Albrecht is als gastdirigent wisselvallig

Klassiek Orchestre Philharmonique de Strasbourg o.l.v. Marc Albrecht, m.m.v. Béatrice Uria-Monzon, mezzosopraan. Gehoord: 12/7 Concertgebouw Amsterdam. Herh. met ander programma 13/7. ***

Hoe zal de Nederlandse carrière van Marc Albrecht verlopen? Pas in september 2011 wordt de Duitser chefdirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest, het Nederlands Kamerorkest én de Nederlandse Opera. Tot die tijd mogen geen grote conclusies uit zijn gastoptredens worden getrokken. Maar licht verwarrend zijn de concerten wel. Is hij ritmisch sterk of toch slordig in de tempowisselingen? Meeslepend of aanstellerig?

Moeilijk te duiden was gisteren in de Robeco Zomerconcerten ook het Orchestre Philharmonique de Strasbourg, waar Albrecht leidt sinds 2006. Als collectief maakt het een gretige indruk, met de soepele routine van een zomertournee. Tegelijkertijd stellen individuele blazers teleur en hebben vooral de violen een structureel intonatieprobleem. Zo kon het dat Ibéria van Debussy een strakke start kreeg met weinig bezieling, terwijl de overgang van de zwoele zomernacht naar een Spaanse feestdag bijzonder sfeervol verliep. Stravinsky’s Le sacre du printemps begon beheerst en overtuigend, maar onnodige foutjes deden de spanning inzakken. Bij het enerverend vertolkte slot ‘Danse sacrale’ werd het lenteoffer juist gretig aan stukken gescheurd.

De soms matige orkestkwaliteit kan Albrecht mede worden aangerekend. Toch zijn de zuchtende beginmaten van Ravels liedcyclus Sheherazade zelden met meer inspiratie ingeblazen. Weliswaar verdronk de Franse mezzosopraan Uria-Monzon bijna in de klankgolven van het eerste lied. Maar verderop kreeg de oriëntalistische poëzie van Tristan Klingsor een ideaal complement in haar warme timbre. Ze maakte de erotiek van klank en tekst bijna tastbaar.