Nieuwe helden, zonder bakkebaarden

Het kostte moeite, gisteren, maar de WK-finale is gehaald.

Nu krijgt onze generatie zijn eigen helden, schrijft opinieredacteur Ingmar Vriesema (1980).

Het Nederlands elftal heeft gisteren niet alleen de finale gehaald, het heeft nog iets veel belangrijkers gepresteerd. Het Oranje van 2010 heeft een hele generatie een nieuwe realiteit binnengeloodst. Het is de generatie die te jong was om zich het EK van 1988 goed te kunnen herinneren, hoogstens baby was tijdens de WK-finale van 1978, en een jaar of -4 tijdens de WK-finale van ’74. Deze generatie, mijn generatie, wist niet beter of het eigentijdse Oranje zou altijd stranden in de achtste, vierde of halve finales.

Nu is de realiteit eindelijk veranderd. Wij maken een Nederlands elftal mee dat niet in één of andere laffe troostfinale staat, wij staan in de enige échte finale.

Dit nieuwe besef brengt niet alleen vreugde met zich mee, maar ook ongemak. Het klopt niet helemaal. In de herinnering van deze generatie was het spelen van een WK-finale iets wat was voorbestemd voor Hollandse mannen met lange haren en grote bakkebaarden. Echte kerels die na hun voetbalcarrière een sigarenzaak moesten openen om rond te kunnen komen. Het waren niet zomaar voetballers die in een WK-finale mochten spelen, het waren iconen: Van Hanegem, Neeskens, Haan, Rensenbrink, en bovenal: Cruijff.

Dat gold eigenlijk ook voor de EK-finale van ’88. Dat waren ook helden, en daarom mochten ze in de finale de Russen verslaan. Gullit, Rijkaard, Koeman en bovenal: Van Basten.

En de moderne voetballers? Sneijder, Van Persie, Robben en co? Zijn die wel heldhaftig en iconisch genoeg om een plek te kunnen opeisen in het collectieve geheugen van onze generatie? Kunnen ze wel op tegen de mannen van weleer?

Het antwoord op die vraag luidde heel lang nee. Want zo had het verhaal van onze generatie zich nu eenmaal gevormd. De voetballers van Oranje tussen 1990 en 2008 waren vooral verwend. Jongens van de patatgeneratie. Knapen met te weinig discipline, te veel praatjes en veel te veel geld. Mooiweervoetballers die faalden waar een echte man koelbloedig zou zijn. Jongens als Richard Witschge, Bryan Roy, Clarence Seedorf, Dennis Bergkamp, Patrick Kluivert. Barstensvol talent, maar een icoon? Nooit. En dus gingen we WK na EK na WK na EK kansloos onderuit.

Ook dit WK waren alle ingrediënten hiervoor aanwezig. Wesley Sneijder was net zo arrogant als Edgar Davids, Robin van Persie net zo verongelijkt als Clarence Seedorf, Arjen Robben net zo breekbaar als Richard Witschge. Tegen Brazilië zou het verhaal van onze generatie zich herhalen.

En toen wonnen we ineens. Voor het eerst won een Nederlands elftal van onze generatie op een WK van Brazilië. Plots klopte ons verhaal niet meer. En na de winst op Uruguay kan ons verhaal helemaal de prullebak in. Nu staan we ‘gewoon’ in de finale.

Dat woordje ‘gewoon’ staat symbool voor onze nieuwe realiteit, en daar hoort een nieuw verhaal bij. Anders blijven we ons ongemakkelijk voelen. Ik merk het aan mezelf. Tot de kwartfinale vond ik Wesley Sneijder een arrogant knaapje. In mijn geheugen gegrift stond zijn permanent gefronste hoofdje tijdens de verloren EK-wedstrijd van 2008 tegen Rusland. Daar stond geen icoon, daar stond een gefrustreerd jongetje.

Na de kwartfinale is mijn beleving van Wesley Sneijder ineens totaal veranderd. Ik moest wel. Nederland versloeg Brazilië, en tijdens een interview na de wedstrijd sprak Wesley Sneijder recht in de camera het Nederlandse volk toe. Blijf ons steunen, zei hij. En prompt zei ik: ‘Ja, Wesley, jou steun ik. Altijd.’ Een paar dagen later zag ik hem op het WK-journaal dollen met Dirk Kuijt. Wesley gaf een matige imitatie weg van assistent-bondscoach Frank de Boer. ‘Haha, dollen kan-ie ook nog’, dacht ik opgewekt. ‘Hahaha. Die Wesley.’

Het werkt dus andersom. Niet het heldendom bepaalt het succes, maar het succes bepaalt het heldendom. En tenzij Nederland die finale zondag vreselijk gaat verliezen, zullen we dus meemaken dat het verhaal van de verwende, verongelijkte straatjochies het in ons geheugen gaat afleggen tegen een herinnering aan een stel helden. Een herinnering aan de artistiekeling Robben. Aan de uitstekende Stekelenburg. Aan Dirk ‘wat werkte die man toen toch godsgruwelijk hard’ Kuijt. En vooral aan de diepgelovige, kopsterke en intens grappige Zinedine Zidane van de Lage Landen: Wesley Sneijder.

Wat als we verloren hadden?Kijk op nrcnext.nl