Duurzaam of aardbeiensmaak?

De consument is verantwoordelijk voor zijn aankopen, zegt de overheid.

Maar de consument is ontoerekeningsvatbaar.

De consument is de bron van alle kwaad in de wereld, zo lijkt het. Hij is te beroerd om één eurocent per kilo varkensvlees extra te betalen, vertikt het om zijn gloeilampen te vervangen, wil niet aan de groene stroom, en kiest steeds maar weer voor sportschoenen die door Chinese kinderhandjes zijn genaaid uit afgeknalde-kangoeroeleer. Welterusten, mijnheer de consument.

Ik ga hier niet ontkennen dat de consument een zekere schuld, of op zijn minst verantwoordelijkheid, draagt voor de gevolgen van zijn aankopen. Maar aan de handen van de overheid en bedrijven kleeft hetzelfde bloed. En zij wassen die in onschuld door steeds maar weer naar de consument te wijzen. Elke grote aanpassing in productieketens wordt weggewuifd met het argument dat de consument eerst de vraag moet creëren. Zo ook in de laatste Nota duurzaam voedsel van minister Verburg, die de consument wil ‘uitdagen’ en ‘verleiden’ tot beter gedrag.

Televisiemaker Teun van de Keuken stelde in 2004 een prachtige daad door zichzelf te laten aanklagen voor het eten van een niet-slaafvrije reep chocolade. Dat hij weet wat hij eet, maakt zijn gedrag tot een misdrijf – heling – zo redeneerde hij. Net zoals het een misdrijf is om een fiets te kopen waarvan je weet dat die gestolen is. Zou ik zelf Teun van de Keuken hebben moeten berechten, dan had ik hem vermoedelijk niet schuldig, maar wel ontoerekeningsvatbaar verklaard. Ik leg graag uit waarom.

Producten worden samengesteld uit een groot aantal grondstoffen en hulpstoffen die van over de hele wereld komen. Productieketens worden steeds complexer en onoverzichtelijker. Bovenop deze verwarrende werkelijkheid komt nog een verwarrende schijnwerkelijkheid: een wirwar aan keurmerken. Voor dieren heb je Scharrel, Demeter, EKO. Voor fairtrade heb je Utz, Rainforest Alliance, Max Havelaar. Daarbovenop strooien supermarkten met Keuze Klavertjes (een nepkeurmerk) en containerkreten als ‘duurzaam’, ‘verantwoord’ en ‘natuurlijk’. Kunnen wij van de gemiddelde consument nog wel verwachten dat hij de tijd en de kennis heeft om een overwogen keuze te maken?

Ik denk van niet. Zo heeft het gros van de mensen geen flauw idee dat een scharrelkip nooit buiten komt, maar met een afgekapte snavel binnen zit met negen hennen per vierkante meter. Ingewijde dierenvrienden kopen daarom EKO-eieren. Maar is de naam ‘scharrelei’ dan niet eigenlijk een perverse leugen?

Een ander voorbeeld. Kortgeleden richtte Greenpeace haar pijlen op KitKat. En terecht, want voor KitKat wordt palmolie gebruikt waarvoor regenwoud is gekapt. Maar in de spotjes van Greenpeace was toch duidelijk een KitKat-reep te zien met daarop het Max Havelaar-logo. „Kunnen we die nu ook al niet vertrouwen?” vroeg de consument zich af. Het antwoord is: toch wel. Het logo slaat niet op de palmolie, maar op de cacao, waar niets mis mee is. Doordat keurmerken echter op basis van individuele thema’s en individuele ingrediënten worden toegekend, kan het zelfs zijn dat onverantwoorde producten een keurmerk dragen.

Ik word er eigenlijk een beetje kriegelig van, telkens als een productschap of landbouwminister roept dat ‘de keus aan de consument is’. Niet alleen stel ik vast dat die keuze in de praktijk veel minder vrij is dan je zou willen, de stelling zelf heeft ook een nare doorwerking. In feite wordt ermee gezegd dat mensenrechten, dierenrechten en een leefbare aarde net zoiets zijn als aardbeiensmaak. „Als de consument dat wil, dan maken wij dat. En anders niet.” Fundamentele waarden worden opeens optioneel. Alsof het leed van de kindslaven in Afrika minder erg wordt naarmate wij er minder belang aan hechten. De bal wordt in handen gelegd van een stuurloze groep mensen – de consumenten – die de juiste kennis ontbeert.

Tegelijkertijd zie je dat consumenten steeds vaker die bal weer terugkaatsen. Ze schikken zich niet in hun rol van zondebok binnen de drie-eenheid producent, consument en wetgever. Ik hoor dit soort (vaak fatalistische) geluiden regelmatig als ik weer eens achter een kraam sta voor één of ander goed doel. Of ik lees het in discussies op internet. „Moet ik me dáár nu weer schuldig om gaan voelen?” „Dat moet Den Haag maar oplossen.” „Wat heeft het voor zin als alleen ik er iets aan doe?”

Gedeelde verantwoordelijkheid is in de praktijk vaak gedeelde onverantwoordelijkheid. Dit effect wordt wel eens omschreven als the tragedy of the commons. Laat vijf herdertjes een grasveld delen en ze zullen allemaal willen dat het veld niet wordt overbegraasd door hun schapen. Maar als vier herdertjes zich inhouden, profiteert daarvan de vijfde. Maatregelen hebben alleen zin als iedereen, of in ieder geval een ruime meerderheid, meedoet.

Uit opinieonderzoek blijkt tegelijkertijd keer op keer dat de wil tot verandering wel degelijk leeft onder de bevolking. Deze tegenstrijdigheid noemt men vaak de dubbelrol van burger en consument. Want wij zijn bange herdertjes, die naar elkaar zitten te wijzen, en uiteindelijk doet er niemand iets. Het is een illusie om te denken dat consumenten alleen de wereld kunnen veranderen. Wel kunnen ze door hun keuzes een signaal afgeven aan overheid en bedrijfsleven dat er echt iets moet veranderen.

Het is te hopen dat een volgende regering hiernaar wél durft te luisteren en het voortouw neemt, met concrete maatregelen en wetgeving. Zoals daar zijn:

Vergroening van het belastingstelsel. Naast een kilometerheffing komt er dus ook een kiloknallerheffing (vleestaks). Het burgerinitatief voor een btw-nultarief op biologische producten wordt ingevoerd.

Nederland maakt zich met een coalitie van gelijkgestemde landen in de Europese Unie sterk voor basiseisen aan alle producten die worden ingevoerd. Producten waarvoor mensenrechten zijn geschonden komen het land niet meer in.

Nepkeurmerken worden verboden. Keurmerken mogen alleen worden verstrekt door onafhankelijke instanties.

Consumenten hoeven niet te dolen in het keuze- en keurmerkenlabyrint. De overheid kan leiding en richting geven, en het leven voor iedereen net een beetje makkelijker én duurzamer maken.

Pablo Moleman is bestuurslid van PINK!, de jongerenorganisatie van de Partij voor de Dieren, en studeert biologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.