Moslims in Londen: plotseling was er die verlammende angst

Londense moslims schreven een boek over hun ervarin-gen ná de aanslagen van juli 2005. De stad én de moslim-gemeenschap zijn er sterker door geworden, zegt co-auteur Murtaza Shibli.

Voor Murtaza Shibli, een moslim uit Kashmir die sinds 2000 in Londen woont, vormden de zelfmoordaanslagen van 7 juli 2005 een meervoudige schok.

Niet alleen werkte Shibli als controleur bij de Londense metro waar drie van de vier zelfmoordaanslagen plaatshadden, hij besefte ook dat hij een dubbel risico liep. Net als andere inwoners kon hij het slachtoffer worden van een aanslag, maar bovendien kon hij worden aangezien voor een terrorist. „Ik was plotseling niet meer in de eerste plaats Kashmiri maar moslim”, zegt Shibli (39).

Ineens was er weer die verlammende angst, die hij zo goed kende uit Kashmir. De angst om zomaar te worden opgepakt door Indiase militairen of gedood te worden door een aanslag van islamitische radicalen. Een vrees die niet ongegrond was: twee maanden later werd hij tijdens zijn werk op een metrostation door de politie aangehouden als potentiële terrorist, mogelijk omdat hij zich die dag niet had geschoren. Na een uitgebreide fouillering en ondervraging werd hij vrijgelaten.

Met pijn in het hart ook zag Shibli, en met hem veel moslims, aan hoe hun godsdienst door veel Britten werd geassocieerd met geweld en terrorisme. „De hele moslim-identiteit kwam er plotseling door ter discussie te staan”, aldus Shibli, inmiddels auteur en consultant voor islamitische zaken.

De herinnering aan deze traumatische periode bracht Shibli ertoe met 24 andere moslims een boek samen te stellen ter gelegenheid van de vijfde verjaardag van de aanslagen. Elk van de deelnemers zet in ‘7/7 Muslim Perspectives’ uiteen hoe zijn of haar leven werd beïnvloed door de aanslagen.

Volgens Shibli is zowel Londen als de Britse moslimgemeenschap er uiteindelijk sterker door geworden. „De moslims zijn assertiever geworden en laten zich niet meer de kaas van het brood eten door krankzinnige radicale randgroepjes, die pretenderen namens hen te spreken.”

Ook gaat de Londense politie volgens hem nu veel zorgvuldiger om met de moslimgemeenschap. „Het feit dat een handjevol radicalen er niet in slaagde de Londenaren uit elkaar te drijven, versterkte ook mijn vertrouwen in de stad.”

Shibli en andere deelnemers zijn ook zeer te spreken over het tolerante klimaat in Londen, waar al ruim een derde van de bevolking van buiten Groot-Brittannië komt. „We hebben geluk gehad in vergelijking tot andere Europese moslims”, meent Shibli.

Saiyyidah Zaïdi, een 38-jarige architect die altijd een hoofddoek draagt, onderschrijft dat. „Ik zou nooit ergens anders willen wonen”, zegt ze op het kantoor van de Londense deelgemeente Brent waar ze werkt. „Als ik in mijn abaja over straat ga, neemt bijna nooit iemand daarvan notitie.”

Zaïdi, die in Londen is geboren en getogen uit Pakistaanse ouders, hecht zeer aan haar islamitische identiteit, maar tegelijk voelt ze zich volkomen Brits. Ze kijkt verwonderd op bij een vraag over ‘inheemse’ Britten. „Ik beschouw mezelf ook als inheems”, zegt ze.

Ook Shibli voelt zich na tien jaar meer Londenaar dan Kashmiri. „Ik ben hier volkomen geïntegreerd en dit is mijn thuis. Ik ben er trots op in deze stad te wonen.”

Fotoserie ‘Londen, 7 juli 2005’ op nrc.nl/buitenland