'Ze hielpen bij de genocide'

Nabestaanden van drama bij Srebrenica doen aangifte bij het OM in Arnhem.

„Voor deelname aan genocide is niet vereist dat ze de intentie deelden.”

Bosnian Serb army General Ratko Mladic, left, drinks with Dutch military Col. Ton Karremans, second right, in the Bosnian village of Potocari, in this July 12, 1995 photo. Four years after Serb troops hauled away hundreds of Muslims to their deaths while Dutch peacekeepers looked on, a series of gritty new films about the Bosnian slaughter has rekindled a sense of national rage and shame in the Netherlands. Using an impressive collection of archive footage, Leslie Woodhead recounts the events at Srebrenica in the film "A Cry From the Grave" at the annual International Documentary Film Festival in Amsterdam. Among some of the most interesting footage is a Serb military recording where a frightened and timid Karreman is seen virtually pleading for the life of his troops during negotiations with Gen. Mladic. (AP Photo)
Bosnian Serb army General Ratko Mladic, left, drinks with Dutch military Col. Ton Karremans, second right, in the Bosnian village of Potocari, in this July 12, 1995 photo. Four years after Serb troops hauled away hundreds of Muslims to their deaths while Dutch peacekeepers looked on, a series of gritty new films about the Bosnian slaughter has rekindled a sense of national rage and shame in the Netherlands. Using an impressive collection of archive footage, Leslie Woodhead recounts the events at Srebrenica in the film "A Cry From the Grave" at the annual International Documentary Film Festival in Amsterdam. Among some of the most interesting footage is a Serb military recording where a frightened and timid Karreman is seen virtually pleading for the life of his troops during negotiations with Gen. Mladic. (AP Photo) AP

Zondag is het vijftien jaar geleden dat in de Oost-Bosnische enclave Srebrenica de ergste daad van genocide in Europa plaatsvond sinds de Tweede Wereldoorlog. In de militaire aanwezigheid van Nederlandse blauwhelmen van Dutchbat werden, volgens het Joegoslavië-tribunaal, meer dan negenduizend moslims gedood.

Tegen Thom Karremans, commandant van Dutchbat-3 tijdens de val van de moslimenclave Srebrenica, is gisteren aangifte gedaan van genocide en oorlogsmisdaden. Vier nabestaanden van Srebrenica-slachtoffers deden dat bij het Openbaar Ministerie in Arnhem. Ook deden ze aangifte tegen plaatsvervangend commandant Rob Franken en Berend Oosterveen, adjudant personeelszaken.

Van januari tot eind juli 1995 stond de enclave onder bescherming van de Nederlandse VN-eenheid Dutchbat-3. Na de inname van de enclave op 11 juli werden 9.000 moslims door de Bosnische Serviërs onder leiding van Ratko Mladic vermoord.

„Karremans, Franken en Oosterveen hebben wellicht de omvang van de genocide niet kunnen voorzien, maar zij wisten van de diepgewortelde haat tegen moslims en van eerdere executies van moslimmannen”, staat in de aangifte. „Door Rizo Mustafic en de familie van Hasan Nuhanovic van de compound af te zetten, hebben zij geholpen bij de genocide.”

Hasan Nuhanovic was in 1995 werkzaam als tolk op de Nederlandse basis in Potocari. Zijn ouders en broer vluchtten na de val van Srebrenica naar het basiskamp, maar werden gedwongen dat kamp weer te verlaten. De overblijfselen van zijn vader en broer zijn gevonden in een massagraf. Ook de familie van Rizo Mustafic, elektricien bij het VN-bataljon, mocht niet op de basis blijven. Zijn vrouw en twee kinderen overleefden de massamoorden, Mustafic zelf verdween spoorloos.

Door de jurisprudentie van het Joegoslavië-tribunaal is het begrip aansprakelijkheid (‘command responsibility’) verruimd, zegt Elies van Sliedregt, hoogleraar strafrecht aan de Vrije Universiteit. De zaak maakt meer kans van slagen dan „zo’n vijf jaar geleden”, zegt Van Sliedregt. Daarmee is volgens haar niet gezegd dat Karremans cum suis „zelf het vereiste genocidale oogmerk had”.

Emeritus hoogleraar Theo van Boven noemt de genocide-aanklacht „een zware klus om te bewijzen, oorlogsmisdrijven maken meer kans.” Dutchbat had op basis van de wet oorlogsrecht bescherming moeten bieden „in plaats van blootstellen aan de vijand”, zegt Van Boven, die internationaal naam heeft gemaakt als voorvechter voor de rechten van de mens.

Zowel het Joegoslavië-tribunaal als het Internationaal Gerechtshof heeft bepaald dat de moord op de moslims van Srebrenica moet worden aangemerkt als genocide. „Voor deelneming aan genocide is niet vereist dat Karremans, Franken en Oosterveen de genocidale intentie van de Bosnische Serviërs deelden”, zegt advocaat Liesbeth Zegveld van Böhler advocaten, die Nuhanovic en de familie Mustafic bijstaat. „De Duchtbatters beschikten over kennis dat de genocide aanstaande was.” Zo zei Franken tegen het NIOD dat hij een beslissing had genomen die er op neerkwam „dat ik dat gezin de dood in gestuurd heb”. Het Nederlands Instituut voor oorlogsdocumentatie deed in 2002 onderzoek naar de val van de enclave.

Het OM heeft geen initiatief genomen voor een strafrechtelijk onderzoek. Dat leidde in 2001 tot kritiek van de commissie-Van Kemenade, die in opdracht van de regering onderzocht of Defensie loyaal had meegewerkt aan het verzamelen en verstrekken van informatie. De commissie sprak van een gebrekkige betrokkenheid en een lakse houding van het OM in Arnhem, dat misdrijven gepleegd door militairen behandelt.