Rechter fluit schikking met KPNQwest terug

Gedupeerde beleggers in het failliete glasvezelbedrijf KPNQWest lopen hun schikking van 19 miljoen euro mis. De rechter wil het onderzoek eerst afronden.

Hij was er trots op dat het weer gelukt was: „Zie je wel dat de aanhouder wint?”, zei Jan Maarten Slagter een maand geleden. De directeur van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) kondigde toen een schikking aan die de VEB had getroffen met de grootaandeelhouders van het failliete KPNQWest. Dat glasvezelbedrijf, een joint venture van KPN en het Amerikaanse Qwest, ging in 2002 op de fles nadat er gesjoemeld was met omzetcijfers.

In ruil voor het stopzetten van het onderzoek bij de Ondernemingskamer kregen de 5.550 gedupeerde aandeelhouders een bedrag van 19 miljoen euro – acht jaar na dato een hele behoorlijke vergoeding, aldus Slagter. „Het was een goede deal.” De VEB boekte eerder succes voor beleggers in World Online, die na jaren procederen ook schadevergoeding kregen.

In de KPNQwest-zaak hoefde de VEB alleen nog maar de procedure stop te zetten. Maar dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan. Gisteren besloot de Ondernemingskamer in Amsterdam dat de schikking met KPNQwest niet door kan gaan: het onderzoek naar wanbeleid bij het failliete glasvezelbedrijf moet eerst afgerond worden. „De intrekking van het enquêteverzoek op zichzelf brengt nog niet het einde van de procedure mee”, aldus de Ondernemingskamer. Er is volgens de rechter voldoende reden om precies te achterhalen hoe er bij KPNQwest met cijfers is gegoocheld. Hierbij is niet alleen het maatschappelijk belang gediend, maar ook het belang van de curatoren om de restschuld van KPNQwest (2,2 miljard euro) te kunnen verhalen.

Slagter vindt het „zuur en bitter” dat de schikking nu van de baan is. Vorige maand zei hij al: „De VEB is er in de eerste plaats voor de financiële belangen van onze leden. Als we een goede schikking kunnen treffen, offer ik daar de waarheidsvinding graag voor op.”

Slagter ergert zich eraan dat de VEB anderhalf jaar geleden gevraagd werd om het onderzoek te financieren, omdat de procedure anders stopgezet zou zijn. VEB legde toen 500.000 euro voor de onderzoekskosten op tafel. In de schikking met de grootaandeelhouders was al geregeld dat VEB dat bedrag terug zou krijgen. Maar nu de beoogde schikking van tafel is, legt Slagter de rekening van 500.000 euro bij de curatoren neer.

Slagter hekelt de rol van de curatoren van KPNQWest, die zich naar zijn mening „te elfder ure melden en nu voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten”. Hij doelt daarmee op de 250.000 euro die de curatoren op het laatste moment willen betalen om het verdere onderzoek te financieren. „Zij hebben jarenlang hun tijd verdaan met vruchteloze onderzoeken in de Verenigde Staten en haken nu op het laatste moment bij deze procedure aan.”

De VEB gaat in cassatie tegen de uitspraak van de Ondernemingskamer. Slagter: „Het kan rustig nog weer een half jaar of een jaar gaan duren voordat daar een beslissing over genomen wordt. Zoals altijd is het een kwestie van de lange termijn.”