Omstreden FSB-wet afgezwakt

Een omstreden wetsvoorstel dat de Russische geheime dienst FSB verregaande bevoegdheden verleent, is onder druk van mensenrechtenorganisaties gisteren afgezwakt. Volgens het wetsvoorstel zou de FSB potentiële verdachten van misdaden voor een verhoor mogen oproepen en hen maximaal vijftien dagen kunnen opsluiten als ze niet voor dat verhoor komen opdagen.

Toen het voorstel enkele maanden geleden werd ingediend stelden mensenrechtenorganisaties dat deze bevoegdheden, die onderdeel uitmaken van een nieuwe wet die de macht van de FSB uitbreidt, zouden kunnen worden gebruikt om oppositieactivisten en onafhankelijke journalisten te arresteren. De maatregelen deden denken aan de wijze waarop de KGB, de Sovjetvoorganger van de FSB, met dissidenten omging.

In het herziene wetsvoorstel, dat vrijdag in de Doema wordt behandeld, krijgt de FSB nog wel het recht om mensen te waarschuwen van wie vermoed wordt dat „hun daden de voorwaarden scheppen voor het plegen van een misdaad”. Maar de mogelijkheid om een verdachte voor een verhoor op te roepen en voor maximaal vijftien dagen op te sluiten wordt geschrapt. „Als een verdachte een waarschuwing van de FSB in de wind slaat, zullen er geen maatregelen tegen hem worden genomen”, zegt het hoofd van de Commissie voor Veiligheidszaken in de Doema, Vladimir Vasiljev. „Niemand zal iemand kunnen afvoeren.”

De machtsuitbreiding van de FSB bereikte een hoogtepunt nadat Vladimir Poetin in 2000 tot president werd gekozen en FSB’ers overal hoge functies kregen. Poetin, nu premier van Rusland, was van 1998 tot 1999 directeur van de geheime dienst.

Volgens diverse analisten is de wijziging van het wetsvoorstel een opvallend teken dat het Kremlin de voorkeur geeft aan de openbare mening boven de eisen van de FSB. Ook waren de voorgestelde maatregelen strijdig met de beloftes van president Medvedev om de burgerrechten te versterken.