Koppige Kooistra ging een stap te ver in strijd tegen Heineken

Waarom pleegde de grootste horecaondernemer van Nederland, Sjoerd Kooistra, zelfmoord? Zijn conflict met Heineken liep verkeerd, maar hij peinsde er niet over om de tegenpartij tegemoet te komen. „Kooistra heeft pokerspel op hoog niveau gespeeld.”

Na een onplezierige onderhandeling verliet een tevreden Sjoerd Kooistra op 8 september vorig jaar het pand van bierbrouwer Heineken. Hun relatie was er niet beter op geworden, maar na maanden ruzie had Kooistra het contract dat hij wilde. Hij was er nu zeker van dat hij jaarlijks ongeveer 7,2 miljoen euro van Heineken zou ontvangen voor de 31 cafés die de brouwerij van hem huurde.

Risico’s? Dat was juist zo mooi aan de nieuwe afspraak. Het risico had hij bij Heineken neer weten te leggen. Dat het voor Heineken dus niet zo’n mooie afspraak was, daar zouden ze wel achter komen. Dat was zijn probleem niet. Hij had gewoon het onderste uit de kan gehaald.

Betrokkenen zeggen nu dat de koppige Kooistra deze keer de verkeerde tegenstander had gekozen. Ook Heineken kan koppig zijn. Kooistra was met zijn miljoenenbedrijf dan wel de grootste horecaondernemer van Nederland, Heineken is een miljardenbedrijf.

De afgelopen maanden kregen Kooistra en Heineken een hoogoplopend conflict over het handigheidje van Kooistra. Uiteindelijk werd het zijn ondergang. Kort geding volgde op kort geding. Heineken eiste miljoenen van Kooistra, die op zijn beurt weer miljoenen eiste van de brouwerij. Kooistra zei elke keer zelfverzekerd dat het voor elkaar zou komen. De rechter zou hem uiteindelijk gelijk geven, meende hij.

Maar financieel was de strijd tegen Heineken voor Kooistra niet meer vol te houden. Met juridische procedures en het onder druk zetten van financiers van Kooistra zorgde Heineken er de afgelopen maanden voor dat Kooistra minder inkomsten kreeg en dat miljoenenleningen werden opgezegd, zo blijkt uit correspondentie tussen Kooistra en de brouwer. Daardoor kon Kooistra andere leveranciers moeilijker betalen. Dat leverde weer nieuwe juridische procedures op. Uiteindelijk raakte Kooistra steeds verder in financiële problemen, blijkt uit die correspondentie, vonnissen van de rechter en gesprekken die deze krant recent met betrokkenen en Kooistra zelf voerde. Vorige week maandag pleegde Kooistra op 59-jarige leeftijd zelfmoord.

Sjoerd Kooistra en bierbrouwer Heineken hadden een lange relatie, teruggaand tot 13 september 1984 toen Kooistra het trendy café Oblomov in Amsterdam kocht. Kooistra vergeleek de relatie met een goed en lang huwelijk in een brief die hij vorig jaar oktober aan Philip de Ridder, directeur Heineken Nederland, schreef over de problemen. „Er is wel eens een dip geweest, maar over het algemeen hebben wij een prima verstandhouding gehad.” Soms stapte Kooistra met wat van zijn cafés over naar een andere brouwerij, zoals in de periode van midden jaren ’90 tot 2004. Dat noemde Kooistra in de brief „een wat lange dip”. Concurrent Inbev „deed mij voorstellen die zakelijk zo voordelig waren dat ik ze niet kon weigeren”.

Maar vanaf 2004 hadden Kooistra en Heineken elkaar weer helemaal gevonden. Het ene na het andere café van Kooistra tapte Heineken. Vorig jaar schonken in totaal 43 cafés van Kooistra bier en andere dranken geleverd door Heineken. De bieromzet van Kooistra groeide in die periode ook hard – van ongeveer 4.000 hectoliter per jaar tot rond de 14.000 hectoliter. Wekelijks reden de tankwagens van Heineken voor bij de cafés van Kooistra om bier over te pompen.

Kooistra was omstreden in de horecawereld vanwege zijn dubieuze constructies met exploitanten die geregeld failliet gingen. Dat was zijn werkwijze. Kooistra exploiteerde cafés nooit zelf, maar verpachtte een kant en klare zaak aan een exploitant die dan rond de 30 procent van de bruto omzet aan Kooistra moest afdragen. Dat was een hoge pachtsom. Raakte een exploitant in de problemen dan kreeg Kooistra wel zijn pacht, maar konden andere schuldeisers zoals de belastingdienst, het UWV of leveranciers naar hun geld fluiten. Als de exploitant uiteindelijk failliet ging, zette Kooistra er een nieuwe in en streek hij weer netjes zijn pacht op. Zo haalde hij elke keer een uitstekend rendement, maar schuldeisers van de failliete exploitant wees hij de deur. Daar had hij toch niets mee te maken? Hij verpachtte alleen maar.

In 2008 werd Heineken huurder van 31 cafés van Kooistra. Zo wist de brouwer zeker dat in die cafés exclusief zijn dranken geschonken zouden worden. De brouwer mag die verplichting van de Nederlandse Mededingingsautoriteit niet zomaar aan een café opleggen, maar er wordt een uitzondering gemaakt als hij eigenaar of verhuurder van een pand is.

