'Na zondag komen we pas uit de tunnel'

De spelers van Oranje beseften gisteravond amper dat ze de WK-finale hadden bereikt. „Het is nog niet helemaal af.”

Van de drieëntwintig voetballers die even voor middernacht in de catacomben van Green Point langs de verzamelde media wandelden, beseften de meesten nog niet volledig dat ze zojuist de finale van het WK hadden bereikt. Sommigen lieten zich gelaten omhelzen door verslaggevers, anderen beantwoordden stamelend de vele vragen. Bijna allen zijn twintiger en al miljonair en in Kaapstad kwam voor hen een jongensdroom uit.

„We zijn net klaar met deze wedstrijd”, zei John Heitinga, die elk WK-duel speelde. „Het moet allemaal nog komen. We waren zo gefocust op de halve finale tegen Uruguay. Nu kunnen we ons richten op de mooiste wedstrijd in mijn carrière. Het is 32 jaar geleden dat een andere lichting de finale heeft gehaald. Nu hebben wij laten zien hoe goed en zakelijk Nederland kan voetballen. Dit is iets wat we waarschijnlijk maar één keer meemaken.”

„Langzaam begint door te dringen dat we de laatste halte hebben bereikt”, zei middenvelder Nigel de Jong, geschorst voor de wedstrijd tegen Uruguay. „Een klein landje, in de finale van het WK. We hebben in de kleedkamer een klein feestje gevierd. Nu dan de finale, sowieso een moeilijke wedstrijd. Ik heb finales gespeeld van de KNVB-beker en de Johan Cruijff Schaal, maar dit is iets anders. Er zal een bepaalde spanning zijn, ik ben benieuwd hoe dat is.”

Klaas-Jan Huntelaar vertelde over de foto’s die hij op zijn telefoon had ontvangen van vrienden in Nederland. De stand-in van spits Robin van Persie zag een uitgelaten Oranjemassa, supporters in fonteinen en fans die rotondes blokkeren. „Ik kan me een beetje voorstellen hoe het er daar aan toe gaat. Maar het is nog niet helemaal af, we willen ook de finale winnen.” Huntelaar kent de finales van 1974 en 1978, ook al was hij bij die WK’s nog niet geboren. „Het zit ergens in mijn hoofd dat we twee keer verloren hebben.” Middenvelder Wesley Sneijder vulde later aan: „Laat ons maar tegen Duitsland spelen. We hebben geloof ik nog wat recht te zetten.”

Ook assistent-trainer Phillip Cocu kon zich een voorstelling maken bij de Oranjegekte, al was dat wel anders toen hij zelf international was in de lichting van 1998 die in de halve finales van het WK in Frankrijk werd uitgeschakeld door Brazilië. „Iedereen belde en sms’te toen, maar het bleef op afstand, ook door onze focus. Het kwam wat Koninginnedagachtig over. Pas toen ik twee jaar geleden op uitnodiging naar Zwitserland ging voor het EK zag ik het goed. Ik dacht: wat is dít allemaal?”

Cocu en medeassistent Frank de Boer moeten bondscoach Bert van Marwijk helpen de voetballers op het juiste spoor te krijgen voor de finale. „Eigenlijk is elke ronde weer anders. Zo is bij de achtste finales een nederlaag ineens fataal, anders dan in de groepsfase. Vandaag was voor deze groep ook een finale. We moeten zorgen dat we in een bepaald ritme komen. De laatste wedstrijden speelden we steeds om de drie dagen. Dat vind ik een voordeel, want dan houden we hetzelfde ritueel tussen wedstrijden: herstellen, trainen, reizen.”

De voormalige middenvelder vindt het een voordeel dat Oranje tot de finaledag vier dagen heeft. „Voor de laatste wedstrijd van een toernooi kan dat van pas komen. We hebben nu zes wedstrijden achter elkaar gespeeld op hoog niveau. Op trainingen zien we intussen toch ook wat vermoeidheid. Een extra dag kan net helpen ze allemaal topfit te krijgen voor de finale.”

Cocu benadrukt dat het Nederlands elftal geen andere aanpak behoeft voor de finale. „We zitten in een flow, de manier waarop we werken is niet geënt op extra druk, maar op hoe we willen voetballen en winnen. We willen de wedstrijd voor de spelers niet groter maken dan nodig, ook al is in de zevende wedstrijd direct een prijs te winnen.”

„We zitten in een tunnel en daar komen we na zondag pas uit”, zei reservedoelman Sander Boschker, die afgelopen seizoen landskampioen werd met FC Twente. „We moeten ons niet laten afleiden door mensen buiten onze cirkel. Niet iedereen volgt de media, sommigen doen dat wel. Dat kan invloed hebben, al zijn de meeste jongens zo ervaren dat ze zich niet snel meer gek laten maken.”

Boschker speelde afgelopen seizoen nog een soort finale, op de laatste competitiedag met FC Twente. De spelersgroep bekeek voor de kampioenswedstrijd tegen NAC Breda met de toenmalige trainer Steve McClaren een fragment uit de film Any Given Sunday, over een American-footballteam. „Het heeft ons geweldig geholpen voor die wedstrijd. We zaten allemaal met bibberende knieën, maar door de doeltreffende toespraak uit die film werden daar vuisten van gemaakt. Zo moet het zondag ook gaan in Johannesburg.”