VVD laat zich piepelen door links

Waarom laat de VVD zich door links dwingen om in een onmogelijk kabinet te gaan zitten? De VVD moet zich realiseren hoe sterk haar positie is en direct de onderhandelingen staken, vindt Bernard van Praag.

Sinds onheugelijke tijden is een liberale partij weer de grootste geworden, maar het is bedroevend te zien hoe VVD-leider Mark Rutte zich alle troeven uit handen laat slaan.

In de Nederlandse verhoudingen is het politieke spectrum ruwweg als één- dimensionaal te karakteriseren. Partijen kan men situeren op een links-rechtsschaal, waarbij de SP uiterst links is gepositioneerd en men via PvdA langs GroenLinks en D66 bij de ChristenUnie uitkomt. Dan komt men via het middenblok van CDA bij de VVD en eindigt bij de PVV op uiterst rechts.

Uiteraard kan men opmerken dat het niet zo zwart-wit ligt, maar het gaat er in laatste instantie niet om hoe politici en politieke partijen zichzelf (willen) situeren, of hoe politicologen na raadpleging van ingewikkelde puntenwolken de partijen karakteriseren, maar hoe de kiezer dat doet en die denkt veelal ééndimensionaal. Dan lijkt me de beschreven ordening op een lijn vrij realistisch.

Een eerste eis aan een duurzaam kabinet is coherentie. De standpunten van de partijen kunnen niet te ver van elkaar afliggen. Wanneer bijvoorbeeld de ene partij een geloofsartikel heeft gemaakt van het behoud van de hypotheekaftrek en de andere partij de hypotheek aftrek zo spoedig mogelijk bij het oud vuil wil zetten, groeit er weinig liefde tussen. Het lijkt mij dus belangrijk dat partijen naast elkaar liggen op de politieke links-rechtsschaal.

Een tweede eis is met zo weinig mogelijk partijen tot een meerderheid te komen. Daadkrachtig beleid vraagt immers om zo weinig mogelijk stuurlui. Op beide criteria scoort een Paars Plus-kabinet niet optimaal.

Een derde eis is dat de premier representatief is voor het kabinetsbeleid. In een Paars Plus-kabinet zou dit niet gelden voor een VVD- premier. In de kabinetsmeerderheid van 81 zetels zouden er immers slechts 31 zitten van de VVD, waardoor het (rechtse) gedachtegoed van de VVD slechts een minderheid in het kabinet heeft. Een VVD–premier zou dan slechts leiden tot ruzie, of de premier zou het VVD-gedachtengoed moeten negeren, en dat is een probaat recept voor een electorale afgang van de VVD bij volgende (vervroegde) verkiezingen.

Helaas moet gevreesd worden dat de VVD zich bekwaam heeft laten piepelen door links. Eerst was er de o zo fatsoenlijke maar ook vileine aansporing om een kabinet met PVV serieus te gaan onderzoeken, terwijl CDA–prominenten als Lubbers, Kooijmans en Terpstra deze beweging binnen het CDA vanaf het eerste begin blokkeerden. De VVD/CDA/PVV-optie was natuurlijk een non-starter waar Rutte nooit (en zeker niet bij herhaling) in had moeten tuinen. Daarna was er het VVD/PvdA/ CDA-idee. PvdA-leider Job Cohen verklaarde hautain dat hij daar ‘geen zin ‘ in had , want hij had daar een linkse minderheid van 30 op 81. Daarop hobbelde Rutte gedwee achter Cohen aan en liet zich vangen in de fuik van Paars Plus. Merk op, waarde lezer, hoe identiek de situaties van Rutte en Cohen waren, en hoe magistraal Cohen de kaarten uitspeelt en hoe Rutte zijn (betere) kaarten uit handen laat vallen.

Het zullen ongetwijfeld heel gezellige weken worden met Femke, Alexander en Job. Maar het zal leiden tot een rampzalig vechtkabinet of tot een een kabinet dat vier jaar in de startblokken blijft, zoals het laatste kabinet-Balkenende. Kortom: Paars Plus lijkt mij niet in het landsbelang.

Wat dan wel?

De VVD dient zich te realiseren hoe ijzersterk haar positie in feite is. De liberalen zouden zich nu uit de onderhandelingen moeten terugtrekken. Dan zal blijken dat zonder VVD geen enkel meerderheidskabinet mogelijk is. Zonder VVD kan men nog denken aan een kabinet PvdA, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie. Dit zou steunen op 76 zetels. Dat is wel erg wankel. Doen we er de SP bij, dan krijgen we 91 zetels, maar dit zespartijenkabinet lijkt wel onwerkbaar en zelfs voor de ‘progressieve’ partijen is de SP wellicht een onverteerbaar koekje van eigen deeg. Voeg daarbij een rabiate oppositie van PVV, gesteund door VVD, en zulke kabinetten lijken niet levensvatbaar.

De andere mogelijkheid die in beeld komt is VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie. In al die kabinetten kan de CDA als bindmiddel tussen rechts en links eigenlijk niet gemist worden. Waar komen we op uit ?

Na deze oefeningen in politieke rekenkunde lijkt het kabinet VVD/PvdA/CDA, waarin Cohen „geen zin heeft”, toch wel het meeste in het landsbelang en het enige dat daadkrachtig kan optreden. Partijen zullen er misschien met lange tanden aan beginnen, maar al etende zal de trek wel komen. Het zal geen meeslepend kabinet zijn maar het kan wel met gedegen stuurmanskunst, gebaseerd op regeerervaring, ons scheepje van Staat door de branding sleuren.

Bernard van Praag is emeritus universiteitshoogleraar Toegepaste Economie, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.