Uitspraak 58: Mag een actiegroep een website beginnen tegen een dokter?

Mag een patiënt die zich slecht behandeld voelt een website over een dokter beginnen, met diens naam als webadres? Met commentaar van NJB-medewerker Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht in Leiden. De Zaak. Een neuroloog leest in het blad Medisch Contact een verhaal over een stichting die zich inzet voor slachtoffers van medische fouten en de website

mriMag een patiënt die zich slecht behandeld voelt een website over een dokter beginnen, met diens naam als webadres? Met commentaar van NJB-medewerker Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht in Leiden.

De Zaak. Een neuroloog leest in het blad Medisch Contact een verhaal over een stichting die zich inzet voor slachtoffers van medische fouten en de website www.zwartelijstartsen.nl heeft. De initiatiefnemer zegt de medische stand te willen wakker schudden met ‘shocktherapie’.

De neuroloog staat op die zwarte lijst vermeld en beschrijft per ingezonden brief hoe hij daar terecht is gekomen. Hij zegt één keer een consult aan een ‘prominent’ van de stichting te hebben gegeven. Deze eiste een ‘beeldvormend’ onderzoek, had ‘als getuige’ de taxichauffeur meegenomen, maar weigerde inzage in de medische voorgeschiedenis. Haar klachten wezen niet op enige neurologische aandoening, ‘integendeel’. De patiënte kreeg dus van hem geen MRI-scan of ander onderzoek. De dokter schreef dat de stichting ‘kwaadaardige onzin’ verspreidt van ‘wrange wrokkers die hun zin niet krijgen’. Hij meent dat artsen ten onrechte niet beschermd worden tegen zulke ‘indringers’ in hun spreekkamers. Hij maakt bezwaar tegen internet ‘tribunalen’ voor artsen.

De stichting eist daarop rectificatie wegens laster. De casus uit zijn brief kon alleen op de initiatiefnemer slaan. De dokter zou zijn beroepsgeheim hebben geschonden. Maar de rechtbank vindt zijn brief niet onrechtmatig. Een ‘getergde’ dokter mag zich best stevig uitdrukken. De stichting doet dat ook. Maar de stichting mag de dokter wèl op de zwarte lijst vermeld houden. Een medisch specialist moet tegen een stootje kunnen. En hij heeft maar één keer per email geprotesteerd, in 2007 en het daarna laten zitten. Hij heeft zijn recht op correctie dus ‘min of meer verwerkt’: laten verlopen.

Het vervolg… Daarop doet de stichting er een schep boven op. er komt een aparte website, geheel gewijd aan deze ene dokter. Het webadres bestaat nu uit zijn voor- en achternaam. De dokter begint een kort geding. Hij eist dat de de website wordt gesloten en de stichting nooit meer over hem publiceert.

Wat is de rechtsvraag? Mocht de stichting de naam van de dokter zonder diens toestemming als domeinnaam op internet registreren? Mag het recht op vrije meningsuiting van de stichting worden beperkt? Waren de meningen van de stichting onrechtmatig, bijvoorbeeld feitelijk onjuist of onnodig grievend?

Hoe oordeelt de rechter? Wie de naam van een ander zonder toestemming registreert als internetadres handelt in strijd met de ‘zorgvuldigheid die [..] in het maatschappelijk verkeer ten opzichte van een ander persoon of goed betaamt’. De dokter gaat zelf over zijn naam als internetdomein. Hij mag beslissen of hij er zelf mee iets doet, of wie namens hem.

De beschuldigingen die op de website staan vindt de rechter ‘zeer zwaar’ en belasterend. Ze werden niet door feiten gestaafd, noch op de website noch op de zitting. Dat de stichting de ‘doofpotcultuur’ onder artsen wil doorbreken is geen rechtvaardiging. De uitlatingen zijn onrechtmatig en de website moet worden gesloten. De stichting mag wel over deze dokter blijven publiceren: de eis van de dokter dat zijn naam door de stichting niet meer mag worden vermeld is ‘te algemeen’.

Lees hier de uitspraak ( LJ BM 9448) van de Utrechtse rechter in kort geding. Hier het artikel uit Medisch Contact dat de ingezonden brief (klik hier) uitlokte. En hier de uitspraak (LJ BJ 8975) van de rechter in Groningen over de toelaatbaarheid van die brief. En hier de website van de stichting die de arts aanviel. Voor abonnees hier een eerder bericht uit NRC over deze kwestie.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.