Binationale scheiding makkelijker in de EU

Veertien EU-landen gaan onderling afspraken maken over echtscheidingen. Ze doen dat, omdat ze het daarover niet eens konden worden met de overige EU-landen.

De veertien landen maken gebruik van een bepaling in het EU-verdrag die ‘nauwere samenwerking’ tussen een groep lidstaten toestaat. Het is voor het eerst dat die bepaling wordt gebruikt. In het verleden durfden landen dat niet te doen, uit vrees dat zo een ‘Europa van twee snelheden’ zou ontstaan. Nederland behoort niet tot de veertien landen, maar sluit zich later mogelijk alsnog aan.

De afspraken hebben betrekking op echtscheidingen van stellen met verschillende nationaliteiten. Die zouden voortaan mogen kiezen welke nationale wetgeving zij voor hun scheiding volgen.

EU-landen hebben jaren tevergeefs geprobeerd het eens te worden over dit onderwerp. Vooral de Zweden lagen dwars. Ze hadden er moeite mee dat Zweedse rechters gedwongen zouden kunnen worden om nationale echtscheidingsregels van andere landen toe te passen. Bovendien waren ze bang dat scheiden voor stellen in Zweden moeilijker zou worden.

Aanvankelijk was er een groep van acht landen die zei het dan maar onderling te willen regelen. Inmiddels zijn dat er veertien. Maandag hebben EU-regeringen ermee ingestemd dat deze groep gebruik mag maken van de mogelijkheid tot ‘nauwere samenwerking’. Over de details moet nog verder worden onderhandeld.

In Nederland is scheiden nu relatief eenvoudig. De Nederlandse regering was ook bang dat scheiden in de toekomst moeilijker zou kunnen worden door Europese regels. Maar ze was daarover minder uitgesproken dan de Zweden, en doet dus vooralsnog niet mee met de groep van veertien.