Dit gaat veel opleveren

Het Britse veilinghuis Sotheby’s veilt vandaag een verzameling van oude meesters uit de Gouden Eeuw.

Hoogtepunt: een ‘tronie’ van Jan Lievens.

Haakneuzen, ingevallen monden en zonderlinge kinnebakken. De Leidse schilder Jan Lievens (1607-1674) gebruikte voor zijn portretstudies graag modellen met markante en melancholieke koppen. Bij Sotheby’s in Londen wordt vandaag zo’n karakteristieke ‘tronie’ van Lievens geveild: Studie van hoofd en schouders van een oude bebaarde man, vermoedelijk uit 1629.

Het kleine houten paneel maakt deel uit van een opmerkelijke veiling met vele oude meesters uit de Lage Landen, zoals Pieter Brueghel, Hendrik Terbrugghen, Meindert Hobbema en Frans Hals. Grote namen, maar het schilderij van Lievens heeft toch de hoogste richtprijs: 2 tot 3 miljoen pond.

De ster van Jan Lievens is rijzende. Anderhalf jaar geleden wijdden de National Gallery of Art in Washington en het Rembrandthuis in Amsterdam een overzichtstentoonstelling aan zijn werk: Jan Lievens: A Dutch Master Rediscovered. Een spectaculair overzicht, zegt Pieter Roelofs, conservator zeventiende-eeuwse Nederlandse schilderijen bij het Rijksmuseum in Amsterdam. „Die tentoonstelling heeft zijn oeuvre weer op de kaart gezet.” De prijzen voor zijn werk zijn sindsdien fors gestegen.

Lievens was een wonderkind, die als twaalfjarige al realistische allegorieën en bijbelse verhalen schilderde. Helaas voor hem speelde zijn loopbaan zich af in de schaduw van een jeugdvriend met een nog groter talent: Rembrandt van Rijn. De twee schilders groeiden samen op in Leiden, hadden dezelfde leermeester, dezelfde ambities en deelden van 1625 tot 1631 mogelijk een atelier.

Rembrandt vertrok daarna naar Amsterdam om de moderne en succesvolle portrettist van de elite te worden. Lievens verhuisde naar Londen, en later naar Antwerpen en Den Haag. In elke stad werkte hij in een andere stijl en techniek. Roelofs: „Op de tentoonstelling in Washington viel op, hoe goed Lievens steeds de plaatselijke artistieke tendensen wist te absorberen en zo de markt bespeelde.”

De aangeboden portretstudie van Lievens dateert uit de tijd dat hij in Leiden nauw met Rembrandt samenwerkte en modellen deelde. De bebaarde oude man is ook te herkennen op een doek van Rembrandt dat in de National Gallery of Victoria in Melbourne hangt. En mogelijk poseerde hij eveneens voor Jeremia treurend over de verwoesting van Jeruzalem, in bezit van het Rijksmuseum in Amsterdam.

Naar aanleiding van het schilderij van Lievens zijn studies van medici verschenen. Het bloeddoorlopen linkeroog en de hangende linkerwang van de oude man zouden wijzen op een beroerte. Daarbij zij aangetekend dat ook de toentertijd veelvoorkomende geslachtsziekte syfilis sporen in het gezicht nalaat.

De ‘tronies’ die Rembrandt en Lievens in Leiden schilderden waren geen portretten, maar studies naar de werking van licht, het schilderen van gemoedstoestanden en het ontwikkelen van nieuwe technieken. Met hun lichtwerking slaagden Rembrandt en Lievens erin de dieptewerking van hun schilderijen kracht bij te zetten. En kijk naar de baard van de oude man, zegt Roelofs. Met de achterkant van zijn penseel kraste Lievens in de natte verf, een techniek die Rembrandt ook uitprobeerde. Roelofs: „Het schilderplezier spat van die tronies af.” Martine Lambrechtsen, expert oude meesters bij Sotheby’s, voegt daar aan toe: „Lievens deed in die Leidse jaren niet voor Rembrandt onder.”

Lievens’ studie van de bebaarde oude man is in relatief korte tijd diverse keren van eigenaar verwisseld. De Rotterdamse havenbaron Daniël George van Beuningen kocht het na de Tweede Wereldoorlog. Toen zijn erven het paneel in juli 2004 lieten veilen, bood de Londense kunsthandelaar Johnny van Haeften 1,65 miljoen pond, toen een recordbedrag voor een Lievens. De antiquair verkocht het schoongemaakte schilderij acht maanden later op de openingsavond van de kunst- en antiekbeurs Tefaf met liefst een miljoen pond winst. De Nederlandse verzamelaar die het paneel bij Van Haeften kocht, heeft het nu, samen met acht andere oude meesters, ingebracht. Over zijn identiteit doet het veilinghuis geen mededelingen.

Pieter Roelofs spreekt van een „mooi stuk”. De conservator verwacht dat het paneel door een particuliere verzamelaar zal worden gekocht. „Werken uit de Leidse school zijn momenteel zeer in trek zijn bij de grote Europese en Amerikaanse verzamelaars.” Dat musea de Lievens vermoedelijk niet zullen verwerven, is volgens de conservator geen ramp. „Lievens is goed vertegenwoordigd in openbare collecties in Nederland.”