Erykah Badu geeft soul aardse wortels

Pop Erykah Badu. Gehoord: 13/7 HMH, Amsterdam. ***

Geen torenhoge hoofdwindsels, geen wijde artistieke gewaden – Erykah Badu is een vrouw van de wereld geworden. Werd haar debuut Baduizm (1997) nog omgeven door mystiek en spiritualiteit, op de recente albums New Amerykah, Part One en Part Two hebben elektronica en stuwende, nerveuze hiphopbeats haar etherische nu-soul aardse wortels gegeven. De Afrikaanse kampvuurpercussie is vervangen door de ghettoblaster. Met hoge hoed en in zwarte trenchcoat verscheen Badu gisteren op het podium van de Heineken Music Hall. Onder de jas bleken een rood T-shirt en een loeistrakke witte broek schuil te gaan, onder de hoed een geblondeerde en ‘gestraighte’ haardos.

De zangeres was wel te herkennen aan haar stem; het lichtbruine, geknepen, nasale geluid dat in de verte aan Billie Holiday doet denken, tot Badu uithaalt en ze in haar eentje het vocale effect van een gospelkoor blijkt te kunnen evenaren. In HMH werd die kracht versterkt door een grote dosis stadiongalm, die soms indrukwekkend, soms vervreemdend en af en toe zelfs afstotend was.

Ook het concert aarzelde tussen die uitersten. Op de goede momenten hielden Badu en haar uitstekende tienkoppige begeleidingsband de boog strak gespannen, met afwisselend spannende stiltes en beats als zweepslagen. Badu heeft voldoende sterke nummers, vooral van Baduizm en opvolger Mama’s gun (2000), om te blijven boeien. Maar gisteren mondden de opwindende momenten vaak uit in heilloos elektronisch geëxperimenteer of oeverloze jazzy improvisaties. De show begon te weinig dwingend en eindigde in een anticlimax, nadat publieksfavoriet Tyrone werd ingezet, maar ongeïnspireerd werd afgeraffeld.

In Badu’s recente werk en streetwise verschijning sluimert onmiskenbaar nieuwe, opwindende, grootsteedse energie, maar die kwam er gisteren nog niet uit.