Onderzoeksklimaat

Het goede nieuws is meteen het slechte nieuws. De verontrustende conclusies van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) over de mogelijke, ernstige gevolgen van de klimaatverandering staan nog recht overeind. Dit VN-panel heeft geen fouten gemaakt toen het in 2007 zijn gevolgtrekkingen maakte. Dat stelt het Nederlandse Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Dit zelfstandig opererende overheidsorgaan heeft op verzoek van de vorige minister van Milieu, Cramer (PvdA), onderzoek verricht naar de kwaliteit van enkele hoofdstukken in het 2.500 pagina’s tellende IPCC-rapport. Dat gebeurde naar aanleiding van enkele evidente fouten die successievelijk in de rapportage waren ontdekt. Die zorgden voor toenemende twijfel en een motie in de Tweede Kamer, en voor woede bij Cramer. Een van die fouten was overigens te wijten aan het PBL, dat verkeerde gegevens had aangeleverd waardoor het IPCC meldde dat niet 26, maar 55 procent van Nederland onder zeeniveau ligt. Een andere fout betrof het tempo waarmee de gletsjers in de Himalaya smelten.

Een van de adviezen van het PBL aan het VN-panel is om meer te investeren in kwaliteitscontrole. Dat is goede raad, want elke fout, hoe onbeduidend ook in relatie tot de ernst van de problematiek, doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van de conclusies. Het PBL had iedereen die een fout in het klimaatrapport meende te hebben ontdekt, opgeroepen om daarvan melding te maken. Dat leidde tot stellingen als: „Dit rapport bevat louter onzin en bestaat uit zeer slecht onderzochte veronderstellingen. [..] Dit rapport is slechts opgesteld onder druk van de linkse milieumaffia en daaraan gelieerde instellingen.” Dit geluid is niet uniek, soortgelijke bewoordingen zijn bijvoorbeeld in de Tweede Kamer te beluisteren bij de PVV, grote winnaar bij de verkiezingen.

Daarom is ook een ander advies van het PBL behartigenswaardig: het IPCC, waarin wetenschappers uit de hele wereld samenwerken, moet transparanter opereren en aangeven hoe het tot zijn conclusies komt. Het IPCC heeft al laten weten dat het de Nederlandse aanbevelingen ter harte zal nemen. Dat komt goed uit, want het VN-panel is zojuist begonnen aan zijn volgende onderzoek naar de wereldwijde klimaatveranderingen en zal daarover in 2012 rapporteren.

Van meer belang dan de adviezen van het PBL zullen de bevindingen zijn, in augustus van dit jaar, van een twaalfkoppig internationaal gezelschap van onafhankelijke wetenschappers, onder wie de Nederlandse landbouwexpert Louise Fresco. Zij doen onderzoek naar de werkwijze van het IPCC. Dat gebeurt op verzoek van de VN en in opdracht van de InterAcademy Council, die nationale academies van wetenschappen wereldwijd vertegenwoordigt.

Dit alles laat onverlet dat het beoefenen van foutloze wetenschap een illusie zal blijven. Klimaatbeleid is niet te baseren op absolute zekerheden. Maar de aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheden zijn al alarmerend genoeg voor een aanpak die niet anders dan mondiaal kan zijn.