Kleinere groei brengt een groter evenwicht in Chinese economie

De Chinese economie ziet er gezonder uit als de groei vertraagt. Het groeitempo van het bruto binnenlands product (bbp) loopt terug, van de onstuimige 12 procent in het eerste kwartaal naar 9,5 procent voor het hele jaar, aldus het Centrum voor Ontwikkelingsonderzoek van de Staatsraad. En het tempo zal waarschijnlijk nog verder zakken naar een nieuw gemiddelde van 8 tot 9 procent. Maar als het om China gaat, is minder eigenlijk méér.

Het nieuwe groeitempo lijkt misschien laag in vergelijking met het gemiddelde van 10,7 procent over de afgelopen vijf jaar, maar ligt nog steeds ruim boven de 8 procent die nodig is om ontheemde landarbeiders aan werk te helpen – de sleutel tot sociale stabiliteit. Het is ook nog steeds enorm hoog in vergelijking met de rest van de wereld.

Een deel van de groeivertraging zal bijna vanzelf gaan, doordat de hogere binnenlandse lonen en een duurdere yuan de investeringen in arbeidsintensieve exportsectoren minder aantrekkelijk maken. Maar de overheid draagt ook haar steentje bij, door te proberen het hoge groeitempo van 30 procent van de bankleningen omlaag te krijgen.

De rest van de wereld zou dankbaar moeten zijn. Een herschikking van de Chinese handelsbalans zal de groei elders helpen stimuleren. Een grotere nadruk op de consumptie zal waarschijnlijk de wispelturigheid van de export verminderen. En een tragere groei van de bankleningen vermindert uiteindelijk de kans op een financiële catastrofe in China, die een toch al fragiel mondiaal systeem opnieuw op zijn grondvesten zou doen schudden.

Hoewel de reële Chinese economie zich waarschijnlijk zonder problemen aan een trager groeitempo kan aanpassen, zijn er meer risico’s verbonden aan het afkoelen van het oververhitte financiële systeem.

De kredietgroei kan op een desastreuze manier inzakken, wat zal leiden tot een ineenstorting van de huizenprijzen en aandelenkoersen, een scherpe daling van het groeitempo en een stijging van de inflatie.

Maar dat scenario lijkt onwaarschijnlijk. Als de groei té ver lijkt te dalen, moet de regering in staat zijn de economie te stimuleren, net zoals zij dat deed na de ineenstorting van de wereldhandel in 2008. China is immers nog steeds arm genoeg om snel te reageren op een op groei gericht beleid. En de staat, die drie kwart van de Chinese welvaart controleert, beschikt daartoe over de juiste middelen.

De grootste groeispurt van China is waarschijnlijk voorbij. Maar de marathonrenner lijkt nog in goede conditie te verkeren.