Er moet nog een fonds bij

Europese ministers van Financiën bespreken vandaag nieuwe plannen.

Ook banken zelf komen met voorstellen hoe de crisis het beste te bestrijden.

Bankenfondsen. Europese politici en bankiers hebben er dezer dagen de mond van vol. Vandaag bespreken Europese ministers van Financiën in Brussel een belasting op financiële transacties. Plus een heffing op banken, waarvan de opbrengst in fondsen gaat die moeten helpen bij het afwikkelen van bankfaillissementen.

Gisteren deed de Europese Commissie een voorstel voor een terugbetalingsregeling van maximaal 100.000 euro (depositogarantie) per Europese rekeninghouder van een failliete bank – ook uit bankenfondsen. Gisteren deed de industrie eveneens een duit in het zakje: in de Financial Times pleitte Alessandro Profumo, topman van de Italiaanse bank Unicredit, voor de oprichting van een bankenfonds. Eentje voor gezónde banken ditmaal.

Profumo, die ook de European Banking Federation (EBF) leidt, wil dat de twintig grootste, grensoverschrijdende banken in Europa dat fonds opzetten, zonder overheidsbemoeienis. Over vijf jaar moet er 20 miljard euro in zitten. De Stabiliteitsgroep zou voorlopig beslissen of een bank in aanmerking komt voor een bijdrage. Zodra de Europese banktoezichthouder er is, voorzien voor januari 2011, moet die de beslissing nemen.

Profumo schrijft te begrijpen dat overheden die miljarden in de banken hebben gestoken en nu hevig bezuinigen, hun geld terug willen. Nu bonussen weer stijgen vinden burgers bovendien dat zij voor de kosten opdraaien. Zij willen actie. Dat regeringen banken via een heffing een fonds laten spekken, of financiële transacties belasten, vindt Profumo echter niet eerlijk voor banken die de crisis goed hebben doorstaan: „Een heffing die belastinggeld moet terugvorderen (…) is unfair voor banken die geen staatssteun kregen.”

Banken die weinig risico hebben genomen en verantwoord hebben belegd, worden dan in zijn ogen opnieuw gedwongen op te draaien voor de fouten van de minder prudente concurrentie.

Gezonde, winstgevende banken, vindt Profumo, zijn al genoeg in moeilijkheden gebracht door probleembanken. Door de turbulentie op de financiële markten bevroor namelijk al een paar keer bijna het interbancaire leenverkeer. Dat speelt zich achter de schermen af maar is belangrijk voor de gezondheid van het hele systeem. Doordat banken elkaar niet vertrouwen willen ze elkaar, ook nu nog, alleen tegen torenhoge rentes krediet verstrekken.

Dat leidde er al meermalen toe, schrijft Profumo (wiens eigen bank recentelijk tweemaal extra kapitaal moest aantrekken), dat banken die kerngezond waren „niet aan kapitaal konden komen, ondanks het feit dat zij voldoende reserves hadden. Centrale banken konden kortetermijnliquiditeit verstrekken, maar de overheid heeft geen instrumentarium tegen langetermijnverstoring van de markten.” Aan dat instrumentarium wil Profumo werken. Hij heeft al andere grote Europese banken benaderd, zoals Santander (Spanje), BNP Paribas (Frankrijk) en Deutsche Bank. Zij weigeren commentaar.

Profumo’s voorstel voor een ‘ex-ante’ (vangnet-) bankenfonds is niet het eerste dat uit de financiële sector zelf komt. Eerder stelde de bankenlobbygroep Institute of International Finance (IIF), geleid door Deutsche Bank-topman Josef Ackermann, voor dat banken elkaar ná crises bijstaan. Ackermann vindt dat vangnetten tot moral hazard leiden: banken zouden roekelozer worden als ze toch weten dat ze gered worden. Vergeleken met de belasting op financiële transacties en de bankenheffing waar de ministers vandaag over praten, hebben de voorstellen van Profumo en Ackermann twee aspecten gemeen: ze willen een pan-Europees fonds en ze willen de overheid er niet bij.

De meeste ministers van Financiën sturen aan op fondsen die, al worden ze gevuld met bijdragen van banken, in overheidshanden zijn. Dit alles betekent dat de fondsen ook nationaal zijn – ook al zijn er minstens veertig bankgiganten in de Europese Unie met filialen in diverse landen.

De fondsen, waar de ministers vandaag over praten, zijn bedoeld om banken te helpen bij het ordentelijk afwikkelen van faillissementen (onder andere door curatoren in te huren, wat de overheid nu vaak betaalt) en het doorstarten van gezonde delen. De belasting op financiële transacties werd door niet-Europese G20-landen eind juni afgewezen.

Maar Frankrijk en Duitsland willen dat Europa dit nu alleen doet. Of dit voorstel het haalt, is door Europese verdeeldheid onzeker. Het plan van Profumo, zeggen insiders, maakt meer kans. Eurocommissaris Barnier noemde het „bemoedigend, banken die betalen voor banken.”