Missie van Nederlands elftal nadert voltooiing

Netherlands' Giovanni van Bronckhorst celebrates after scoring a goal during their 2010 World Cup semi-final soccer match against Uruguay at Green Point stadium in Cape Town July 6, 2010. REUTERS/Carlos Barria (SOUTH AFRICA - Tags: SPORT SOCCER WORLD CUP)
Netherlands' Giovanni van Bronckhorst celebrates after scoring a goal during their 2010 World Cup semi-final soccer match against Uruguay at Green Point stadium in Cape Town July 6, 2010. REUTERS/Carlos Barria (SOUTH AFRICA - Tags: SPORT SOCCER WORLD CUP) REUTERS

Uruguay 2 Nederland 3

Ruststand 1-1. 18. Van Bronckhorst 0-1, 41. Forlan 1-1, 70. Sneijder 1-2, 73. Robben 1-3, 92. Pereira 2-3. Schds: Irmatov (Oez). Tsch: 62.479.

De ultieme droom voor iedere voetballer, wereldkampioen worden met het nationale team, is voor de spelers van het Nederlands elftal binnen handbereik. Voor het eerst in 32 jaar staat Oranje weer in de finale van het WK. In 1978 was gastland Argentinië in de verlenging te sterk: 3-1. Sinds zijn aantreden heeft bondscoach Bert van Marwijk twee jaar lang zijn spelers ervan doordrongen dat zij de wereldtitel kunnen veroveren. Het vereist een denkwijze die zelfs de succesvolle spelersgroep van 1998 onder Guus Hiddink niet had. Er was ook een uitgekookte tactiek voor nodig, gebaseerd op verdedigen met het hele elftal. Gisteren wierp deze aanpak opnieuw vruchten af. Nu was het resultaat, een 3-2 overwinning op Uruguay, goed voor het spelen van de finale van zondag in Johannesburg.

Het grote doel nadert. De schoonheidsprijs moet een keer worden ingeruild voor de hoofdprijs. Het huidige Nederlands elftal is niet ver verwijderd van eeuwige roem. Van Marwijk kan zich al scharen in het rijtje van Rinus Michels (bereikte met Oranje de WK-finale van 1974, zette een trend met het totaalvoetbal) en Ernst Happel (coach in 1978). De nuchtere bondscoach, immer cool, calm and collected, besefte het nog niet zo. Graag had hij met een wijntje in de hand gisteravond op het Museumplein in Amsterdam gestaan. De spelers en staf van Oranje vragen zich momenteel af wat zij teweeg brengen in Nederland. Het is voorlopig een ver-van-hun-bed-show. Af en toe zien zij beelden op de zender BVN, het Beste van Vlaanderen en Nederland.

Uiteraard was de euforie onder hen ook groot nadat in het Green Point Stadium van Kaapstad de Oezbeekse scheidsrechter Ravshan Irmatov had afgefloten. Prins Willem Alexander toog met Maxima naar de kleedkamer waar hij een korte speech hield. De uitgelaten spelers wilden allen op de foto met de toekomstige koningin. Directeur betaald voetbal Henk Kesler sprak onmiddellijk de hoop uit op een finale Nederland-Duitsland. „Dat moet dan onze revanche worden van 1974”, speelde hij in op sentimenten.

Uitgerekend in Zuid-Afrika, het land waarmee Nederland historische banden onderhoudt, heeft Oranje in elk geval vooralsnog indruk gemaakt door zes keer op rij te winnen. Hoewel het spel nog steeds vaak chaotisch is en ook het duel tegen Uruguay een zeer matige fase kende, geeft het de internationals een onoverwinnelijk gevoel. Ze weten dat zij in elke wedstrijd doelpunten maken.

Het valt op dat het Nederlands elftal steeds een inzinking overwint. Die veerkracht was gisteravond opnieuw zichtbaar in de tweede helft. De laatste twintig minuten voor rust liet Oranje zich terugdrukken door Uruguay. De Zuid-Amerikanen misten hun beste verdediger en aanvoerder Diego Lugano (knieblessure), maar uiteraard ook de gevaarlijke aanvaller Luis Suarez (geschorst). Desondanks had Uruguay nog voldoende kwaliteit in de gelederen om het Nederlands elftal, zonder de geschorste Nigel de Jong en Gregory van der Wiel, de duimschroeven aan te draaien.

Dat was nodig ook na het wonderschone doelpunt van Giovanni van Bronckhorst. De Feyenoorder knalde de bal van een kleine dertig meter in de kruising. Aan die treffer ging overigens een forse, maar niet bestrafte overtreding van Mark van Bommel vooraf. Diego Forlan bracht Uruguay in de 41ste minuut weer op gelijke hoogte. De aan zijn heup geblesseerde Maarten Stekelenburg zag het schot te laat op zich afkomen. Het zicht werd de doelman van Oranje belemmerd door twee verdedigers.

In de tweede helft sloeg Oranje in een goede fase genadeloos toe. Demy de Zeeuw was met een aantal losse tanden in de kleedkamer achtergebleven na een trap in zijn gezicht van Martin Caceres. Met Rafael van der Vaart wilde Van Marwijk weer de baas worden op het middenveld en dat lukte.

De treffer van Sneijder was nog wat gelukkig. De bal werd van richting veranderd en Van Persie stond in de baan van het schot buitenspel, maar in de ogen van de arbitrage nam hij niet deel aan het spel. Op het derde Nederlandse doelpunt was weinig aan te merken. Een voorzet van Dirk Kuijt werd door Arjen Robben feilloos ingekopt. Daarna maakte Oranje het zichzelf weer moeilijk door niet van de ontstane ruimte te profiteren en niet verder afstand te nemen. Robben miste bijvoorbeeld een opgelegde kans. Zodoende kwam Oranje nog onder hevige druk te staan in de slotfase, nadat Maximiliano Pereira de marge had verkleind tot 3-2.

Aan de smetjes wilde de technische leiding van Oranje niet te zwaar tillen. „Ik ben blij en trots”, zei Van Marwijk, „dat we met zo’n klein land in de finale van het WK staan. Dit is bijna niet te bevatten. We hebben vandaag inderdaad verzuimd uit te lopen naar 5-1. Maar er staat tegenover dat we ook heel veel kansen creëren. Ik denk wel de meeste van alle teams.” En assistent-coach Frank de Boer: „Als we even wegzakken, komen we voor het doel toch niet in al te grote problemen. Het is een heel stabiel team geworden, al kan het nog beter.”

Dat zal zondag zeker nodig zijn tegen Spanje of Duitsland. Van Marwijk sprak geen voorkeur uit. „Spanje heeft misschien wel het beste elftal van de wereld, maar Duitsland vind ik het beste team van het toernooi.” Aanvoerder Van Bronckhorst koestert de stille hoop dat hij zondag, na afloop van zijn afscheidswedstrijd, de wereldbeker in ontvangst mag nemen. En hij heeft nog een wens: „Ik zou het speciaal vinden als Nelson Mandela op de tribune zit”.