team, maar terwijl ze met haar vuist uit woede op het ijs sloeg bleek dat de Duitse ploeg toch de finale had gehaald. ‘Swimming On Ice!’, riep de speaker van de Richmond Oval gekscherend.

Maar Friesinger was in die glijpartij van een paar meter vijf jaar ouder geworden, zei ze. Het was meteen haar laatste race. Als een ode aan haar prachtige loopbaan bezorgden haar ploeggenoten haar in de finale nog een laatste gouden medaille.