Spanjaarden hopen dat WK-titel land politiek en economisch baat

Al voordat Spanje gisteren de wereldtitel won, zijn de WK-successen er uitgelegd als meer dan alleen een sportieve prestatie. De economie die door een diepe crisis gaat, zou de mentale oppepper van een zege goed kunnen gebruiken. Het land zelf, waar in sommige regio’s van oudsher minder binding bestaat met de centrale regering en Staat, zou met dit gemengde nationale elftal een nieuwe „ruggegraat” krijgen.

De spelers die gisteren Nederland versloegen, komen uit alle hoeken van Spanje. Nagenoeg de hele basis wordt geleverd door FC Barcelona en Real Madrid. Naast een sportieve lading draagt hun onderlinge rivaliteit voor velen ook een sterke politieke lading .

Tussen de Spaanse spelers was voor al dat soort gevoeligheden geen plek. En volgens bondscoach Vicente del Bosque lag hierin mede het succes van zijn ploeg besloten. Het land zou een voorbeeld kunnen nemen aan zijn ploeg, stelde hij regelmatig. „Hier bestaat een eenheid die wenselijk zou zijn voor heel het land”, zei hij de dag voor de finale. Om erna te verklaren: „Dit gaat niet alleen om winnen. Dit gaat ook om principes en waarden die erg belangrijk zijn voor Spanje.”

Met dank aan de EK-titel in 2008 nam het enthousiasme voor het nationale team de afgelopen jaren al toe. Spanje was van oudsher altijd meer een land van clubvoetbal. Door het nationalisme dat onder bepaalde delen van de bevolking in sommige regio’s leeft. En ook doordat het nationale team er eerder weinig van bakte. Onder jongere generaties komt hierin nu verandering, maar ook onder veel van de miljoenen migranten.

Gisteren bijvoorbeeld liepen een Colombiaans echtpaar en hun in Spanje geboren peuter elk in een ander voetbalshirt. De moeder in het azulgrana van FC Barcelona, hij in het wit van Real Madrid, hun dochtertje in het rood van Spanje. „Voor dit moment zijn we één”, zei de vrouw. Een feestende Barcelona-fan was niet extra blij nu zoveel spelers uit zijn club aan de zege bijdroegen. „Die onzin doet er nu niet toe.”

Sommige spelers droegen gisteren na het fluitsignaal ook een vlag uit hun thuisregio bij zich. Puyol een van Catalonië. Villa die van Asturië. Degenen die daarover op weblogs en digitale fora discussies begonnen, kregen weinig bijval. Daar gaan we dit feestje niet mee verstoren, was de reactie.

Gisteren ging bovendien ook in sommige regionationalistische gebieden het dak eraf. In Barcelona waren er 75.000 mensen voor een groot scherm. Een stuk minder dan in Madrid, maar voor Catalaanse begrippen niettemin bijzonder. Zeker gezien de gebeurtenissen een dag eerder. Afgelopen zaterdag gingen nog honderdduizenden Catalanen de straat op om te protesteren tegen de recente uitspraak van het Constitutionele Hof waarin een deel van hun autonomiestatuut werd uitgekleed.

Als de komende dagen alle huldigingen afgerond zijn, zal deze kwestie onvermijdelijk weer terugkomen op de agenda. Met de Catalaanse verkiezingen voor de deur in de herfst, zullen politici aldaar waarschijnlijk de komende maanden alleen maar meer de confrontatie zoeken met ‘Madrid’. Hetzelfde lijkt te gelden voor de crisis: zelfs als de zege de consumptie fors aanjaagt, zal het niet genoeg zijn om Spanje uit de recessie te leiden. Gisteren was er in de feestende straten van Madrid al een cynicus die de WK-zege vergeleek met de Mexicaanse griep. De hype en paniek daarover, vorig jaar, drong de crisis alleen tijdelijk naar de achtergrond.

Maar dat is voor over een paar dagen, of weken, als de vakantie voorbij is. Zo haakte ook de Spaanse premier Zapatero de afgelopen dagen graag aan bij de eenheid in verscheidenheid van La Roja. Op de dag van de wedstrijd, gisteren, gaf hij één ‘exclusief interview’, aan Marca. Deze veelgelezen sportkrant stelde hem vragen over de opstelling, hoe de premier een strafschop zou nemen en natuurlijk over octopus Paul. Maar ook of de voetbalgekte „andere problemen helpt verbloemen of minder ter sprake laat komen”. Zapatero antwoordde dat hij daar niet op uit was. „Om de problemen in het land te overwinnen, zou Spanje als land moeten spelen zoals de selectie”, stelde hij. „Met creativiteit, talent, kameraadschap, teamgeest en maximale inspanning.”