Tweespalt in Tour na veldslag in de Ardennen

Een massale valpartij in de tweede etappe van de Tour leidde tot ruzie. Doorrijden vonden sommigen. Stop, zei Cancellara. Gesink was een van de slachtoffers.

Fabian Cancellara of Switzerland, wearing the overall leader's yellow jersey, center, urges all riders not to engage in a sprint out of protest as the pack crosses the finish during the second stage of the Tour de France cycling race over 201 kilometers (125 miles) with start in Brussels and finish in Spa, Belgium, Monday July 5, 2010. (AP Photo/Laurent Rebours)
Fabian Cancellara of Switzerland, wearing the overall leader's yellow jersey, center, urges all riders not to engage in a sprint out of protest as the pack crosses the finish during the second stage of the Tour de France cycling race over 201 kilometers (125 miles) with start in Brussels and finish in Spa, Belgium, Monday July 5, 2010. (AP Photo/Laurent Rebours) AP

Robert Gesink reed juist zo attent vooraan, toen het peloton gisteren in de tweede etappe van de Ronde van Frankrijk ruw uit elkaar werd geslagen door een massale valpartij in de afdaling van de Côte de Stockeu. Vorig jaar moest de Rabokopman na een val in rit vijf opgeven met een polsbreuk en in de Vuelta raakte hij een podiumplaats kwijt door een val. Nu leek hij net aan het ongeluk te ontsnappen, waar veel van zijn concurrenten wel tegen het spekgladde asfalt sloegen. Maar schijn bedroog. Gesink had eerder in de rit, op zestig kilometer voor de finish, op de grond gelegen. Schaafwonden aan de linkeronderarm, ‘zonder erg’ zoals wielrenners zeggen. Maar na de finish bleef de pijn. Scheur in de ellepijp, bleek ’s avonds op foto’s in het ziekenhuis van Maastricht. Wel erg.

„Afstappen is geen optie, maar we gaan het nu van dag tot dag bekijken”, zei ploegarts Dion van Bommel gisteravond. Gesink (24) zette dit jaar in zijn voorbereiding alles op alles om in topvorm te zijn voor de Tour. In de Ronde van Zwitserland won hij onlangs met overmacht de koninginnenrit. Uitgerekend vandaag wachtte een rit over zeven kasseistroken, op het parcours van de klassieker Parijs-Roubaix, lastig met een botscheurtje in de onderarm. Met pijnstillers en verband moest de 1.89 meter lange en 68 kilo lichte klimmer de 213 kilometer zien te overleven. „De arm wordt ingetapet maar het gaat wel pijn doen”, voorspelde Van Bommel.

Gesink was niet eens het grootste slachtoffer in de tumultueuze rit door de Belgische Ardennen, die werd gewonnen door Sylvain Chavanel. De Franse renner bleef als sterkste over van een kopgroepje, pakte ook de gele leiderstrui en had geen idee wat zich achter hem afspeelde. Op het natte, schuimende asfalt in de afdaling van de Stockeu sloeg de een na de ander tegen de grond. Christian Vandevelde, in 2008 vierde in de Tour, brak twee ribben en moest na de finish opgeven. Andy en Frank Schleck raakten minuten achter, zelfs favorieten Lance Armstrong en Alberto Contador ontsnapten niet aan pech. Omdat in het voorste deel van het peloton geletruidrager Fabian Cancellara – ploeggenoot van de broers Schleck – de koers lamlegde, kwam alles voor de streep toch weer samen en waren er nauwelijks tijdsverschillen tussen de klassementstoppers.

„Uit respect voor de slachtoffers van de val is er niet gereden”, verklaarde Cancellara na afloop voor de Belgische televisie. Dat hij zijn gele trui kwijtraakte aan Chavanel telde nauwelijks voor de Zwitserse leider van het peloton. Maar de Tour wacht toch op niemand? „Ik vind solidariteit en respect in de sport het belangrijkste. Er is terecht gewacht.”

Armstrong en Contador, die terugkwamen van ruim een minuut achterstand, sloten zich aan bij de mening van Cancellara. In 1999 handelde Armstrong nog volledig anders toen in de eerste Tourweek concurrenten als Alex Zülle, Ivan Gotti en Michael Boogerd ten val kwamen op de Passage du Gois, een glad weggetje aan de zee. Samen met de ONCE-ploeg zette hij juist alles op alles om zijn voorsprong uit te breiden naar zes minuten. Armstrong won zijn eerste van zeven Tours uiteindelijk met zeven minuten voorsprong.

Anderen reageerden aan de streep in Spa furieus op het pact van Cancellara (Saxo Bank), Armstrong (RadioShack) en Contador (Astana), waarvan Chavanel (Quickstep) mocht profiteren. Rabobank had de kopmannen Gesink en Denis Mensjov plus de ervaren Oscar Freire attent in het voorste deel van het peloton. Ploegleider Adri van Houwelingen vond dat zijn renners ondanks het gedrag van Cancellara hadden moeten aanvallen. Dan maar boze gezichten. „Ze hebben zich laten intimideren. Ik heb liever succes en het peloton tegen me, dan geen succes en iedereen als vriend.”

Ook Gesink was boos. „Als ík val, wordt er gewoon doorgereden. Maar na de Stockeu was het ineens een schande om door te rijden.” Andere renners vielen hem bij. „Ik ben zwaar gefrustreerd”, zei de Noorse krachtpatser Thor Hushovd van Cervélo. „Onze ploeg heeft hard gewerkt om te kunnen winnen. Het voelt nu alsof ze ons iets hebben afgepakt.”

De schade van de glijpartij op de Stockeu was enorm. Ook volgauto’s en motoren liepen averij op. De ploegleidersauto van Milram, dat nationaal kampioen Niki Terpstra vanochtend zag uitvallen wegens ziekte, moest vannacht naar Breda om nieuwe communicatieapparatuur te laten inbouwen. De televisie had geen beelden van de val zelf, wel van de gevolgen. „Het was een surrealistisch gezicht”, beschreef ooggetuige Armstrong, die zelf twee keer viel. „Toen ik weer was opgestapt, reed ik langs allemaal gevallen renners. Het leek wel oorlog.”

Frank Schleck twitterde een foto van zijn broer Andy, met verband en pleisters op de hele rechterkant van zijn lichaam. „Denken jullie dat deze jongen goed zal slapen?” Maar allicht toch beter dan Robert Gesink.