Gemakzuchtig eigenzinnig

The Good Heart Regie: Dagur Kári. Met: Brian Cox, Paul Dano, Isild Le Besco. In: 3 bioscopen. **

Jacques komt na zijn vijfde hartaanval in het ziekenhuis naast Lucas te liggen, een gedeprimeerde, in zichzelf gekeerde jongen die net een zelfmoordpoging heeft gedaan. De zonderlinge Lucas leidt een zwervend bestaan en slaapt onder de Brooklyn Bridge. Eeuwige kankeraar Jacques is eigenaar van een afgebladderd café met nog wel een kamertje vrij waar Lucas mag verblijven. Jacques neemt Lucas onder zijn hoede, leert hem de kneepjes van het vak en onderwijst hem over het leven, met de nadruk op zijn eigen misantropische kijk op het aardse tranendal. Zijn stelregel luidt: geen vrouwen in het café. Dus gaat het mis als de goedige Lucas een gestrande stewardess onderdak biedt.

De IJslandse filmmaker Dagur Kári debuteerde in 2003 veelbelovend met Nói Albinói, maar in zijn eerste Engelstalige film The Good Heart komt zijn kenmerkende eigenzinnigheid wat lui over, alsof het opvoeren van wat vreemde personages bij voorbaat genoeg is om de sympathie van de kijker te wekken. Personages uit de marge van de samenleving die we bovendien kennen uit talloze andere recente arthousefilms en die wat gemakzuchtig zijn geschreven, evenals de bijfiguren: de altijd kibbelende clientèle van de bar. Wat de film uiteindelijk de das omdoet, is de sentimentaliteit die in de climax ten tonele wordt gevoerd en waarbij het ‘goede hart’ uit de titel op het toneel verschijnt.