Hoogwaardig ontslag

Een massaontslag is altijd een pijnlijke confrontatie met onaangename feiten. Die kunnen erop neerkomen dat er geen vraag meer is naar ooit zo gewilde producten of dat die mooie spullen elders goedkoper zijn. De feiten kunnen ook zijn dat de werknemers niet goed genoeg meer zijn of, omgekeerd, dat het management juist heeft gefaald. Altijd is de gemeenschap de dupe: door het verlies van werk, prestige of toelevering en door de kosten van uitkeringen.

Maar de nogal onverhoedse aankondiging donderdag dat de Amerikaanse farmaceut Merck, in een wereldwijde sanering van 15 procent van alle arbeid, het mes zet in Organon in Oss is toch nog confronterender. Het gaat immers om een duurzaam bedrijf dat niet langs de rand van de afgrond gaat.

Ongeveer een kwart van de 4.500 werknemers is betrokken bij Research & Development. Die 1.100 hooggekwalificeerde onderzoekers verliezen hun baan. De ruim duizend anderen die worden weggesaneerd, kunnen bovendien ook niet laaggeschoold worden genoemd. Het ontslag van deze 2.175 mensen staat daarom haaks op het alom uitgedragen idee dat de toekomst van de Nederlandse economie zal worden bepaald door kennisintensieve en duurzame bedrijvigheid.

Het beleid van Merck is zo ook een slag voor de ambities in Nederland nog iets te maken van de Lissabon Strategie, die beoogde om Europa juist dit jaar over de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie te laten beschikken. Die agenda was al gesneefd. Maar in Oss blijkt dat de trend niet zomaar wordt omgebogen. De trend wijst er eerder op dat de hoogwaardigste kennissectoren onder druk staan. Daarbij speelt nog steeds een rol waar zich het hoofdkantoor van een multinational bevindt. Hoewel minder dan vroeger, pleegt topmanagement eerder ver van huis te bezuinigen dan bij zichzelf op de gang.

Het is zeer de vraag of de Nederlandse overheid dit proces bij Organon had kunnen of moeten stuiten. Staatssteun is vaak protectionistisch en heeft dan averechts effect. Bovendien heeft de farmaceutische branche specifieke problemen. Lang konden de kostbare en langjarige investeringen in nieuwe medicijnen worden terugverdiend, omdat de zorgmarkt in het Westen oneindig leek. Maar door de noodzaak om de sociale zorgverzekeringsstelsels overeind te houden in een tijd van vergrijzing, moet de medicijnverstrekking nu ook kritischer worden bekeken. Niet alleen in Nederland.

De jubeljaren van de farmacie zijn voorbij. Het verwijt dat Den Haag te moeilijk doet met het toelaten van middelen, en zo Organon in de kou heeft laten staan, is dus te makkelijk.

In Oss staan nu 1.000 onderzoekers en evenveel geschoolde arbeiders op straat. De meest ondernemende ex-werknemers zouden eigen onderzoeksbedrijven kunnen beginnen die kans hebben te gaan bloeien. Een kennisintensieve ‘middenstand’ – in de Duitse zin van het woord – heeft toekomst.

Ook zonder directe staatssteun, in Europa verboden, kan de overheid met specifieke projectgelden, eigen netwerken of fiscale regelgeving daarbij een helpende hand bieden.