Aanjager bouwfraude Ad Bos geen klokkenluider meer

adbosDe meeste bouwbedrijven die betrokken waren bij grootschalige fraude kwamen er in 2007 met milde straffen van af: taakstraffen voor de bestuurders en lage boetes voor de onderneming zelf. Het Openbaar Ministerie (OM)  zag af van beroepsprocedures tegen die straffen. Klokkenluider Ad Bos moet zich, twaalf jaar nadat hij die fraude had aangezwengeld, opnieuw verantwoorden voor de strafrechter. Want het OM procedeerde in zijn zaak door tot aan de Hoge Raad.

Ad Bos is formeel geen klokkenluider meer. Dat is de consequentie van de uitspraak van de Hoge Raad, gisteren, dat hij alsnog vervolgd moet worden voor zijn eigen betrokkenheid bij omkoping van ambtenaren en kartelafspraken. Een klokkenluider, zo schreef toenmalig minister Donner (Justitie, CDA), mag zelf geen directe strafrechtelijke betrokkenheid hebben bij de misstanden die hij aandraagt. Is dat wel het geval, dan mag er ook geen sprake zijn van een geldelijke beloning.

Het dossier-Bos leek vorig jaar gesloten, toen het Gerechtshof in Den Bosch eind 2008 oordeelde dat het OM hem niet langer mocht vervolgen (niet-ontvankelijk was), omdat hij te lang aan het lijntje was gehouden nadat hij vanaf 1999 had geprobeerd om schaduwboekhoudingen aan justitie over te dragen. Een half jaar later kreeg hij zijn officiële klokkenluiderstatus van toenmalig minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA). Namens de Staat kende ze hem een schadevergoeding toe om hem in de gelegenheid te stellen „opgebouwde schulden af te lossen en samen met zijn familie weer met vertrouwen vooruit te kijken”.

Volgens Ter Horst waren aan Bos tot op het hoogste niveau toezeggingen gedaan, onder meer door oud-minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) en had hij mede daarom recht op schadevergoeding. De zaak leek gesloten, zelfs nadat justitie in beroep was gegaan. De advocaat-generaal bij de Hoge Raad oordeelde vorig jaar december nog dat het OM inderdaad zijn recht op vervolging had verspeeld, omdat de delicten inmiddels waren verjaard. Maar afgelopen april kwam de advocaat-generaal terug op die conclusie, als gevolg van uitspraken van de Hoge Raad in twee andere zaken. Recente wetgeving had de verjaringstermijnen van zware misdrijven verlengd en dat gold ook voor de zaak-Bos. Het OM mocht hem dus wel vervolgen. De Hoge Raad deelde die conclusie, zo bleek gisteren.

Het gevolg is dat Bos alsnog terecht moet staan op verdenking van omkoping en concurrentievervalsing bij aanbestedingsprocedures. Bos bracht een miljardenfraude aan het licht waarbij nagenoeg de hele bouwsector betrokken was en een daarbij behorende smeer- en fêteerpraktijk waarbij een groot aantal ambtenaren betrokken was en de overheid als opdrachtgever voor vele miljoenen benadeeld. Het duurde meer dan tien jaar voordat hij daarvoor via Ter Horst van de Staat financiële compensatie kreeg. In 2004 vroeg hij toenmalig premier Balkenende nog om een tegemoetkoming. Die wees dat af: „vanuit de maatschappelijke plicht om misstanden in de samenleving aan het licht te brengen, vloeit voort dat U heeft gehandeld, zoals u had moeten doen. Om die reden zie ik derhalve geen noodzaak om op uw verzoek in te gaan”, schreef Balkenende terug.

De meeste hoofdverdachten in het bouwfraudedossier, het OM spande zestien strafzaken aan, kwamen er met taakstraffen vanaf, hoewel er tegen twaalf bestuurders celstraffen waren geëist tot één jaar. Het openbaar ministerie zag in die dossiers uiteindelijk af van hoger beroep.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft wetgeving in voorbereiding die klokkenluiders betere bescherming moet bieden, als reactie op onderzoek waaruit blijkt dat eenderde van de ambtenaren die misstanden aan de kaak wil stellen, dat niet doet uit angst voor de gevolgen voor zichzelf. De gang van zaken rond Ad Bos illustreert dat die angst niet onterecht is. Klokkenluiden is een riskante onderneming.