Roerig cao-jaar zonder hoge lonen

Na de turbulente start van het cao-seizoen hebben veel bedrijfstakken nieuwe cao’s.

Er is meer aandacht voor scholing en inzetbaarheid van personeel.

De gevolgen van de economische crisis zijn goed af te lezen in de stijging van de cao-lonen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat gisteren de cijfers over het tweede kwartaal van 2010 publiceerde, zijn de cao-lonen gemiddeld 1,2 procent hoger dan in het tweede kwartaal van 2009. Sinds 2005 zijn de lonen niet in zo’n laag tempo gestegen, aldus het CBS.

De lage stijging past in het voornemen van de werkgevers voor 2010. Zij zetten aan het begin van het cao-seizoen in op een zeer gematigde stijging van de lonen, omdat veel bedrijven zich door de crisis geen hogere loonkosten zouden kunnen veroorloven. Van de kant van de werknemers werd echter ingezet op minimaal koopkrachtbehoud (1,5 procent).

Het verschil tussen de sociale partners leidde begin dit jaar tot vele moeizame en stukgelopen cao-onderhandelingen. Zo werd bij chemieconcern AkzoNobel voor het eerst in ruim 25 jaar weer gestaakt, legden de gemeenteambtenaren het werk neer en hielden schoonmakers een staking van maar liefst negen weken.

De acties werden beloond: in vrijwel alle gevallen gaven de werkgevers toe en werden de gevraagde loonsverhogingen binnengehaald. De vakbonden zijn dan ook positief over de cao-resultaten tot nu toe. Want hoewel de gemiddelde loonsverhoging een stuk lager is dan in voorgaande jaren werden in veel cao’s wel afspraken gemaakt over scholing en verbetering van de positie van tijdelijk personeel.

Uit een eerste evaluatie van FNV Bondgenoten (de grootste vakbond) halverwege het cao-seizoen, blijkt dat in bijna de helft van de afgesloten cao’s (tot nu toe 99 cao’s voor 950.000 werknemers) afspraken zijn gemaakt op dit terrein. De vakbond heeft nog 108 cao’s te gaan dit jaar. Bij de op één na grootste vakbond AbvaKabo FNV gaan de onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden moeizamer. De bond wist weliswaar een akkoord te sluiten voor ambtenaren bij gemeentes, provincies en waterschappen, maar de onderhandelingen over een nieuwe cao in de verpleeg- en thuiszorg (de VVT) verlopen ronduit moeizaam. Vorige week liep bovendien een cao-overleg voor universiteitspersoneel stuk op de looneis.

Werkgeversvereniging AWVN is ondanks alle onrust aan de cao-tafels tevreden met de resultaten tot nu toe. „Onze aanpak heeft goed gewerkt”, zegt directeur arbeidsvoorwaardenbeleid Hans van der Steen. „We hebben bij het begin van het cao-seizoen stevig ingezet op zaken als duurzame inzetbaarheid van personeel en loonmatiging. Beide zaken zijn in de cao’s die wij tot nu toe hebben afgesloten prima opgepakt.”

Volgens Van der Steen stelden zowel werkgevers als werknemers zich bij de meeste onderhandelingen soepel op. „We zijn allemaal doordrongen van het feit dat we in een crisis zitten, maar dat we in de periode hierna weer te maken krijgen met een krappe arbeidsmarkt. Werkgevers weten dat ze straks iedereen nodig hebben. Daarom zijn ze bereid om te investeren in ouder personeel, bijvoorbeeld door scholing.”

In de helft van de 227 cao’s die tot nu toe in 2010 werden afgesloten, werden afspraken gemaakt over de zogeheten employability, de inzetbaarheid van personeel. „Dat is veel meer dan in eerdere jaren”, zegt Van der Steen.

De crisis had ook effect op het tempo waarin cao’s werden afgesloten. Volgens AWVN werd 62 procent van de nieuwe cao’s te laat afgesloten, dus later dan de einddatum van de oude cao. Honderdduizenden werknemers zaten daardoor soms maanden zonder cao.

Voor een groot deel werd dit veroorzaakt door „onrust aan de onderhandelingstafels”, zegt AWVN. Maar zij wijzen ook richting vakbonden. Die zouden „een logistiek probleem” hebben, waardoor er te weinig bestuurders beschikbaar waren om te onderhandelen. „Onzin”, zegt een woordvoerder van FNV Bondgenoten. „We hebben net zoveel bestuurders als een paar jaar geleden.”