Ad Bos is klokkenluider af

Nieuwsanalyse

Ad Bos onthulde de bouwfraude, maar komt niet van justitie af – in tegenstelling tot de hoofddaders.

Ad Bos, de man die in 2001 de grootschalige fraude in de bouw onthulde, is formeel geen klokkenluider meer. Dat is de consequentie van de uitspraak van de Hoge Raad, gisteren. Die oordeelde dat Bos alsnog moet worden vervolgd, wegens poging tot omkoping van een ambtenaar en het maken van verboden prijsafspraken toen hij zelf nog in de bouw werkte.

Een klokkenluider mag zelf geen directe strafrechtelijke betrokkenheid hebben bij de misstanden die hij aandraagt, schreef toenmalig minister Donner (Justitie, CDA). Als dat wel het geval is, mag er ook geen sprake zijn van een geldelijke beloning.

Het dossier-Bos leek te kunnen worden gesloten toen het gerechtshof in Den Bosch eind 2008 oordeelde dat het Openbaar Ministerie (OM) hem niet meer mocht vervolgen. Bos was te lang aan het lijntje gehouden; vanaf 1999 had hij geprobeerd om schaduwboekhoudingen aan justitie over te dragen. Een half jaar later kreeg hij de officiële klokkenluiderstatus van toenmalig minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA). Zij kende hem namens de Staat een schadevergoeding toe, die hem in staat moest stellen „samen met zijn familie weer met vertrouwen vooruit te kijken”. Volgens Ter Horst waren Bos tot op het hoogste niveau toezeggingen gedaan, onder anderen door oud-minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66), en had hij mede daarom recht op schadevergoeding.

Er liep alleen nog een cassatieprocedure bij de Hoge Raad. Daarin oordeelde de advocaat-generaal vorig jaar december dat het OM inderdaad zijn recht op vervolging had verspeeld, omdat de delicten inmiddels waren verjaard.

Drie maanden later kwam de advocaat-generaal op dat standpunt terug, door uitspraken van de Hoge Raad in twee andere zaken. Recente wetgeving had de verjaringstermijn van zware misdrijven verlengd en dat gold nu ook voor Ad Bos.

Het Openbaar Ministerie mocht hem dus wel vervolgen. En daardoor moet Bos alsnog terechtstaan. Als betrokkene bij de miljardenfraude die hij aan het licht bracht, en waarbij nagenoeg de hele bouwsector betrokken was. Als betrokkene bij het smeren en fêteren van talrijke ambtenaren, waardoor de overheid als opdrachtgever voor vele miljoenen is benadeeld.

Ad Bos kon na zijn onthulling van de bouwfraude geen werk meer vinden en zat financieel aan de grond. In 2004 vroeg hij toenmalig premier Balkenende om een tegemoetkoming. Die wees dat af. „Vanuit de maatschappelijke plicht om misstanden in de samenleving aan het licht te brengen, vloeit voort dat u heeft gehandeld, zoals u had moeten doen”, schreef Balkenende terug.

Waar het OM nu tot aan de Hoge Raad gaat om Bos aan te pakken, liet zij dat in 2007 achterwege. Tegen twaalf hoofdverdachten van de bouwfraude eiste het OM toen een jaar cel. De meesten kwamen weg met taakstraffen en boetes.

Binnenlandse Zaken werkt nu aan wetgeving die klokkenluiders beter moet beschermen. Dit vloeit voort uit onderzoek waaruit blijkt dat eenderde van de ambtenaren die misstanden aan de kaak willen stellen, dat niet doet uit angst voor de gevolgen voor zichzelf. De gang van zaken rond Bos illustreert dat die angst niet ten onrechte is.