Gesink in het spoor van Boogerd

Robert Gesink is de eerste Nederlander sinds Michael Boogerd die meedoet in het klassement van de Tour. Hij is daarmee cruciaal voor de toekomst van zijn ploeg.

Toeschouwers volgen het peleton, dat op weg is van Morzine-Avoriaz naar Saint-Jean-De-Maurienne. Foto Reuters The peloton cycles during the ninth stage of the Tour de France cycling race between Morzine-Avoriaz and Saint-Jean-De-Maurienne, July 13, 2010. REUTERS/Bogdan Cristel (FRANCE - Tags: SPORT CYCLING)
Toeschouwers volgen het peleton, dat op weg is van Morzine-Avoriaz naar Saint-Jean-De-Maurienne. Foto Reuters The peloton cycles during the ninth stage of the Tour de France cycling race between Morzine-Avoriaz and Saint-Jean-De-Maurienne, July 13, 2010. REUTERS/Bogdan Cristel (FRANCE - Tags: SPORT CYCLING) REUTERS

Hoelang is het geleden dat een Nederlandse wielrenner dit deed, jubelde de ervaren Raboploegleider Adri van Houwelingen gisteren tot twee keer toe na de negende etappe van de Ronde van Frankrijk. Zijn kopman Robert Gesink eindigde in de zware Alpenrit als elfde en klom op naar de zevende plaats in het algemeen klassement. „En dan de manier waarop. Hij gaat bergop mee met de besten van de Tour.”

De Franse televisie had nauwelijks oog voor de prestatie van Gesink. Er gebeurde ook van alles in de 204,5 kilometer lange rit met vier zware beklimmingen. Caisse d’Epargne was al vanaf het vertrek in de aanval. Leider Cadel Evans loste op de Col de la Madeleine, verloor acht minuten en raakte in tranen zijn gele trui kwijt. Er was een spannend duel tussen de twee sterkste renners in deze Tour: Alberto Contador en de nieuwe geletruidrager Andy Schleck. Lance Armstrong toonde veerkracht, in een achtervolgend groepje met ook Giro-winnaar Ivan Basso. En dan was er nog een Franse ritwinnaar, Sandy Casar.

In dit slagveld op de flanken van de Madeleine toonde Gesink, zondag al derde in Morzine-Avoriaz, opnieuw dat hij bij de beste klimmers van de Tour behoort. Als eerste van de favorieten volgde hij achter het topduo Schleck-Contador, in een groepje met zijn Russische medekopman Denis Mensjov, oud-ploeggenoot Levi Leipheimer en de Spanjaard Joaquin Rodriguez. Bergop bleef het verschil binnen de minuut. In de afdaling kwam er nog een minuut bij.

„Contador en Schleck gingen vrij vroeg op de klim”, zei Gesink na afloop. „Dat had ik niet verwacht. Het ontplofte helemaal. Ik kon niet reageren, dan moet je gewoon zo hard rijden als je kunt. Ik zat met drie smurfen. Kleine mannetjes, ik pakte veel wind. Zo’n klim trekt je helemaal leeg. Ik had de hele dag al last van mijn maag. Daardoor had ik op de top een hongerklop, en reed ik in de afdaling als een oud wijf in een rolstoel. Gelukkig kreeg ik op het vlakke nog twee ‘gelletjes’ van Jens Voigt (die was teruggevallen uit de kopgroep). Maar de laatste tien kilometer leken er wel dertig.”

Het resultaat vergoedde veel, al bleef Gesink (24) zelf kritisch. „Ik had misschien wat beter gehoopt. Er is nog ruimte voor verbetering, zullen we maar zeggen.” Toch mocht hij vanmorgen in Chambéry de witte trui aantrekken, als beste jonge renner in de Tour na gele truidrager Andy Schleck. Voor het eerst sinds Michael Boogerd (vijfde in 1998 en tiende in 2001) speelt een Nederlandse renner mee in de top van het Tourklassement. „Des te knapper als je ziet dat vanmorgen dertien nationaliteiten waren vertegenwoordigd in de top vijftien van het klassement”, vond Van Houwelingen. „Het wielrennen is veel internationaler geworden.”

Onverwacht is de prestatie van Gesink, vorig jaar ondanks een val zesde in de Ronde van Spanje , niet. „We wisten wat Robert kon”, zei technisch directeur Erik Breukink, die zelf eind jaren tachtig als jonge renner schitterde in de Tourcols. „Maar in de Tour twee dagen achtereen meedoen met de besten bergop is van een andere dimensie dan een bergrit winnen in Zwitserland of voor het podium rijden in de Vuelta. Dit is een belangrijke stap in zijn carrière.”

Breukink bevestigde dat de topprestaties van Gesink niet op een beter moment kunnen komen. In het najaar zal Rabobank beslissen of het sponsorcontract met de wielerploeg na 2012 wordt verlengd. In en om de ploeg is de druk voelbaar. De marktwaarde voor een sponsor wordt in de wielersport vooral bepaald in de Tour. De afgelopen twee jaar was de Raboploeg niet zo succesvol in Frankrijk. Nu hebben Mensjov (vierde op 2.58 minuut van Schleck) en Gesink (zevende op 4.22) uitzicht op het podium. „Het is heel erg belangrijk dat je dit in de Tour doet”, zei Breukink. „Zeker omdat de sponsor het liefste succes heeft met een Nederlandse kopman.”

In de Ronde van Italië toonden de 23-jarige debutanten Bauke Mollema (twaalfde) en Steven Kruijswijk (achttiende) dat Rabo over genoeg Nederlands talent beschikt voor de grote ronden. Nadat de inmiddels wegens dopegebruik geschorste Thomas Dekker de ploeg moest verlaten, geldt Gesink nu als de onbetwiste nummer één. „Hij is op een punt in zijn carrière dat hij echt alles doet en laat voor zijn sport”, zei ploeggenoot Lars Boom (24) voor de Tour al bewonderend. Zelf offerde hij zijn kansen in de tijdrit op door af te vallen, in de hoop Gesink langer te kunnen steunen in de bergen.

Gesink wees met de rechterwijsvinger nadrukkelijk naar de sponsornaam op zijn borst, toen hij onlangs de koninginnenrit won in de Ronde van Zwitserland. „Geen toeval”, zei hij zelf. „Robert is trots op de ploeg”, vertelde Van Houwelingen tijdens het Nederlands kampioenschap. Zelf tekende het nieuwe boegbeeld al in 2007 onder toenmalig Rabo-manager Theo de Rooij, tegenwoordig zijn zaakwaarnemer, een contract tot en met 2012. Nu lijkt hij op weg om de verdere toekomst van zijn ploeg te verzekeren. „Ik verwacht niet dat Robert verzwakt”, keek Van Houwelingen vooruit. „En Mensjov is in de Pyreneeën altijd beter dan in de Alpen.” Achter Schleck en Contador is nog een plaats vacant op het Tourpodium.