Het ideale vakantieboek

Er schijnt zoiets te bestaan als ‘het ideale vakantieboek’. Omdat het mij niet duidelijk was of iedereen daar hetzelfde mee bedoelt, vroeg ik verschillende mensen die ik de term hoorde gebruiken naar een definitie.

Vakantieboeken, zo blijkt, zijn er voor mensen die in de zomer eindelijk de tijd vinden om te lezen. Zelf denk ik dat je altijd de tijd kunt vinden om te lezen, als je dat wilt, maar ik begrijp dat veel mensen andere dingen willen. Zelf vraag ik me ook wel eens af wie ik zou zijn als ik alle levensuren die ik lezend heb doorgebracht, aan iets anders zou hebben besteed. Een virtuoze klarinettiste of een verbeten speerwerpster, wellicht, of iemand die geblinddoekt tweehonderd chocoladesoorten van elkaar kan onderscheiden.

Verdere eisen die aan het vakantieboek worden gesteld zijn de lijvigheid en de vlotte leesbaarheid van het werk, het spannende verhaal en, zij het in mindere mate, de emotionele betrokkenheid van de lezer.

De postuum verschenen autobiografie van Stefan Zweig, De wereld van gisteren. Herinneringen van een Europeaan – in 1990 in Nederlandse vertaling verschenen bij De Arbeiderspers – is misschien niet het eerste werk waarnaar de vakantieboeklezer op zoek is, maar voldoet volgens mij aan alle vooropgestelde wensen. Het is aan de lijvige kant en leest dankzij Zweigs heldere stijl heel vlot. Het levensverhaal van iemand die in Wenen opgroeit, zijn land uit elkaar ziet vallen, twee wereldoorlogen meemaakt, Europa doorkruist en vrijwel alle toonaangevende figuren van zijn tijd leert kennen, is spannend. Dat deze getuigenis van wilskracht, waarheidszin, moed en hoop postuum is verschenen, omdat Zweig in 1942 samen met zijn vrouw zelfmoord pleegde in Brazilië, wanhopig over de verschrikkingen van een tweede wereldoorlog, vergroot de emotionele betrokkenheid. En dat doen ook die passages waarin Zweig zich buigt over de eeuwige strijd tussen winnaars en verliezers: „Altijd was het dezelfde, eeuwige bende in alle tijden die de voorzichtigen laf noemde, de menselijken zwak, om dan zelf tot radeloosheid te vervallen in het uur van de catastrofe die ze lichtzinnig hadden opgeroepen. (...) Ik wilde laten zien dat degene die in een tijd van begeestering geminacht wordt als zwak en angstig, in het uur van de nederlaag meestal de enige is die het verlies niet alleen ondergaat maar het beheerst.”

Het probleem van de morele superioriteit van de verliezer laat zich prima overdenken in een strandstoel naast een zwembad.