Een Tour de France te veel

Lance Armstrong komt op grote achterstand binnen in de eerste Alpenetappe.

De winnaars heten Andy Schleck (rit), Robert Gesink (derde) en Cadel Evans (geel).

Lance Armstrong ziet af na zijn valpartij tijdens de achtste etappe van de Ronde van Frankrijk. Foto Bas Czerwinski Lance Armstrong of the US, center, strains after he crashed and got distanced during the eighth stage of the Tour de France cycling race over 189 kilometers (117.4 miles) with start in Station des Rousses, and finish in Morzine-Avoriaz, France, Sunday, July 11, 2010. (AP Photo/Bas Czerwinski)
Lance Armstrong ziet af na zijn valpartij tijdens de achtste etappe van de Ronde van Frankrijk. Foto Bas Czerwinski Lance Armstrong of the US, center, strains after he crashed and got distanced during the eighth stage of the Tour de France cycling race over 189 kilometers (117.4 miles) with start in Station des Rousses, and finish in Morzine-Avoriaz, France, Sunday, July 11, 2010. (AP Photo/Bas Czerwinski) AP

Om achttien minuten over vier, op het steilste gedeelte van de Col de la Ramaz, zag Lance Armstrong gistermiddag de sterkste renners van de Ronde van Frankrijk 2010 bij zich vandaan rijden. Zeven keer eindwinnaar, vorig jaar sterk teruggekeerd met de derde plaats. En nu op de voorlaatste col in de eerste Alpenrit gelost, om op maar liefst 11.47 minuten te finishen van ritwinnaar Andy Schleck, die Samuel Sanchez en Robert Gesink achter zich hield. De huldiging van de nieuwe geletruidrager Cadel Evans ging aan Armstrong voorbij.

„Dit was een slechte, heel slechte dag”, was zijn eerste reactie nadat hij met de handen op het stuur over de eindstreep was gereden in het op 1.796 meter hoge Morzine-Avoriaz, en direct werd bedolven onder de verslaggevers en cameramensen. „Bij de start voelde ik me nog goed maar het ging van slecht naar slechter. Ik heb in de Tour veel goede dagen gehad. Maar nu ben ik kansloos, de Tour is finished. Omdat ik hier toch ben, wil ik proberen van mijn laatste Tour te genieten en mijn ploeg te helpen.”

Nog één keer wilde Armstrong (bijna 39) de Tour winnen, vertelde hij in de aanloop tegen vriend en vijfvoudig Tourwinnaar Eddy Merckx. Maar net als zijn legendarische voorganger reed hij een Tour te veel. Merckx eindigde in 1975 als tweede achter de Fransman Bernard Thévénet en kwam in 1977 nog één keer terug om te winnen. De Kannibaal deed lang mee in de strijd om het geel, maar in de door Hennie Kuiper gewonnen rit naar Alpe d’Huez verloor Merckx bijna veertien minuten. Kansloos voor de eindzege, zesde in Parijs.

De voortekenen waren gisteren ongunstig voor de Texaan, in de 189 kilometer lange rit. Vlak voor het begin van de finale, met twee beklimmingen van de buitencategorie, kletterde hij bij het uitkomen van een rotonde hard tegen de grond. „Mijn pedaal raakte de stoeprand”, zei hij na afloop. „De voorband liep eraf en toen lag ik met een snelheid van 60 tot 65 kilometer per uur op de grond. Terugkomen was moeilijk.”

Met een geschaafde rechterelleboog en een opengescheurd shirt sloot Armstrong nog wel aan in het peloton voor het begin van de Col de la Ramaz. Maar niet voor het eerst deze Tour bleek zijn ploeg al snel niet sterk. Zijn trouwe luitenant Jaroslav Popovitsj behoorde tot de eerste gelosten, net als de Duitse routinier Andreas Klöden een dag eerder, in de door de Fransman Sylvain Chavanel gewonnen rit naar Station des Rousses. Ook de Sloveen Janez Brajkovic, vorige maand nog winnaar van de Dauphiné, moest lossen.

Toen Armstrong halverwege de klim brak, kreeg hij alleen gezelschap van Chris Horner terwijl Klöden nog voorin mee peddelde. In de grote dagen van The Boss zou ploegleider Johan Bruyneel onmiddellijk hebben ingegrepen. Maar net als in de rit over de kasseien, waar Armstrong lek reed, ontbrak de strakke regie waarmee het duo zeven jaar lang regeerde over het Tourpeloton. Nog zo’n slecht voorteken, de lekke band op de kasseien. Of de dubbele val in de Ardennen, al lagen daar nog 71 andere renners bij.

Zoals hij in mei ook al moest opgeven na een val in de Ronde van Californië, de dag nadat zijn oud-ploeggenoot Floyd Landis hem en Bruyneel had beschuldigd van dopegebruik. Ook in de Tour valt Landis hem steeds lastig. Voor de proloog expliceerde hij zijn beschuldigingen in de Amerikaanse krant The Wall Street Journal. „Klaag me dan aan Lance”, daagde hij de recordwinnaar van de Tour dit weekeinde opnieuw uit. Intussen heeft openbaar aanklager Jeff Novitsky al contact gezocht met zijn voormalige ploeggenoten Tyler Hamilton en George Hincapie.

Net toen Armstrong op de Col de la Ramaz in problemen kwam, opende Alberto Contador voorin de aanval. Vorig jaar, toen beiden ploeggenoten waren, bekritiseerden Armstrong en Bruyneel de tactische keuzes van de Spanjaard. Nu deed de tweevoudig Tourwinnaar precies wat Armstrong in zijn grote dagen deed. Zwakke ploeg, Astana? Paolo Tiralongo en vooral Daniel Navarro (vorig jaar 8ste en 13de in de Vuelta) schroefden het tempo onbedaarlijk op. Aleksandr Vinokoerov voelde zich niet te groot om na te zijn gelost nog met bidons terug te keren en de trouwe knechten te besprenkelen met water.

Armstrong vocht in de afdaling voor wat hij waard was, en hield het verschil lang binnen de minuut. Tot overmaat van ramp moest hij vlak voor de top van de korte tussenklim naar Les Gets nogmaals van de fiets, toen voor hem een Euskaltel-renner viel. Zie hem staan, de handen in de zij. Hoe vaak had hij onnavolgbaar geschitterd op de slotklim van de eerste echte bergrit in de Tour, zoals in Sestrière 1999, Hautacam 2000, Alpe d’Huez 2001 of La Mongie 2002. Nu was hij al voor de slotklim kansloos.