Eindeloos Srebrenica

Vijftien jaar geleden verliet Dutchbat met de staart tussen de benen Srebrenica. De Nederlanders wisten wat er kon gebeuren als ze de moslimmannen uit de enclave overlieten aan de „slagers” , zoals majoor Franken later, in een andere zaak voor het Joegoslavië-tribunaal, verklaarde. Mede daarom zal „het boek Srebrenica nooit gesloten worden”, zei ex-premier Kok in 2002 bij een bezoek aan de stad in Bosnië.

Dat bleek te kloppen. Sterker, de Nederlandse regering doet er zelf alles aan om de wroeging en wrok over haar rol bij deze oorlogsmisdaad levend te houden. Zo goed als niets is tot nu toe naar behoren afgehandeld. Bijna alles wat Nederland sinds 1995 heeft aangepakt, is modderig geworden.

Vanaf dag één hebben de autoriteiten de gebeurtenissen in Srebrenica niet op waarde kunnen of willen schatten. Toenmalig minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) nam bijna meteen het woord ‘genocide’ in de mond en werd net zo snel door zijn collega’s tot de orde geroepen.

De rij blunders daarna is eindeloos. Het beeld van soldaten in polonaise in Zagreb was schrijnend. De beelden die eerder in Srebrenica waren opgenomen, bereikten het thuisfront daarentegen weer niet omdat op de filmrolletjes niets bleek te staan. Er werd te weinig lering uit het drama getrokken.

Het aftreden van het voltallige tweede kabinet-Kok in 2002, een reactie op het langverwachte en evenwichtige onderzoeksrapport van het NIOD, was een vorm van erkenning die ook een vervolg kreeg in speciaal beleid voor Srebrenica. Maar spijt betuigen bleef taboe, uit angst voor de financieel-juridische gevolgen. In 2003 wilde minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) een paar honderd vluchtelingen uit Srebrenica zelfs geen asiel verlenen wegens de gevreesde precedentwerking.

Haar houding was een dieptepunt. Maar zij was niet de enige die last had van het gebrek aan diplomatieke empathie en historische sensibiliteit dat Nederland achtervolgt.

Het einde hiervan is niet in zicht nu vier nabestaanden aangifte hebben gedaan tegen commandant Karremans, Franken en een adjudant wegens betrokkenheid bij moord op hun familie.

De juridische implicaties hiervan zijn uiteraard nog niet te overzien. Er is wel jurisprudentie. Zo heeft het Joegoslavië-tribunaal niet alleen vastgesteld dat er in Srebrenica sprake is geweest van genocide, een woord met morele én juridische lading. Het heeft ook de aansprakelijkheid van de militairen met het begrip „command responsibility” gedefinieerd.

Weliswaar heeft het Gerechtshof Den Haag vastgesteld dat missies onder VN-vlag immuniteit genieten – anders zouden de lidstaten geen militairen meer leveren – maar de nabestaanden laten zich daardoor niet uit het veld slaan. Bij de Hoge Raad hebben ze in cassatie gevraagd dit arrest te laten toetsen door het Europese Hof voor de Mensenrechten.

In juridische zin is Srebrenica dus ook geen gesloten boek. Bij de 20ste en 25ste verjaardag zullen er vermoedelijk nog steeds procedures lopen tegen de Staat. Dat heeft Nederland grotendeels aan zijn eigen angsthazerij te wijten.