Britten verlaten gevaarlijk district in Afghanistan

Amerikaanse mariniers nemen het Afghaanse district Sangin over van de Britse militairen die daar sinds 2006 gelegerd zijn. De Britten zullen zich concentreren in het dichtbevolkte centrum van de provincie Helmand, en het noorden en het zuiden overlaten aan Amerikanen.

Sangin is voor de Britten, die met het begin van de ISAF-missie in het zuiden de verantwoordelijkheid voor Helmand op zich namen, het gevaarlijkste district gebleken: 99 van de 312 Britse doden vielen in Sangin. Helmand als geheel, dat groter is dan Nederland, bleek veel te gevaarlijk voor de 3.000 militairen die Londen aanvankelijk uitzond. Inmiddels zijn er 9.500 Britten in Afghanistan, van wie de meesten in de zuidelijke provincie.

Helmand is met Kandahar het centrum van de Amerikaanse troepenuitbreiding. In de provincie zijn nu 20.000 Amerikanen aanwezig, reden vorige maand om het commando over de provincie over te dragen aan een Amerikaanse tweesterrengeneraal.

Er zijn duizend Britten in Sangin. Voormalig legerleider Sir Richard Dannatt verklaarde de zware strijd in het district als volgt: doordat ze onderbemand waren werden de Britten „vliegen in een pot honing” en konden zij steeds opnieuw worden aangevallen door de Talibaan. In Sangin is nauwelijks steun voor de Afghaanse overheid of de buitenlandse troepenmacht. Het district is belangrijk voor de opiumproductie en -handel en kent een grote aanwezigheid van de Talibaan. Twee militaire offensieven hebben daar geen verandering in gebracht.

In de Britse pers heerste vandaag de angst dat het verlaten van Sangin wordt gezien als Brits falen, een verwijt dat ook klonk toen de Britten in 2007 uit Basra in Irak vertrokken. De legerleiders hadden liever gezien dat Amerikaanse mariniers hen in Sangin kwamen versterken, schreef The Guardian.

Minister van Buitenlandse Zaken william Hague zei gisteren dat de Britse troepen binnen vijf jaar niet meer bij gevechtshandelingen in Afghanistan betrokken zullen zijn. (AP, Reuters)