Heineken verhuurde de cafés van Kooistra weer door. Tot maart 2009 was er niets aan de hand. Daarna begonnen de problemen omdat werd gekozen voor een andere betalingsconstructie. Het resultaat was dat Heineken wel huur aan Kooistra betaalde, maar zelf geen huur meer ontving van de exploitanten. Zij moesten via een tussenpersoon betalen, maar die droeg niet af aan Heineken. Na een aantal maanden klopte Heineken bij Kooistra aan. Of hij even wilde betalen.

Maar daarom was Kooistra juist zo opgetogen over de afspraak van 8 september 2009. Hij stond voorheen inderdaad borg voor de huur die de exploitanten aan Heineken moesten betalen, maar met de nieuwe afspraak was dat vervallen. Hij wees Heineken de deur.

Toen begon het juridische gevecht. Heineken spande kort gedingen aan en mocht van de rechter panden ontruimen van exploitanten die geen huur hadden betaald. Door cafés te ontruimen liepen beide partijen schade op. Kooistra ontving geen pacht meer. Heineken miste de omzet van het gesloten café, maar moest Kooistra wel gewoon betalen voor de huur van het café. Prima, dacht Kooistra, we zullen zien wie de langste adem heeft.

Heineken probeerde hem op andere manieren onder druk te zetten. Begin juni bezochten medewerkers van Heineken de Europese Horeca Financieringsmaatschappij in Den Haag. Kooistra had daar een lening van 10 miljoen euro, waarvoor de brouwerij borg stond. Zij vroegen of Kooistra toevallig achterliep met zijn betalingen aan EHF. Dat was het geval. De maand mei was nog niet betaald. Dat kwam doordat Kooistra tijdens een vakantie in Spanje was overvallen. EHF zegde op verzoek van Heineken de lening op, waardoor Kooistra op korte termijn 10 miljoen euro moest aflossen.

De afgelopen weken voerde Heineken de druk verder op, blijkt uit de behandeling van het laatste kort geding op 14 juni. In Amsterdam, Nijmegen en Eindhoven huurde Kooistra in totaal acht cafés van Heineken. De huur die hij moest betalen werd altijd verrekend met de bonuskorting – een bonus die de brouwerij betaalt per afgenomen hectoliter – die hij van Heineken tegoed had. Maar dat wilde Heineken niet langer. Kooistra moest gewoon betalen, in totaal nog ruim 460.000 euro, daarna zou Heineken de bonuskorting uitkeren. Dat was lastig. Het ontruimen van cafés door Heineken had hem harder geraakt dan hij had verwacht.

Zijn hele bedrijfsmodel was gebaseerd op drie inkomstenbronnen: huur, bonuskorting en pacht. Van alle drie kreeg hij steeds minder binnen. Hij had ook nog ongeveer 2,7 miljoen euro aan huur van Heineken tegoed, maar ook dat weigerde Heineken te betalen. Terecht, zo oordeelde de rechter in het vonnis op 29 juni, want Heineken had zelf nog geld van Kooistra tegoed. Ook besloot de rechter dat Heineken de acht cafés mocht ontruimen waar Kooistra een huurachterstand had. Dat betekende dat Kooistra ook van die cafés geen pacht meer zou ontvangen.

Aan het einde van het vonnis gaf de rechter Heineken en Kooistra een belangrijk advies mee. Want tijdens de zittingen was hem wel duidelijk waar het conflict tussen Kooistra en Heineken eigenlijk om draaide: het incassorisico voor de huur van de exploitanten. „Zoek voor dit probleem een oplossing.” Kooistra maakte deze uitspraak van de rechter niet meer mee. De dag ervoor pleegde hij zelfmoord.

Kooistra’s advocaat, Oscar Hammerstein, zegt dat Kooistra „pokerspel op hoog niveau heeft gespeeld”. „Hij wilde Heineken op de knieën krijgen.” Toen de financiële problemen groter werden, heeft hij Kooistra nog aangeraden om de huur te betalen die de exploitanten aan Heineken verschuldigd waren. „Dan konden die cafés gewoon doordraaien en had hij ook gewoon pacht ontvangen. Maar dat wilde hij niet. Afspraak was afspraak, zei hij. Hij stond niet meer borg voor de huurverplichting van de exploitanten aan Heineken. Maar door de crisis was de omzet in heel veel cafés al hard gedaald en door de ontruimingen werd hij nogmaals rechtstreeks geraakt in zijn cashflow.”

Heineken laat schriftelijk weten dat het veelvuldig contact heeft gehad met de Europese Horeca Financieringsmaatschappij, maar dat het EHF niet onder druk heeft gezet. Volgens de brouwerij werd de lening opgezegd omdat Kooistra een betalingsachterstand had. Heineken zegt hiervan schriftelijk bewijs te hebben, maar wil dat niet laten zien.

Directeur Rob de Jonge van EHF zegt dat hij „heel veel contact met medewerkers van Heineken” heeft. Of Heineken heeft aangedrongen op opzegging van de lening aan Kooistra en of Kooistra een betalingsachterstand had, wil De Jonge niet zeggen. „Ik doe geen uitspraken over individuele klanten.”