Tubes moeten rusten en rijpen

Dat Lance Armstrong gisteren op een cruciaal moment lek reed, kon zelfsmecanicien Julien De Vriese niet voorkomen. Hij is de man achter het geheim van de Amerikaan.

Aan de vooravond van de Touretappe over de kasseien stond op de parkeerplaats van Hotel Verviers een oudere man bij de vrachtauto van RadioShack, de ploeg van Lance Armstrong. Voor de gevaarlijke rit van gisteren mocht niemand anders dan Julien De Vriese de fietsen van The Boss in orde maken. „Voor de kasseien is het cruciaal om zo’n specialist te hebben met zo veel ervaring”, zegt ploegleider Johan Bruyneel.

Binnen de kleine wereld van het wielerpeloton is De Vriese (73) een beroemdheid. De mecanicien uit Sint-Martens-Latem bij Gent deed zijn eerste Tour de France in 1963 voor Wiel’s Groene Leeuw van onder meer de Belgische wereldkampioen Benoni Beheyt. Hij werkte verder voor grootheden Eddy Merckx, Roger De Vlaeminck, Walter Godefroot, Freddy Maertens, Greg LeMond en Lance Armstrong, om alleen zijn allergrootste klanten te noemen.

„Julien is de absolute nummer één in zijn vak”, zegt oud-renner Hennie Kuiper, die in de jaren negentig als ploegleider van Motorola met De Vriese samenwerkte. „Het is logisch dat Armstrong hem er nog altijd bij wil hebben. Voor hem is alleen het allerbeste goed genoeg. Hun samenwerking is een van de details waarmee Lance jarenlang het verschil maakte met de rest.”

Axel Merckx stond met zijn dochtertje bij de start van de tweede etappe in Brussel toen hij plotseling een bekende stem hoorde. „Hé, pas op jongen”, klonk in sappig Vlaams. Armstrong is lang genoeg omringd met Vlamingen om hun taal te spreken. Even een omhelzing met Merckx, ploegleider van zijn opleidingsteam, en weg fietst hij. „Lance gebruikt de besten in elk domein”, zegt de zoon van Eddy Merckx. „Geen wonder dat hij bij De Vriese uitkomt. Ik ken Julien al vanaf dat ik geboren ben, hij werkte nog met mijn vader. Hij is een van de laatste echte mecaniciens. Zoveel liefde voor de fiets vind je nergens. Hoewel hij rustiger aan doet, kwam hij vorige week nog naar Thüringen voor een koers van onze opleidingsploeg. Hij weet alles van elk detail. En hij heeft met zijn renners in de loop van de jaren een paar koersen gewonnen hé.”

In een documentaire van de Belgische zender Sporza vertelde De Vriese onlangs dat hij een cruciale rol speelde in de periode dat Armstrong zeven keer de Tour won. Zijn grootste geheim was een speciale bandenkelder, waarin hij tientallen banden als een goede wijn jarenlang liet rijpen. Op een uitgeharde band rijd je minder snel lek, is de theorie. Armstrong reed bij al zijn Tourzeges zelden lek, en had hij vrijwel nooit materiaalpech. Zo kon hij bijvoorbeeld in de kasseienetappe in de Tour van 2004 een cruciale slag slaan door zijn Spaanse concurrent Iban Mayo in de vernieling te rijden. Uitgerekend gisteren ging het op een beslissend moment mis en moest hij door een lekke band de groep met Alberto Contador laten gaan.

„De Vriese is een van de weinigen in het peloton die alle oorlogen en veldslagen heeft gewonnen met zijn renners”, zegt Jean-Marc Vandenberghe. De huidige mecanicien van het Belgische Quickstep werd ooit op verzoek van De Vriese gecontracteerd door US Postal van Armstrong en Bruyneel. „Ik kwam van de vijand, van de Duitser Jan Ullrich, en was vereerd met het verzoek. Ik ben een generatie jonger dan De Vriese, ik wist dat ik nog veel van hem kon leren. Hij is de godfather van de mecaniciens.”

Zelf hult de ‘godfather’ zich bij voorkeur in nevelen over zijn geheimen. „Ik geef liever geen interviews”, had hij door de telefoon al aangekondigd. Nee, er was geen verband met de beschuldigingen van Floyd Landis, die onlangs in The Wall Street Journal beweerde dat de ploeg van Armstrong met de verkoop van fietsen doping financierde. „Ik heb het gewoon erg druk”, zei De Vriese.

Zijn collega Vandenberghe weet wat De Vriese bijzonder maakt. „Het belangrijkste dat ik van Julien leerde is sparen. Altijd materiaal bewaren, ordenen volgens een vast systeem. ‘Tubes moet je laten rusten, rusten, rusten’, zei hij altijd. Als in januari de nieuwe banden binnenkwamen, legde hij direct twee dozen apart voor de Tour. Zijn kelder met banden is ongeëvenaard. Hij weet alles van banden. Hoeveel lucht erin moet, de stand van de spaken. Halverwege het seizoen wisselde Julien De vriese alle wielen van de koersfietsen en de reservefietsen. Zo hoefde hij nooit een helemaal nieuw wiel te steken bij een renner. Nieuwe velgen zijn gladder en remmen minder goed. Safety first.”

Lance Armstrong en Julien De Vriese hadden soms stevige discussies, herinnert Vandenberghe zich. „Dan liet Julien zich echt niet van de wijs brengen. ‘Wil je de proloog winnen of wil je de Tour winnen’, vroeg hij streng als Lance wilde starten op nog lichtere tubes. ‘Bij een val ben je 45 seconden kwijt, door dat lichtere materiaal win je hooguit een paar tellen.’ En dan gaf Lance hem gelijk hoor. Pas op, dat deed hij.”

Volgens Vandenberghe wordt het werk van mecaniciens vaak onderschat. Hij legt de relatie tussen de oudere en de jonge ‘fietsenmakers’. „De jonge generatie zie ik twee dagen voor de Tour gewoon een set nieuwe wielen uit de doos halen en monteren. Laat Julien dit niet zien, denk ik dan.” vertelt Vandenberghe. „Ik weet ook dat een mecanicien geen koers wint en dat je alleen wat hoort als er iets fout gaat. Maar het zal geen toeval zijn dat Armstrong voor een rit over de kasseien speciaal Julien De Vriese liet komen. Dat vind ik eigenlijk heel mooi. Een erkenning van vakmanschap.”