Een compact akkoord na eerdere mislukking

Het kan: een compact regeerakkoord. Zelfs in 3.100 woorden. Maar dat is alweer meer dan veertig jaar geleden.

De informateurs Uri Rosenthal (VVD) en Jacques Wallage (PvdA) willen een „compact” regeerakkoord dat ruimte laat voor „vrije kwesties”. Hoe compact, dat is in dit stadium van de formatie natuurlijk nog onduidelijk. Goede voornemens kunnen immers nog weleens sneuvelen.

Neem de formatie van 2002. Niet meer dan „één A-viertje” had CDA-lijsttrekker Jan Peter Balkenende aan zijn kiezers beloofd. Het werden er meer dan veertig, vol met uitgangspunten, oriëntaties, beleidsagenda’s en zelfs tabellen.

Nee, een beter voorbeeld biedt het kabinet-De Jong, dat regeerde van april 1967 tot juli 1971. De onderhandelaars van de vier partijen KVP, VVD, ARP en CHU wisten zichzelf tot grote bondigheid te beperken: met 3.100 woorden is hun akkoord nog altijd het kortste in de parlementaire geschiedenis. Op eenzame hoogte? Nee, Hans Wiegel (VVD) en Dries van Agt (CDA) kwamen met het regeerakkoord van 1977 in de buurt. Net als Balkenende bij de vorming van zijn tweede kabinet: met VVD en D66 leverde hij in mei 2003 een ‘hoofdlijnenakkoord’ af van niet meer dan dertien pagina’s. In beide gevallen ging er een lange, mislukte formatiepoging aan vooraf.

De concurrentie is overigens niet groot, omdat het fenomeen regeerakkoord pas zijn intrede in de geschiedenis doet in 1963. Daarvoor was sprake van regeringsprogramma’s. Daaraan committeerden de ministers zich, maar niet de fractievoorzitters van de coalitiepartijen in het parlement – en juist dat laatste beperkt de vrijheid van de Tweede Kamer op een manier die de huidige informateurs willen doorbreken.

Het kabinet van Piet de Jong, de voormalige onderzeebootofficier, kwam tot stand na een eerdere, mislukte poging om een kabinet-Biesheuvel (ARP) te formeren. Informateurs: Jelle Zijlstra (ARP) en Louis Beel (KVP). Na hun werk ging het mis, toen formateur Biesheuvel de fractievoorzitters niet wist te overtuigen van zijn kandidaat-ministers. Vooral de keuze voor zijn partijgenoot Joop Bakker, op Economische Zaken, viel slecht. Biesheuvel wilde zijn opdracht teruggeven aan de koningin, maar die wilde daar niet aan. Twee dagen later was de formatie alsnog definitief mislukt.

Daarna kwamen er geen informateurs meer aan te pas. De Jong formeerde in zestien dagen zijn vierpartijenkabinet. Een belangrijke afspraak: ministerswisselingen mogen tijdens de rit niet tot een crisis leiden. Opvallend was dat de verkiezingen toen volgens de analisten van destijds „een ernstige vertrouwenscrisis in de werking van ons partijenstelsel” hadden geopenbaard, mede door de winst voor de Boerenpartij en nieuwkomer D66 en het verlies voor de KVP (acht zetels) en de PvdA (zes zetels). Voor de bestendigheid van de regering maakte het niet uit: het kabinet-De Jong zat de rit uit.